LITURGIE - C JAAR 2010

DERDE ZONDAG  IN DE VEERTIGDAGENTIJD   

Goeiendag lieve mensen,
Het verhaal van Mozes en de brandende braamstruik is best spectaculair, vind je niet?
Mozes is met zijn kudde op een berg. En plots ziet hij daar een laaiend vuur, een struik die in brand staat! Op zich nog niet zo bijzonder, ware het niet dat die struik niet opbrandt. Het vuur brandt, maar maakt geen enkele schade. Knap, vind je niet? Ook wel een beetje vreemd…
Wat wil dat verhaal eigenlijk zeggen? Heeft het iets te betekenen voor elk van ons, vandaag de dag?
Ik nodig jullie uit om het verhaal levend te maken vandaag en mee met mij na te denken.
Beeld je in: jij bent Mozes.
Je bent moeten vluchten van de farao uit Egypte, want je verkeerde in levensgevaar.
Op dit moment is je job schapen hoeden. Je leidt een rustig bestaan, houdt van wat je doet, maar denkt af en toe nog wel aan je volk dat afziet in Egypte.
Dan op een dag, een heel gewone werkdag: je bent in de woestijn. Waarschijnlijk is er niet veel eten voor je schapen en ben je niet in topvorm. ’t Is niet je beste dag.
Maar opeens zie je vuur branden, een struik staat in lichterlaaie! Ga je kijken? Of is je blik op de grond gericht?
Stel dat je zoals Mozes gaat kijken. Je ziet dat de struik brandt, maar niet kapotgaat. Er is vuur dat niets verbrandt. En opeens hoor je: “Mozes?”
Wat antwoord jij? Zeg jij zoals Mozes: “Hier ben ik?” Of eerder: “Ga weg, dit kan niet, dit kan niet bestaan.”
Stel: je doet zoals Mozes en zegt: “Hier ben ik!”
En je stelt geen vraag, maar wordt aangesproken. Je wordt gevraagd je sandalen uit te doen, want je staat op heilige grond, volgens die God. En die God noemt zich de God van Abraham, Isaac en Jacob m.a.w. de God die er altijd geweest is doorheen de hele geschiedenis en die er altijd zal zijn.
Doe jij je sandalen uit? Geloof jij? Of vind je ’t eigenlijk maar belachelijk? Of ervaar je toch immens respect voor deze plek waar God jou verschijnt?
En dan, alsof het nog niet straf genoeg is geweest, zegt die God aan jou: “Jij moet mijn volk uit Egypte leiden!” Een immense opdracht voor een herder zoals jij.
Wat antwoord jij?
God laat alvast aan je weten dat Hij jou zal bijstaan, altijd en overal. Hij is die is en zal zijn, dat is Zijn naam.
Is dat genoeg voor jou? Sputter jij tegen zoals Mozes tegensputterde? Of ga je enthousiast in op zijn roeping? Of speel je liever op veilig en blijf je je kudde hoeden?
Wat doe jij?
Ik heb jullie naar het verhaal van vroeger meegenomen, maar het kan gerust ook een verhaal van nu zijn.
Zoals Mozes is moeten vluchten voor de farao, misschien ben jij ook van iets moeten vluchten. Heb je misschien een vriendschap moeten stopzetten omdat het te moeilijk werd, of heb je jezelf moeten afsluiten omdat iets teveel pijn deed. Ieder van ons kan, denk ik, wel iets vinden waarvoor hij of zij moeten vluchten is.
Het dagelijkse leven van Mozes was schapen hoeden. Dat van jou vandaag de dag is misschien naar school gaan, gaan werken, kinderen opvoeden, thuis zijn...
En niet alle dagen zijn even vrolijk. Er zijn waarschijnlijk ook bij jou regelmatig woestijndagen bij.
Dan die brandende braamstruik. ’t Hoeft niet altijd even spectaculair te zijn als in het oude testament, maar ik ben er zeker van dat jij in jouw leven ook wel zo’n braamstruiken tegenkomt. Misschien iemand die je oproept het goed te maken? Of iemand die je oproept om een engagement te nemen? Of iemand in nood die jouw hulp vraagt? En misschien, als je goed kijkt, zie je in die mensen of gebeurtenissen of visioenen, wel het vuur van God branden? Het vuur van God dat niets beschadigt, maar dingen en mensen in lichterlaaie zet. Vuur dat kan branden in je eigen hart of in het hart van een ander. God!
Als die zogenaamde braamstruik jou heeft aangesproken, kan ik me voorstellen dat je niet altijd even enthousiast reageert of niet altijd ingaat op de roeping die ervan uitgaat. Het strookt niet altijd met waar je eigenlijk zin in hebt.
Een zuster uit één van de video’s van Net for God zegt het zo: “Wat je eigenlijk niet wil doen, maar waarvan je weet dat het goed is om te doen, dat is Gods wil! Dat is Gods roeping.”

Als ik naar mijn eigen leven kijk en naar brandende braamstruiken zoek, dan kom ik uit bij de relatie met mijn man. Het moment waarop we beslisten om samen een relatie te beginnen, zo’n 4 jaar geleden. Ik zat in een rustig leven, droomde van een eventueel leven in gemeenschap en genoot van mijn vrijgezellenbestaan. Mijn leven was rustig, maar eerder woestijn dan oase op dat moment.
Ik was 7 jaar tevoren al samen geweest met mijn man, voor 2 maanden. 6 jaar tevoren was ik met hem samen geweest weer voor 2 maanden. En één van mijn grote principes was al geworden: 2 keer OK, maar geen 3de keer een relatie met dezelfde man.
Nu, op die 6de januari 2006, was er een brandende braamstruik die mij uitnodigde, heel fel uitnodigde, om van dat principe af te stappen en Zijn roeping te volgen. Ik sputterde tegen en was vooral in gevecht met God en Zijn roeping. Want dit was niet waarvan ik had gedroomd, maar tòch was het dat dat ik moest doen en dat mij intens gelukkig zou maken, tot op de dag van vandaag.

Ik wil daar nog even bij toevoegen dat, eens je de keuze maakt om die concrete roeping te volgen, om bv een engagement op te nemen of om iemand te helpen, dat je dan niet vanzelf altijd blij zal zijn en gelukkig en vrolijk… Het is altijd met ups en downs. En de zuster die ik daarstraks aanhaalde, zegt ook: “Blij zijn, is een keuze die je maakt. Voor gelukkig zijn, kies je heel bewust. Je moet zeggen: “Vanaf nu ben ik blij! En je zal blij zijn.”
Dit was de eerste lezing. Ik heb het graag nog heel even over het evangelie, dat wel in dezelfde lijn ligt.
Hier voor het altaar ziet u het symbool van deze week namelijk een krant. Onze dagelijkse realiteit en de dagelijkse realiteit van anderen.
In het evangelie heeft Jezus het over een aantal gebeurtenissen, rampen, uit zijn tijd. Hij heeft het over vermoorde Galileeërs en over de toren van Siloam die instortte en 18 slachtoffers maakte.
In onze krant staan dingen van dezelfde orde: Haïti, Spanje, Bolivië en nog veel meer, allemaal slachtoffers.
Jezus wil ons tot solidariteit oproepen. Vooral vroeger heerste nog de opvatting dat zulke rampen een straf waren van God. Jezus haalt dit onderuit en maakt duidelijk dat het er niets mee te maken heeft. Wij zijn niet meer of niet minder dan de slachtoffers. God ziet het lijden van de mens, is aanwezig in het lijden van de mens, maar lokt het niet uit of is niet bezig met straffen.
Wat Jezus wel doet, is ons oproepen om ons te bekeren. Om ons om te keren. Om onze ogen te openen voor tekenen van God, voor brandende braamstruiken!
De gelijkenis van de vijgenboom leert ons dat God ons roept om vruchten te dragen, om goede dingen voort te brengen, om iets te betekenen voor onze samenleving, om niet onverschillig te zijn voor wat in onze krant staat. Hij roept ons op, dringend, maar geduldig. De vijgenboom droeg sinds 3 jaar al geen vruchten. Maar de wijngaardenier geeft hem nog een jaar tijd, geeft hem mest, spit hem om, laat hem niet in de steek. Maar daarna moet hij vrucht dragen!!
Ik wens jullie, in jullie dagelijkse realiteit, open ogen om de brandende braamstruiken te zien en de moed om je te bekeren, om in te gaan op zijn roepingen van elke dag!!

Dorien Vanbel

EERSTE ZONDAG  IN DE VEERTIGDAGENTIJD   

De eerste lezing was een fragment uit Deuteronomium – het schetst een zeer mooi beeld -  Mozes staat op de berg omringd door zijn volk dat hij 40 jaar geleid heeft door  de woestijn; aan hun voeten zien ze het beloofde land liggen.
Dan zegt hij: “Mensen vergeet niet vanwaar je komt als je een nieuw eigen land gevonden hebt. Het gevaar schuilt hierin dat je daar uw verleden vergeet en meent dat alles vanzelfsprekend is.” Woorden meer dan 2000 jaar geleden gesproken, maar nog altijd even actueel.
Want hoe zit het met ons?
Is de situatie waarin wij leven ook voor ons vanzelfsprekend? Denken we even terug aan het drama in Luik, - deze week de treinramp in Halle – doden bij een lawine in Oostenrijk – de aardbeving in Haïti – de economische crisis. Onze situatie is niet altijd zo vanzelfsprekend. Doch wat heeft dit nu met de vasten te maken?
Onder vasten wordt het vrijwillig afzien van voedsel  verstaan. Dat kan op veel manieren. Zo kan men in de vastenperiode het snoepen, de dessertjes, de alcohol beperken of afschaffen. Ook overbodige maaltijden en tussendoortjes kunnen verminderd worden. Gedeeltelijk vasten is een beetje eten, niet tot men verzadigd is.
Maar waarom doen we dat?
De vasten kan een periode worden om onszelf te bevragen. Een jaarlijkse kans om wat orde op zaken te stellen en niet alles als vanzelfsprekend aanvaarden om de sleur van onze dagelijkse bekommernissen te doorbreken. Daardoor worden we vrije mensen, los van ieder dwangmatig idee ons opgelegd door onze levenssituatie. Vrije mensen die graag op weg gaan naar Pasen en er iets voor over hebben.
De vasten is de ideale tijd om te doen wat Jezus ons vroeg: aalmoezen geven, bidden, vasten en vergeven : dan zal je hemelse Vader jullie ook vergeven.
Als mens hebben we nood aan iets tastbaars, een aanknopingspunt. Dat wordt in de komende weken voor ons de WIPALA-vlag. Het woord Wipala wil zeggen: in de lucht wapperen.
Nog voor Columbus in Amerika arriveerde hadden de inheemse volkeren van het Andesgebergte deze vlag. Het is hun levensvisie in een krachtig beeld weergeven. De witte kleur is het symbool van de oneindigheid en de kleuren boven en onder geven de harmonie en het evenwicht weer tussen tegengestelde elementen.
Vanuit deze kijk op harmonie organiseert men wederkerigheid in de relatie tussen mensen, (tussen man en vrouw) maar ook gelijkheid in de gemeenschap. Op dezelfde wijze zorgt men ook voor het evenwicht met moeder aarde. De Pachamama.
Is deze vlag dan niet het symbool dat ook ons kan helpen om een wegwijzer te zijn in deze vastenperiode?
Maar dan moeten we wel concrete stappen ondernemen Benedictus de grondlegger van het monastieke leven gaf een zeer goede raad. Hij zei: “Doe iets” met de nadruk op “iets”. laat ons in deze dagen iets toevoegen, niet veel dus, iets kleins wat niet opvalt iets is maar een beetje meer dan niets.
Tijdens de vastenperiode zullen er bij de vlag symbolen gezet worden: een kruik water – brood en wijn – een agenda.
-     Brood en wijn: de offergaven die we in de eucharistie aanbieden aan God om te worden tot lichaam en bloed van zijn Zoon.
-    Kruik met water: de Israëlieten kwamen in de woestijn terecht na de doortocht door het water van de Schelfzee  daarna doolden ze 40 jaar voor zij het beloofde land konden binnentrekken. De doop van Jezus is ook een doortocht door het water van de Jordaan, daarna verbleef Hij 40 dagen in de woestijn om te vasten en te bidden. Het water vraagt ons ook om haar met respect te behandelen. Mensen hebben recht op levend water, de aarde kan niet leven zonder ! zo schreef iemand:
“Breng ons bij de plek van de eerste ontroering,
het oudste wonder:
Uw Geest over de wateren,
de oerzee waarom alle leven is geboren,
vruchtwater van de schepping
waarin Gij de aarde, onze moeder
en ons allen hebt verwekt.”
-     Agenda: verwijst naar de tijd die ons is gegeven, maar ook naar de taken die we binnen die tijd volbrengen. Als je thuiskomt neem dan uw agenda ter hand en plan hoe je deze veertigdagentijd van inkeer en verzoening, versobering en solidariteit concreet wilt invullen en vorm geven.
Willen we dan samen op weg gaan naar Pasen met in ons hart de goede wil om deze vastenperiode als gelukkige en vrije mensen te beleven.
Amen

Paula Van den Eynde

ZESDE ZONDAG  DOOR HET JAAR    

Een mooi uitgegroeide, levenskrachtige boom in je tuin, die met zijn wortels diep in de aarde wroet op zoek naar water en voeding, en die  in het najaar  blozende appeltjes of sappige peren oplevert; of het kan er ook een  zijn die zijn bladeren wat slapjes laat neerhangen en die jaar na jaar niets oplevert: die  twee wegen krijgen we vandaag uitgetekend, en ja,  nu staan we voor de keuze.
Het is die wegsplitsing die Jeremia aan zijn volk voorlegt. En hij verduidelijkt nog: “Vertrouw op de Heer, en je zult je veilig voelen bij Hem, zoals de frisse, jonge boom zul je openbloeien.” Je kunt nu ofwel alle heil verwachten van de mensen, van wat tastbaar en vatbaar is, of je kunt je toevertrouwen aan God.
Aan dat mooie vooruitzicht voegt Paulus nog een element, een, dimensie toe: “Wie op God vertrouwt, zal zelfs in uiterste omstandigheden niet beschaamd worden, want Gods zekerheid reikt over de grenzen van het leven heen.” Aan Gods bescherming zit dus nog een meerwaarde vast.
Jeremia hield het bij het beeld van de twee bomen, maar in het evangelie vult Jezus dat nog concreter in en confronteert Hij ons met twee levenswijzen.
In de zaligsprekingen neemt Jezus het op voor al wie uitgeteld lijkt te zijn: gediscrimineerd, aan wie men voorbijloopt, wie in een uitzichtloze levensperiode terecht gekomen zijn, kortom: wie in het verdomhoekje zitten. Jezus beweert niet dat je dan in de ideale situatie zit, maar Hij zegt toe dat er eens een eind aan zal komen. De kern van zijn verkondiging spreekt over het aanbreken van het Rijk Gods, een werkelijkheid die al op aarde een aanvang neemt en aanwezig is maar die nog moet groeien, maar dat onderstelt een innerlijke bekering. Elk mensenleven moet uiteindelijk zijn vervulling vinden in Gods eigen leven.  Jezus houdt   een beeld voor van Gods wereld waarin geen plaats meer zal zijn voor onrecht en discriminatie. Een situatie zoals we die in laatste instantie alleen van God kunnen verwachten.
Matteus somt acht zaligsprekingen op, bij Lucas vinden we er hier vier met daarbij nog vier wee-uitspraken, in de grond: aanklachten. Eigenlijk vinden we bij Lucas een stuk maatschappijvisie weer. Want hij legt  zich niet neer bij de situaties die in de zaligsprekingen opgeroepen zijn: in de wee-uitspraken richt hij zich tot hen die zich niet scharen aan de zijde van de armen,  want door niet in te grijpen, en alles op zijn beloop te laten, verergeren zij de toestand, en veroorzaken zij nog meer armoede. En zo komt die andere uitspraak van Jezus ons voor de geest, bedoeld voor wie welbemiddeld is: “Voor een kameel is het gemakkelijker door het oog van een naald te kruipen dan voor een rijke het rijk  Gods binnen te gaan”.
Jezus heeft ons  een boodschap van verlossing gebracht, een dynamiek van aanpakken en erop inwerken. Wie dat niet doet, weigert eigenlijk de verlossing, weigert zelf medeverlosser te zijn voor anderen.
Als Jezus ons een boodschap van verlossing bracht, dan roept Hij ons ook op om er naar te leven. Wij behoren als verlosten te leven, hoe kwetsbaar en getekend wij zelf misschien ook nog blijven, hoe onvolkomen onze nieuwe situatie ook nog is. Maar wij zijn geroepen om er nog verder in te groeien, zoals ook het mosterdzaadje dat doet.
 Daarbij is het geraden om erg omzichtig tewerk te gaan, want als kwetsbare mensen dragen wij altijd wel iets van de twee bomen van Jeremia in ons mee, zowel zalig als wee: diep in ons vechten immers de twee houdingen om de overhand. Soms zijn wij te vinden bij de groepen die zalig geprezen worden, en af en toe moeten wij durven erkennen dat wij ook wel eens enkele van die wee’s over ons heen kunnen krijgen.
Mens-zijn houdt heel wat mooie ervaringen in, maar het is niet altijd gemakkelijk: kiezen vraagt een eerlijke instelling en een consequent volhouden. Maar daarin is Jezus ons voorgegaan. In het beginnende christendom sprak men wel eens ver de mensen van de weg: zij hadden immers de weg gekozen die Jezus had voorgeleefd. Met Paulus kunnen wij ons zwak voelen en zeggen: “Als ik zwak ben, dan ben ik sterk, want kracht wordt juist in zwakheid volkomen. Door de genade van God ben ik wat ik ben.”

Bert Taeymans  

PATROONSFEEST: Paulus een geval apart

Vandaag vermeldt de kalender het feest van Paulus’bekering.  Maar wie is Paulus? Hoe ziet zijn CV eruit? En ja,  kennen wij hem daar echt mee zoals hij was?
Geboren uit Joodse ouders in Tarsus in Cilicië, het huidige Turkije, wordt hij op zijn 15de naar Jeruzalem gezonden om bij de gerespecteerde Gamaliël een opleiding tot schriftgeleerde te volgen.
Hij maakte 4 grote verkondigingsreizen door de Grieks-Romeinse wereld, overleefde driemaal een schipbreuk, en stichtte op verschillende plaatsen christelijke gemeenten. Later hield hij er  contact mee door 14 bewaarde brieven. Eindigde ten slotte als martelaar: in Rome werd hij onthoofd rond het jaar 67 onder keizer Nero.
Een gevuld leven zo blijkt.   Een soort wonderboy bij wie alles lukte wat hij aanpakte? En hoe is hij een volgeling van Jezus geworden? Was hij een van de 12 apostelen? Nee. Zat hij dan misschien tussen die ruimere groep van 72 waar het evangelie vandaag over sprak?  Helemaal niet. Was hij erbij op Goede Vrijdag of met Pasen, of op Pinksterdag? Evenmin. Of heeft hij misschien de plaats van Judas ingenomen na de tragische afloop? Nee, daarvoor koos men een zekere Mathias. Maar  misschien heeft hij Jezus dan toch  bij leven ontmoet? Ook dat niet! Echt een geval apart dus.

Pas bij de marteldood van Stefanus komt hij een eerste keer in beeld i.v.m. de christenen. In de Handelingen kun je lezen: “De jonge Saulus keek toe en keurde het goed”. Geef toe, niet zo’n beste start om een goede beurt te maken bij de jonge christengemeenten. En wanneer christenen uit vrees voor vervolging gaan uitwijken naar Damascus trekt hij met een aanbevelingsbrief van de hogepriester  daar naartoe om ze te gaan oppakken en naar Je
ruzalem te brengen.
Maar dan gebeurt het onvoorziene: onderweg overviel hem een licht uit de hemel. Hij viel op de grond en hoort een stem: “Saul, waarom vervolg je mij?” En op zijn  vraag met wie hij te doen heeft verneemt hij: “Ik ben Jezus die jij vervolgt”. 
Voor de neergevallen Paulus is heel zijn hele wereld ingestort,  tot diep in zijn ziel is hij geraakt! Want hij was een vurige jood van de strenge traditie, en was ervan overtuigd op de goede weg te zitten, iemand die recht op zijn doel afging. Nu ligt hij daar neer en is verblind,  moet hij zich door zijn gezellen laten leiden en hij die zijn leven altijd zelf bepaald had, weet nu niet wat te beginnen. Zoiets had hij nog nooit meegemaakt!
In Damascus wordt hij opgevangen door de gemeente, maar velen zijn argwanend: “Is dat niet de man die de volgelingen van Jezus naar het leven stond?” Er zal nogal wat tijd over gaan voor hij aanvaard wordt, want ook Petrus staat niet te springen om hem  binnen te halen. Hij wordt wel eens bedreigd en moet op de vlucht gaan: in Damascus moet hij in een mand neergelaten worden en ontvluchten, en in Efese moet hij in het stadion op de loop voor aan de woedende souvernirverkopers van Artemistempeltjes, hij is immers een stielbederver! Sommigen noemen hem een 2derangsapostel, en als de tegenkantingen binnen de Joodse kringen blijven leven, trekt hij zijn conclusies: dan maar weg uit die Joodse wereld, op naar de Grieks-Romeinse wereld van die dagen. En hij begint aan zijn grote reizen.  
Maar hoe ziet Paulus zichzelf dan wel?  Hoe zet hij op zijn eigen  geestelijke identiteitskaart? Hoe legitimeert hij zich?
Was hij welsprekend?  Misschien een succespredikant die massa’s in vervoering bracht zoals de Amerikaanse TV-predikanten? Nee, Appolos, een andere zendeling, was gekend als een beter redenaar. Had hij een boodschap die goed in de markt lag, die goed verkocht? Nee, hij heeft het over een gekruisigde! Hij weet perfect dat hij niet zoals de apostelen door Jezus is geroepen  tijdens diens aardse verblijf, maar fier noemt hij zich: apostel en dienaar van Jezus Christus, geroepen en uitverkoren om aan alle volkeren het evangelie te brengen.  Maar hij werkt niet in eigen naam, vindt zichzelf helemaal  niet belangrijk: alles gebeurt in nederige afhankelijkheid van Jezus die hem gezonden heeft, hij is een instrument in zijn handen. Want  in zijn ogen heeft Jezus bezit van hem genomen, hijzelf kan enkel steunen op het naakte woord van Jezus op de weg naar Damascus, en verder geen visioen, alleen dat sterke licht. Een gebeurtenis die hem toen geheel ontredderd heeft. Maar daar ligt dan ook de bron van zijn zending. 
Hij boogt dan ook niet op zijn eigen prestaties: alles wat hem overkomen is noemt hij het werk van Gods genade. Hij noemt zich de allerlaatste van de apostelen, een misbaksel, een dwaas omwille van Christus. Paulus zelf is niet belangrijk, alleen Jezus,  om Hem gaat het. Het is er Paulus alleen om te doen  te verkondigen en helemaal één te worden met Christus.
Hoe kunnen wij vandaag inspiratie vinden bij hem, hij is toch ‘onze’ Paulus?
Wij leren hem kennen als een opbouwer van nieuwe christengemeenten, met zijn brieven  maakte hij ook werk van de nazorg. Hij moedigt aan, wijst op hun tekorten, en wil dat het hun goed gaat.
In zijn manier van aanpakken kunnen wij sterkmakers vinden als wij onze parochie verder willen laten groeien tot  een echte gemeenschap. Want ook bij ons  wisselen de meevallers af met ontgoochelingen en loopt niet alles altijd even vlot. Maar er is gelukkig heel wat vrijwillige inzet, ieder volgens zijn eigen kunnen. Bij Paulus heet dat: “Paulus heeft geplant, Appolos heeft begoten en God zorgt voor de groeikracht”. Zo  kunnen wij de nodige kracht putten in de wetenschap dat het niet ons eigen werk is,  maar Gods werk waaraan wij mogen meewerken.  En als wij mensen samenbrengen om mekaar te vinden en in ons vieren samen Gods aanwezigheid te ervaren, laten wij dan open staan om in verwondering en dankbaarheid Gods hand te leren herkennen in de dingen die ons leven uitmaken, want God werkt wel eens daar waar wij het niet vermoeden. Met Paulus moeten  leren   om in nederigheid maar ook met hoop en vertrouwen  verder  te werken.

Bert Taeymans        

TWEEDE ZONDAG  DOOR HET JAAR

Goeiemorgen lieve mensen,
Vandaag lezen we over het allereerste wonder dat Jezus doet in Zijn tijd. Het lijkt iets banaals, iets helemaal niet zo bijzonder: Hij verandert water in wijn. ’t Lijkt wel een tovertrucje.
Laten we eerst es nadenken over dat feest. Een bruiloft waar wordt gelachen, gedanst, gedronken… En dan… is de wijn op! Alleen nog plat water. Geen frisdrank, alcohol. Nee, alleen plat water.
De mensen stoppen met lachen en dansen, het water smaakt maar flets, de vreugde verdwijnt.
Wijn in dit verhaal is de vreugde, de blijheid. De reden om te lachen, te zingen, te dansen!
Dus: in Kana raakte de wijn op. De mensen waren niet meer blij, zongen en dansten niet meer.
Maar iemand –we weten niet wie- had Jezus uitgenodigd! Jezus en zijn moeder Maria waren er ook! En ’t is Maria die zegt aan de mensen van het feest: “Doe maar wat Jezus zegt! Doe maar wat Hij zegt en het komt goed. Als je doet wat Hij zegt, zal er gelachen, gedanst en gefeest worden!
Wat wil Jezus ons met dit verhaal vandaag zeggen?
Denk es even na: Is er een plek in je leven waar alles naar water smaakt? Waar je niet blij bent? Waar er niet gefeest kan worden? Misschien is het moeilijk thuis? Of op het werk? Of met je vrienden?
Wel, Jezus zegt vandaag: “Als je mij uitnodigt, daar waar het moeilijk is, dan kom ik daar vreugde en blijheid brengen!” We moeten Hem alleen uitnodigen, ons openstellen! Alleen maar zeggen: “Jezus, kom, U bent welkom!” En dan zullen wonderen gebeuren!Hoe Hij komt, weten we niet. ’t Kan zijn in de vorm van een Woord, van een vriend of gewoon de Heilige Geest die waait…Maar ik ben zeker dat, als Hij welkom is, dat Hij dan komt!
En Jezus, God, Maria, de Kerk, is er om Vreugde en Blijheid te brengen! Het lijkt soms allemaal zo serieus. Maar eigenlijk worden we uitgenodigd om met Hem te feesten, te lachen, te dansen, blij te zijn!
Hier in de kerk, op straat, op het werk, thuis…
Jezus wil dat ons leven een feest is, niet alleen met het levensnoodzakelijke water, maar met overvloedig veel vreugdewijn!
Dan wil ik het nog even hebben over 2 dingen, namelijk: Het was de beste wijn en hij bewaarde hem tot laatst.
De beste wijn, lieve mensen!
Jezus geeft ons niet eender welke vreugdewijn. Nee, Hij geeft ons een vreugde die veel verder reikt dan louter plezier. Het is een diepe vreugde!
Misschien bent u zelf een wijnkenner. Als een wijnkenner z’n wijn proeft, doet hij dat met uitermate veel delicatesse. Hij draait eens met het glas, ruikt aan de wijn, kijkt ernaar en proeft dan heel aandachtig. Hij drinkt niet het hele glas zomaar leeg. Nee, hij proeft en geniet ervan met al z’n zintuigen!
’t Is hetzelfde met Jezus’wijn, met de vreugde die Hij ons wil geven. Als wij er oog en aandacht voor hebben, kunnen we ervan genieten met al onze zintuigen, met ons hele zijn, van binnenuit!
Dan: hij bewaarde de beste wijn tot laatst.
Wanneer niemand nog goede wijn verwachtte, kwam hij!
Dus zelfs als je denkt dat Jezus niet meer zal komen, dat er geen vreugde meer zal zijn, als ’t niet meer ziet zitten en alles loslaat, dan komt Jezus! Als je ’t niet meer verwacht, staat Hij er! Op Zijn manier. Hij zorgt voor een nieuwe start!
Hij wil alleen ons geluk, onze diepe vreugde! Hij maakt, als wij dat willen, van ons leven een waarlijk feest!
Laten we Hem uitnodigen om ook ons water in wijn te veranderen, daar waar het nodig is!
Laten we ons openstellen voor Hem en durven wijnproever zijn.
Zodat we met ons hele zijn kunnen genieten en proeven van die diepe vreugde, die Hij ons geeft!

Dorien Vanbel

EVALUEREN WAT WAS EN VOORUITZIEN  

Even evalueren wat was, vooruitzien naar wat 2010 kan worden
Naar jaarlijkse gewoonte wil ik vandaag kort een overzicht geven van onze parochiale activiteiten in 2009 en de accenten die we graag in 2010 willen plaatsen.
Eerst en vooral enkele cijfers: in 2009 werden er 32 kinderen in onze kerk gedoopt, er waren 27 vormelingen, 8 huwelijken werden ingezegend- waarvan 2 van onze PT leden, er waren echter ook 21 begrafenissen – waarbij ook 2 koorleden.

·        Qua activiteiten: hier vermeld ik graag enkele activiteiten die er op een of andere manier uit sprongen: Zo was er de Sinterklaasactie van Splash – waar samen met een financiële inbreng van de VZW en een deel van de inkomsten uit de Splashspaghetti maaltijd- speelgoed gekocht werd om een aantal minderbedeelde kinderen toch een onvergetelijk moment te bezorgen; diverse acties werden georganiseerd om het initiatief van Bert in het verre Spitak te ondersteunen; in het jaar van Damiaan  was er tevens de gesmaakte voordracht van Tine Ruysschaert : mijn zoon, Damiaan; daarnaast was er met Kerstmis het optreden van ons koor in de Antwerpse gevangenis. Al deze initiatieven tonen hoe onze parochie oog heeft voor noden van welke aard ook, zelfs buiten de parochiegrenzen.Deze solidariteit inspireert en geeft de nodige energie om op deze weg verder te gaan.  .

·        Daarnaast zijn er natuurlijk de speciale erediensten – die steeds kunnen rekenen naast mooie inhoudelijke teksten op een aangepaste muzikale omkadering en verzorgde bloemenkeuze.   

·        Vandaag wil ik graag, in naam van het parochieteam,  de vele –zo’n 200 tal-  parochiale vrijwilligers van de divere werkgroepen die de werking van de parochie mogelijk maken, uitdrukkelijk bedanken. Zowel zij die op de achtergrond werken – als zij die meer op de voorgrond treden, zowel zij die zich rechtstreeks inzetten voor de eredienst en sacamentrele activiteiten, als zij die zorgen dat we een financiële gezonde parochie zijn en blijven (zaaltje, sint paulusfeesten). want zoals in de tweede lezing van vandaag gezegd wordt: we zijn één team en vullen mekaar aan elk met onze eigen gave en talent.  

Wat 2010 wordt, wil ik graag een overzicht geven in verkorte vorm weliswaar van onze geactualiseerde beleidsnota die het resultaat is van onze retraitedag die we in oktober laatstleden hebben gehouden. In het jaar waar pater Damiaan heilig werd verklaard, hebben we zijn boodschap wees een werker van het geloof  als kompas gebruikt om ons actie- programma te actualiseren. De integrale tekst van deze beleidsnota, die iets te lang was voor deze homilie zullen we op het internet plaatsen, voor hen die geen internet hebben kunnen de tekst aanvragen zodat we een copij kunnen bezorgen. We hebben 5 peilers gedefinieerd.

·        De wekelijkse eucharistie : centrale peiler voor onze geloofsgemeenschap. In zijn levenswerk riep Damiaan op tot durf om nieuwe wegen te gaan

      Voor 2010 – gaan de zaterdagvieringen meer aangepast worden aan de doelgroep,        behouden we een aantal themavieringen, en zullen enkele gebedsdiensten in overleg     met Bert ingepland worden.

·        Groeien in geloof. We dienen blijvend te investeren in de geestelijke component van ons geloof, of zoals de H.Damiaan het verwoordt, verzorg je inspiratiebron.

Wat betekent dit in 2010? Allereerst breng ik hier het Net for God initiatief even onder de aandacht. Net for God wil voornamelijk de zoekende gelovige een voedingsplaats bieden en beschouwt de wereld als ons dorp. De formule op zichzelf is eenvoudig en toch steeds voor elke deelnemer een openbaring. Op basis van een video wordt een breder geloofsthema besproken. Deze bijeenkomsten bieden de kans om via gebed- zang –discussie ons geloof op een actuele manier te bekijken en gedachten te delen. De eerste sessie gaat door op27 januari, mensen die geïnformeerd willen blijven over dit initiatief worden gevraagd hun naam opgeven.

·        Met zijn allen gemeenschap – ook hier kan Damiaan ons inspireren – door bruggen te bouwen realiseer je meer als groep. Deze hechte gemeenschap willen we in dit jaar op twee manieren verder versterken. Allereerst willen we met enkele mensen onze communicatieaanpak versterken; dit betekent onze website professionaliseren,  het verder gebruik van de diverse communicatiekanalen zowel voor aankondiging als voor feedback van parochiale initiatieven verbeteren. Daarnaast willen we ook onze groep van wijkverantwoordelijken - dynamiseren, zij vormen het ideale eerste contactpunt met de parochie. Hiervoor zullen Henk en Wilfried van het parochieteam een actieplan uitstippelen.

·        Kerk bij ons. Voor Damiaan telde iedereen, en zei hij ja op de vragen die hij niet verwachtte. Zoals vermeld in het jaaroverzicht 2009, willen we ook in 2010 verder gaan op de ingeslagen weg –met name solidariteit in de praktijk omzetten en dit met steun van de VZW en via diverse kleinschalige initiatieven.

·        Ieder jaar zijn uitdaging. Dit is een nieuwe krachtlijn die we jaarlijks willen invullen in functie van de op dat moment geldende realiteit. Laat iedere hindernis een nieuwe springplank zijn, zou de H.Damiaan ons toefluisteren.

            Als specifiek actieprogramma 2010 wil ik de oprichting van een “rouwbegeleidingswerkgroep” aankondigen, waarbij de hoofdopdracht is, het begeleiden van de nabestaanden –indien zij dit wensen- in hun rouwproces, samen met het inhoudelijk bijdragen aan de rouw-eredienst. Op dit punt staan we momenteel nog niet zo ver als omliggende parochies, maar leggen we de lat direct hoger. We denken dat deze nieuw op te richten groep liefst minimaal een zestal leden zou tellen, momenteel hebben we reeds enkele mensen bereid gevonden hierbij actief te participeren, maar we zoeken  toch nog enkele vrijwilligers, en ik doe hierbij een warme oproep naar geïnteresseerden - refererend naar de tweede lezing van vandaag, wees niet bang om je talenten voor dit nieuw parochiaal project in te zetten.

             Tevens betekent 2010 een wissel van de wacht wat de parochiaal contactpersoon betreft. We danken Mil die zich meerdere jaren voor meer dan 100% en met zijn gekende stempel in deze rol heeft ingeleefd. Onder impuls van Jules en de financiële ondersteuning van de VZW heeft Mil het pastorietje tot zijn project gemaakt en blijft dit een dankbaar aandenken. We zijn blij dat Guido deze taak op zich wil nemen en zullen hem als parochie en met het volledige PT steunen in deze opdracht. Zelf blijft Mil nog in enkele specifieke werkgroepen meewerkend lid, maar heeft hij tevens aanvaard om als parochiale ombudsman een luisterend oor te hebben binnen de parochie.Bedankt Mil, we komen hier binnenkort uitgebreider op terug.

             Vele aanliggende parochies benijden onze actieve Sint Paulus gemeenschap, en dit geeft ons een warm gevoel. Tevens moeten we ons realiseren dat dit enkel kan door een actieve inzet van velen, van eenieder. Het is  onze opdracht om steeds voor voldoende instroom te blijven zorgen zodat voor eenieder de opdracht haalbaar en combineerbaar te houden. We zoeken dus nog steeds naar nieuwe enthousiastelingen op diverse fronten- voor en achter de schermen, zowel handen als geest...ik zou zeggen aarzel niet langer, voel je je aangesproken -meldt u – we rekenen op je!  

 

HERDERLIJKE BRIEF  
HERDERLIJKE BRIEF OM VOOR HET WEEKEINDE VAN 2-3 JANUARI 2010 

Broeders en zusters,
Vandaag vieren we het feest van de Openbaring van de Heer. Drie wijzen uit het oosten kwamen bij het pasgeboren kind in de kribbe. Zij begroetten in Jezus het licht van de wereld. De drie wijzen waren op zoek, zoals wij, naar waarheid en goedheid. Ze schrokken niet terug voor een verre en lange tocht. Ze stapten zelfs tijdens de nacht en lieten zich leiden door een ster. Tot ze aankwamen waar ze het niet verwacht hadden. Ze kwamen bij een pasgeboren kind, bij twee eenvoudige ouders, in een schamele stal. Hun verwondering was groot. Kan een klein kind het licht van de wereld zijn? Kan God zo dichtbij komen? Laat God zich vinden onder eenvoudige mensen? Het verhaal zegt niet dat de drie wijzen het begrepen, wel dat ze knielden en het kind hun geschenken aanboden: goud, wierook en mirre. Na de wijzen uit het kerstverhaal is het onze beurt. Ook wij begroeten in Jezus het licht van de wereld, het licht op onze levensweg. Jezus blijft welkom onder ons, bij ons thuis en in onze gemeenschap. Rond hem vormen wij één grote familie. Heer Jezus, laat uw licht stralen over onze aarde, overal waar mensen op zoek zijn naar vrede en geborgenheid.
Op 1 januari hebben we het nieuwe jaar feestelijk ingezet. We hebben elkaar een gelukkig 2010 toegewenst, voorspoed en gezondheid. Graag wil ik mij bij deze nieuwjaarswensen aansluiten. Toch zouden onze wensen niet volledig zijn, zonder aandacht voor wie het komende jaar somber tegemoet zien, om welke reden dan ook. Met onze wensen nemen we ook onze zorgen mee in het nieuwe jaar, om er samen het beste van te maken. 
Vandaag, zondag van de Openbaring van de Heer, is het één jaar dat ik tot nieuwe bisschop van Antwerpen werd gewijd. Met dankbaarheid denk ik terug aan de mooie liturgische viering in de kathedraal, aan de deelname van veel gelovigen uit alle hoeken van ons bisdom, aan de vele blijken van sympathie die ik mocht ontvangen. Als bisschop begin je niet zonder aarzeling en vragen. Hoe zal het eerste contact verlopen? Wat wordt mijn belangrijkste taak?   Het is voor mij een intens en boeiend eerste jaar geworden. Ik heb veel pastores en medewerkers ontmoet, een aantal parochies en gemeenschappen bezocht, diverse diensten en bewegingen leren kennen. Al deze ontmoetingen verliepen in een sfeer van hartelijkheid en vertrouwen. Het is een boeiend bisdom dat ik leer kennen. Daarvoor ben ik oprecht dankbaar.    Vooral dank ik u voor uw gebed voor ons bisdom en voor de bisschop. Alleen met Gods zegen kunnen we onze zending als christelijke gemeenschap aanhouden. 
 In zijn homilie tijdens de bisschopswijding zegde de kardinaal: “Herders zijn  de behoeders van de hoop, de bewaarders van het vertrouwen in de gemeenschappen. Hun hoop berust niet enkel op menselijke gronden zoals een zonnig karakter of een onverwoestbaar goed humeur. De hoop van de herders steunt op God en zijn beloften. En God is trouw. Hij is de ankerplaats in tijden van stormweer en het stuurvaste roer bij hoge zee”. Die woorden zijn in mij blijven naklinken. De bisschop is een behoeder van hoop, een bewaarder van vertrouwen. Als we kijken naar onszelf, gaan we twijfelen. Waar gaat onze kerkgemeenschap heen?   Hoe kunnen we het Evangelie beleven en doorgeven? Dat zijn vandaag geen gemakkelijke vragen. Toch is er hoop, zolang we maar naar Jezus blijven kijken. Zijn woord daagt ons uit en het sterkt ons. Zijn omgang met zieken en zwakken is voor ons een voorbeeld. Zijn lijden en sterven geeft kracht, wanneer ook wij ons kruis moeten dragen. Zijn nabijheid schept verbondenheid en solidariteit, vooral in het vieren van de eucharistie. Ja, er is er hoop voor onze kerkgemeenschap, zolang we uitzien naar Jezus en rond Hem blijven samenkomen. Daar wil ik als bisschop toe bijdragen: dat onze kerkgemeenschap in Jezus haar Heer en Vriend mag blijven ontmoeten.
Broeders en zusters, in 2009 herdachten we 450 jaar stichting van het bisdom Antwerpen. Binnen twee jaar, in 2012, zullen we 50 jaar herstichting van het bisdom Antwerpen vieren. Deze twee jubilea hebben we samengebracht in een driejarig project, onder het motto:  “Kerk onder stroom. 4(50) jaar bisdom Antwerpen”. Het is een uitnodiging aan groepen en bewegingen, parochies en federaties, jongeren en ouderen om samen van wal te steken en het schip van de kerk in de vaart te houden. Als bisdom willen we blijven varen op een onderstroom van geloof, hoop en liefde. Ik dank allen die aan dit project hun medewerking willen verlenen.    
Broeders en zusters, ik bid dat Gods zegen u mag begeleiden elke dag van het nieuwe jaar. Verbonden in de Heer Jezus,

+ Johan Bonny
Bisschop van Antwerpen

HEILIGE FAMILIE

In het tijdschrift met homiletische suggesties las ik het volgende opver de heilige familie waarvan wij u het feest vieren.
Het gezin van Jozef en Maria: een “heilige” familie?
Klinkt het bijvoeglijk naamwoord 'heilig' hier niet wat vreemd? Als je Lucas' bericht onbevangen leest kun je er niet omheen: bepaald heilig ging het er niet aan toe op die bedevaart naar Jeruzalem. Van een twaalf­jarige jongen verwacht je niet dat hij zonder zijn ouders te verwittigen drie dagen blijft hangen in Jeruzalem. En je verwacht ook niet dat hij een bijna gevoelloos antwoord geeft aan zijn radeloze ouders wanneer hij teruggevonden wordt: "Wilt je dan niet dat ik in het huis van de Vader moest zijn?" Maria en Jozef zullen dolgelukkig geweest zijn dat ze hun Jezus teruggevonden hadden, maar tegelijkertijd zullen ze hem ook een pak slaag willen geven hebben. Heeft het overigens ook niet al te lang geduurd vooraleer Jozef en Maria met een zoekactie startten: twee a drie dagen!
Zeker niet het verhaal van een “heilige” familie!
Als ik dat las dacht ik onwillekeurig terug aan de ontroerende monoloog van Tine Ruysschaert over Cato de moeder van “onze Jef” de heilige Damiaan.
wat mij zeer trof was het beeld dat zij schetste van de familie De Veuster. Geen heilige familie – een doodgewoon hard werkend gezin – waarvan de moeder reeds 2 kinderen had voor het huwelijk. De zoon die daarin opgroeide was koppig, ongehoorzaam en moeilijk te temmen.
Zoals de familie uit Nazareth – zoals de familie de Veuster zo zijn er veel families die we allemaal kennen. Allesbehalve volmaakt, allesbehalve heilig. Het feest dat we vandaag vieren is niet de ophemeling van het ideale gezinnetje; waar het al eens waait en waar veel gebeurt dat vragen oproept en zorgen baart.
In feite is dat een grote geruststelling. Geen vader of moeder die moet optornen tegen eigenzinnige pubers zal zich door het feest van vandaag bedreigd voelen; maar eerder gerust gesteld. Ook Jezus was blijkbaar geen gemakkelijk manneke. Misschien voelen ook de alleenstaande vaders of moeders zich hierdoor aangesproken. Iedereen die niet in een normale gezinssituatie leeft. Weduwen, mensen die door hun partner verlaten werden, ongewild kinderloze mensen, of mensen die niet de juiste levenspartner gevonden hebben. Als het gezin waaruit Jezus kwam al niet volmaakt was, dan kan er hoop zijn dat het eigen gehavend gezin er ook bij hoort.
Maar waarom noemen we dan de familie van Nazareth de Heilige Familie?
Met deze vraag komen we bij de kern van het feest. Kijk eens naar Jozef: die heeft moeten aanvaarden dat zijn verloofde in verwachting was voor zij samen woonden, terwijl hij die zwangerschap niet had verwacht!
Moet je daarvoor al niet een beetje heilig zijn!
Kijk ook eens naar Maria: haar onvoorwaardelijk ja-woord – het volgen van haar ongewone zoon – die haar dikwijls in een moeilijk parket bracht – tot en met zijn schandelijke dood!
Mag zo iemand niet heilig genoemd worden.
En dan Jezus zelf: hoe Hij van kleins-af verlangde te doen wat de Vader van Hem verwachtte. De wil van de Vader heeft Jezus trouw tot op het kruis volbracht.
Het was een weg die gegaan werd door een doodgewone jongen, in een onooglijk vergeten nest in Palestina. Maar een levensweg die er in bestond hardnekkig te willen doen wat de Vader Hem had opgedragen.
De kern van het verhaal is dus: “Niet mijn wil, maar Uw wil geschiede, Vader”.
Elk volgens hun eigen roeping hebben Jozef, Maria en Jezus dat nagestreefd. Ze hebben de pijn en de vernederingen die er bij hoorden moedig gedragen. Ze hebben niet geklaagd; maar het als een normale situatie aangezien en deze zo geheiligd.
Is ons eigen gezin dan toch ook een beetje “heilig”? Ik durf ja te zeggen indien ieder van ons; of we nu in een normale of gehavende gezinssituatie leven; toch innerlijk de blik richting hemel aanhouden. En in stilte en misschien met een bang en een klein hartje toch durven bidden: “Vader, niet mijn wil, maar Uw wil geschiede.
Amen.

Paula Van den Eynde

DERDE ZONDAG VAN DE ADVENT

Beste mensen, misschien herinneren sommigen onder ons zich nog de tijd van de donderpreken in de kerken, waarbij de priester van boven op zijn kansel vurige boodschappen over zijn schapen liet neerkomen.  Deze tijd is al een hele poos voorbij.  Toch worden we heden ten dage weer meer en meer overdonderd door voorspellers en zogenaamde helderzienden, die een hele hoop miserie en onheil over de mensheid zien neerkomen.  En inderdaad leven we in een periode van politieke problemen, milieu, economische problemen en moreel verval, waarbij sommigen zich afvragen of het ergste nog moet komen.  Er is veel onzekerheid, mensen zitten met hopen vragen, we weten niet wat er morgen of ons zal afkomen. 
Eigenlijk was dit ook zo in de tijd van Johannes de doper.
En om een beter zicht te krijgen op het evangelie is het misschien interessant om eerst eens dieper in te gaan op die figuur van Johannes de doper.  Hij is iemand die we allemaal wel kennen,  ook dit evangelie is bij ons heel bekend.  Maar je moet weten dat die Johannes niet echt een zacht gekookt eitje was.  Hij stond bekend als zo’n donderprofeet, iemand die totaal geen blad voor de mond neemt.  En men had niet alleen ontzag voor hem, maar vooral angst.  Want als mensen naar hem toekwamen om zich te laten dopen, begon hij meestal met hen compleet de huid vol te schelden.  “Denk maar niet dat jullie door het doopsel alleen zullen gered worden !  Adderengebroed zijn jullie !  Boosaardige mensen die door nijd en laster het geluk van anderen vergiftigen.  Vreselijke rampen zullen over jullie neerkomen !”  Enfin, je begrijpt, je zou voor minder bang worden.
En toch, toch trekt Johannes de doper enorm veel mensen aan. En niet alleen gewone mensen.  Ook de tollenaars en de Romeinse soldaten komen naar hem toe, mensen die in die tijd echt gehaat werden door de bevolking.  De tollenaars stonden bekend als afpersers omdat ze de belastingen inden voor de Romeinse bezetter.  En die soldaten maakten zich schuldig aan plunderingen en chantage, dit blijkbaar met de goedkeuring van hun leider Herodes.  
Maar al die mensen komen naar Johannes de doper en stellen hem dezelfde vraag:  “Wat moeten wij doen ?”
Je zou dan verwachten dat Johannes de doper, met zijn reputatie, keihard naar hen zou uithalen.  Maar merkwaardig genoeg doet hij dit niet.  Johannes veegt hen de mantel niet uit.  Hij vraagt niet aan die doorwinterde woekeraars om hun smerig beroep op te geven.  Hij vraagt ook niet aan de soldaten om een andere job te gaan zoeken.  Hij vraagt ook niet aan ons dat we uitzonderlijke heldendaden zouden verrichten. Iedereen mag blijven doen wat hij doet.
Maar, wat wordt er dan wel van ons verwacht?  Aan de tollenaars vraagt Johannes dat ze niet méér belastingen zouden innen dan nodig.  Aan de soldaten vraagt hij om niet meer te plunderen en tevreden te zijn met hun soldij.  En aan ons …
Aan ons wordt gevraagd dat wij, iedereen in zijn eigen directe omgeving, gewoon proberen goed te doen voor elkaar.  Dit moeten geen spectaculaire gebeurtenissen zijn.  We moeten ons hiervoor niet anders gaan kleden, er zijn geen uiterlijke verschillen met anderen.  We moeten hiervoor ook niet in de pers of op TV verschijnen.  Gewoon goed zijn voor en solidair met elkaar.  Of zoals Johannes de doper zegt:  “Wie dubbele kleding heeft, laat hij delen met wie niets heeft, en wie voedsel heeft, laat hij hetzelfde doen.”  Beste mensen, als wij ons zo opstellen voor elkaar, mogen wij echt wel in blijde verwachting zijn van hij die doopt, niet met het water van de Jordaan, maar wel met de heilige geest.
Amen.

Henk Corluy.