LITURGIE - B JAAR 2006

CHRISTUS, KONING VAN HET HEELAL

Beste mensen, vandaag met het feest van Christus Koning vieren we meteen ook het kerkelijk oudejaar.  Volgende week, met de eerste zondag van de advent, start er weer een nieuw jaar.  En zoals dat gewoonlijk gaat tijdens oudejaarsdagen, worden de beste flessen wijn uit de kelder gehaald, en worden heerlijke gerechten op onze borden getoverd.  We zakken een beetje onderuit en al wat op dat moment rondom ons gebeurt, laten we maar gewoon gebeuren.  We proberen ons goed in ons vel te voelen, en ons vooral niet te veel zorgen te maken.
Maar juist nu, in plaats van al het lekkers op ons bord, legt Jezus wel een bijzonder lastige vraag op ons bord.  Want op het ogenblik dat Pilatus vraagt aan Jezus:  “Zijt gij de koning der Joden ?” vraagt Jezus tegelijk ook aan ons:  “En jullie mensen, wie zeggen jullie dat ik ben?”  Dus voor zij die dachten dat het alleen een moeilijke situatie was voor Pilatus, die eigenlijk niet goed weet wat met Jezus aan te vangen, en uiteindelijk uit eigen zwakte en uit vrees voor de opgehitste Joodse menigte, toch beslist om Jezus ter dood te laten veroordelen, neen, ook wij worden van dan af mee betrokken partij en zullen dus op Jezus’ vraag moeten antwoorden.
En laten we heel eerlijk wezen, net zoals Pilatus worstelt met Jezus’ antwoord, hebben wij eveneens de grootste moeite om Jezus’ vraag te beantwoorden.  Jezus zegt dat hij koning is, maar dan wel een koning zonder leger, zonder onderdanen en zonder grondgebied.  Hij zegt bovendien dat zijn koningschap niet bij deze wereld hoort.  Wel oefent hij zijn koninklijke functie uit door dienstbaarheid en  getuigenis af te leggen van de waarheid.  Daar komt nog bij dat het koninkrijk waar hij over spreekt, niet zijn koninkrijk is, maar dat van zijn vader.   Waarmee hij dus eigenlijk zegt dat hijzelf niet de koning is, maar de dienaar van Gods rijk.
Geen wonder dat wij het ook moeilijk hebben met dit gegeven “Jezus als een koning”.  Ik denk dat de grote moeilijkheid is, dat we moeten loskomen van de betekenis die we gewend zijn aan het woord “koning” te geven.  Wij verbinden al gauw koningschap met macht, met een majesteit die regeert over een bepaald volk of land.
Het feest van Christus Koning is eigenlijk een viering van de waarheid die het laatste woord heeft.  Een viering van het vooruitzicht dat eens zal vervuld worden wat we in het onze vader bidden:  uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde als in de hemel.  Het Christus Koningfeest vieren, is onze blik richten op de toekomst die ons is toegezegd.  Deze toekomst moeten we niet alleen verwachten met bidden, maar Jezus nodigt ons uitdrukkelijk uit om deze toekomst zelf mee gestalte te geven.  Wijzelf bepalen hoe deze toekomst er uit zal zien.  Wijzelf bepalen het gezicht van God.  Gaan we bang in een hoekje zitten wachten op wat komen gaat, of steken we vol vertrouwen de handen uit de mouwen?  En we moeten het niet te ver gaan zoeken:  zowel binnen de beslotenheid van ons eigen gezin als daarbuiten zijn er gelegenheden zat om gestalte te geven aan het gelaat van God.  Zowel in onze eigen buurt als ergens ver weg kan de toekomst vorm krijgen.  En Jezus belooft ons hierin bij te staan.  Het streven naar waarheid en gerechtigheid zullen hierbij centraal staan. 
En vandaag, op de drempel van een nieuw kerkelijk jaar, mogen we toch wel eens even vooruit kijken.  We mogen geloven in de hoop dat de gerechtigheid van Gods rijk aan het komen is.  Laten we ons niet overmannen door pessimisme over alles wat verkeerd loopt in deze wereld, maar laten we veeleer moed vatten uit de vele goede dingen die rondom ons gebeuren.  We mogen echt wel geloven dat het rijk van God aan het groeien is, op vele plaatsen, onmerkbaar misschien maar tegelijk onweerstaanbaar, als vele mosterdzaadjes, als stukjes gist die deeg doen rijzen.  De vraag die Jezus ons dan eerder stelde:  “Wie zegt gij dat ik ben?” kunnen we dan beantwoorden overal waar mensen gerechtigheid doen, op welke bescheiden schaal ook, of waar vrede wordt gesticht, hoe broos misschien ook, of waar vergiffenis wordt gevraagd en gegeven, waar schuld wordt uitgewist en waar mensen zich met elkaar verzoenen.

Henk Corluy.

ALLERHEILIGEN  - HEILIGEN VAN ALLE SLAG

Heiligen vieren wij het hele jaar door, maar vandaag nemen we ze allemaal tegelijk: het lijkt wel of we bang zijn er eentje te vergeten. Maar er is natuurlijk veel meer aan de hand, het gaat niet alleen om heiligen  die een plaatsje gevonden hebben op de kalender,  mensen die officieel heilig verklaard werden.  Het gaat om de zovelen die in de loop der eeuwen hun leven gebouwd hebben op de boodschap van Jezus. In het Boek Apocalyps trekt Johannes  vandaag even een gordijn opzij zodat we kunnen binnengluren in een toekomstige wereld. Hij spreekt van 144 000 getekenden uit alle stammen van Israël, en daar boven op nog een ontelbare menigte, die niemand tellen kan. Het zijn mensen, vertelt Johannes, die te lijden hadden onder de ‘grote verdrukking’, en hij bedoelt daarmee de vervolgingen onder keizer Diocletianus op het einde van de 1e eeuw. Ze zijn getekend, God heeft ze zich toegeëigend. Met dit visioen wil Johannes zijn geloofsgenoten bemoedigen en sterken.
Maar wat hebben wij aan zo’n tekst van een kleine 2000 jaar oud? Kunnen wij ons daar nog in herkennen? Wij lopen toch niet onmiddellijk gevaar te worden opgepakt om ons geloof?
Toch is geloven in de wereld van vandaag niet zo vanzelfsprekend. In het openbare leven wordt aan het geloof nog nauwelijks een plaats gegund. Er is de manier waarop men in de media omgaat met religieus nieuws: het is meestal onvolledig, uitspraken haalt men uit hun context  en enkel wat men als sensationeel kan voorstellen wordt er uitgepikt. Er wordt wat meewarig neergekeken op wie nog gelovig is en men stelt het voor als een verschijnsel uit ver vervlogen tijden.  Wie te goeder trouw toch als gelovige wil doorgaan, gaat zich  soms afvagen of het allemaal nog wel zin heeft en raakt ontmoedigd.
Gaat het hier dan misschien over onze ‘grote verdrukking’? En kunnen wij in dit Boek Openbaring dan toch wat inspiratie en bemoediging vinden – op maat van onze dagen gesneden - om verder met Jezus op weg te gaan?
De weg van Christus gaan, en dat met Hem. Daar komt het dus op aan. Misschien gemakkelijk gezegd, maar hoe wordt het meer dan alleen maar zelfvertrouwen inpraten, meer dan alleen maar wat vrome woorden?
Wie alleen op eigen kunnen rekent, is nogal overmoedig en vol vermetel zelfvertrouwen. Maar wie erop rekent dat het hem allemaal vanzelf in de schoot zal vallen, is er misschien toch wel te gerust in en neem een groot risico.
In de navolging van Christus is er een spanning, een samenspel tussen gave en opgave, tussen ontvangen en doen, tussen ‘het overkomt mij’, en ‘ik werk eraan’, tussen ‘zomaar gratis’, en ‘toch ook verdiend’. Er is duidelijk sprake van tweerichtingsverkeer.
In de eerste lezing  was er sprake van ‘getekenden’: dat wijst op een beweging van God naar ons toe. Die bevrijdende ontmoeting  met God is voor de mens op de eerste plaats gave, gratis geschonken, zonder dat we er iets voor op tafel moeten leggen: het initiatief gaat van God uit.
Wat er dan van ons kan komen is ons antwoord: als God contact zoekt met mensen, dan moet er ook een antwoord komen, anders is er geen contact.  Dat antwoord kan er alleen maar komen als we open staan voor de vraag, de uitnodiging; als we, in de lijn van de zaligheden, arm van geest, nederig van hart zijn.  Wie daarentegen vervuld is van zichzelf, laat geen ruimte meer om te kunnen ontvangen. Als een hart elders al zijn verzadiging gevonden heeft, ziet ook God geen kans meer om een leegte te vullen. De zaligheden wijzen ons de weg om in de lijn van Jezus werk te maken van een goede levenshouding.
Allerheiligen is zowat het grote familiefeest van de Kerk. Een feest dat gebouwd is op het geloof dat het Pasen van de Heer ook gevolgen heeft voor zijn volgelingen. Vandaag vieren wij dan ook al diegenen die in hetzelfde geloof zoekend hun weg zijn  gegaan. Velen hebben sporen nagelaten en die kunnen ons helpen om ook die weg te vinden. Het zijn de tallozen ‘gewone’ heiligen, ‘getekenden’, die we misschien meer nabij voelen en die nauwer aan het hart liggen dan de ‘gebrevetteerde’ heiligen. Mensen die we van nabij gekend hebben en die indruk gemaakt hebben, mensen met wie we een stuk weg samen hebben afgelegd. We zijn ze dankbaar en bewaren een warme herinnering in ons hart.
En waar vinden we dan de ‘moderne’ heiligen? Misschien tussen de buurtwerkers in de probleembuurten die conflicten trachten te voorkomen of op te lossen? Of de mensen die in de opvangcentra met veel geduld vluchtelingen trachten te begrijpen? Of de engelen die in het drukke verkeer altijd weer de slachtoffers uit de verhakkelde wagens gaan bevrijden? Of misschien de verplegers en vrijwilligers die een stuk begeleiding verzorgen voor met terminale patiënten ?
Och, we vinden ze overal, in allerlei situaties, in allerhande beroepen. Overal kunnen we mensen vinden die zichzelf opzij zetten en kiezen voor de anderen.
De wonderen zij de wereld niet uit zeggen wij, nee, maar gelukkig ook de heiligen niet!
Een zalige hoogdag!

Bert Taeymans

30 ste ZONDAG DOOR HET JAAR                  

De leidraad door de drie lezingen :

- Zonde en zwakheid maken het voor elke mens, en voor Gods volk in ’t algemeen, moeilijk om Gods wegen te gaan, van duisternis naar het licht.
- Hiervoor is een zuiveringsproces nodig, wat doorgaans tijd vergt en vaak gepaard gaat met lijden en verlies.
- Maar God waakt en bekommert  zich om zijn volk , maar ook voor elke mens in ’t bijzonder :
Zijn liefde snelt ter hulp, ondersteunt, bevrijdt, geneest.
- Van Gods volk, en van elke gelovige, wordt verwacht dat ze God erkennen als zorgende Vader en Jezus vertrouwen als hun Redder.

Jer. 31, 7-9

Het joodse volk is in Babylonische ballingschap en beleeft daar een periode van zuivering. Maar God troost zijn volk bij monde van zijn profeet. Hij belooft dat Hij ze    ‘ uit ballingschap terug zal halen en bijeenbrengen, ook de blinden en de lammen, de zwangere en barende vrouwen’, m.a.w. : hij waakt ook over de zwakken, zij die normaliter op zo’n tocht langs de kant achterblijven.
’ Ik voer hen naar stromende beken over gebaande wegen’ duidt op deze zorg voor onze dagelijkse noden.‘ Ik ben toch Israëls vader, en Efraïm is mijn eerstgeborene’ geeft aan dat God zich tot zijn volk gedraagt als in een vader-kind relatie.

Hebr. 5, 1-6

Dit epistel is een hulde aan Jezus als hogepriester, die door zijn lijden de mensheid uit de duisternis bevrijdt.
Net zoals de andere priesters ( toen en nu ), wordt Hij door God uitverkoren.
de gewone priester verschillen van Jezus echter hierin dat zij zelf ook zondaars zijn en vergeving nodig hebben, terwijl Jezus’ begrip voor de zwakheid van de mens voortkomt uit zijn volmaakte liefde.

Mc. 10, 56- 62

-- Situering

Deze passage uit het evangelie van Marcus heeft plaats tijdens de laatste optocht vanuit Galilea naar Jerusalem, waar Jezus de kruisdood zal sterven.
Marcus plaats een genezing van een blinde aan het begin van de reis ( in Betsaïda ); deze wordt na genezing weggestuurd en hem wordt gevraag hierover niet te spreken ( ‘Ga zelfs uw dorp niet in’ Mc. 8, 26 ).
Bij de laatste etappe, op de weg van Jericho naar Jeruzalem, wordt de genezing van Bartimeüs verteld. Hij mag na zijn genezing Jezus zelfs volgen, m.a.w. : Jezus wil geen geheim meer rond Zijn persoon.
Tijdens deze reis maakt Jezus tot drie maal toe een lijdensvoorspelling, die telkens botst op ongeloof en onbegrip vanwege de apostelen en de leerlingen.
Zij blijven zich vastklampen aan het idee van een aards koninkrijk, aan de hoop op glorie en eer ( denken we maar aan de discussie onder de apostelen over wie de grootste onder hen is, aan de vraag van Johannes en Jakobus  om aan weerszijden van Jezus te zetelen).
Op deze en andere incidenten ( zoals de ontmoeting met de rijke jongeling ) reageert Jezus door netjes de puntjes op de i te zetten : rijken komen moeilijk het Rijk Gods binnen; zij die Hem volgen zullen het Rijk wél binnentreden, maar van lijden en vervolging zullen ze niet gespaard blijven ; Hem volgen betekent de anderen dienen en niet gediend worden, etc.
Dit alles maakt de volgelingen neerslachtig en verontrust.  
In schril contrast met de leerlingen staat de houding van de twee blinden. Hun blindheid plaatst hen niet alleen in duisternis maar ook aan de zelfkant van de maatschappij. Hun eenzaamheid en hun lijden heeft hen geestelijk gerijpt. Ze staan   veel verder dan de  leerlingen in hun besef van wie Jezus eigenlijk is : de Messias, waarvan zij verlossing verwachten.

- Nader onderzoek van de lezing zelf

Kijken we nu naar wat er feitelijk in deze bijbelpassage gebeurt.
Er zijn drie protagonisten : Bartimeüs, Jezus en de volgelingen.
Het is dankzij ‘het volk’ dat Bartimeüs op de hoogte is van de komst van Jezus. Hij heeft hen over Jezus horen praten of hij heeft hen ondervraagd. Hoe dan ook, zonder de volgelingen zou Jezus ongemerkt aan hem zijn voorbijgegaan. ( Hier komen we later nog op terug )
Bartimeüs neemt dan een dubbel initiatief : hij verkondigt dat Jezus de Messias is
( ‘ Zoon van David ‘) én hij drukt uit dat hij van Hem verlossing verwacht ( ‘ Heb medelijden met mij’ ).
Hij doet dit luidkeels en dit stoort de menigte, die al ontstemd is en, op weg naar Jeruzalem, zeker een luide acclamatie van de Messias niet op prijs stelt.
Bovendien blijkt uit de tekst dat zij, de volgelingen van Jezus en respectabele joden, hem, een bedelaar langs de weg, met misprijzen behandelen.
Ze staan a.h.w. als een hindernis tussen Bartimeüs en Jezus. ( Dit onthouden we ook voor later).
Jezus nu, staat ook alleen temidden van de zijnen op dit moment van zijn openbaar leven, onbegrepen door zij die Hem beminnen en beklemd door wat hem te wachten staat. Hij hoort de roep van Bartimeüs en gaat er onmiddellijk op in.
Hierdoor wijzigt de menigte haar houding tegenover de blinde. Als Jezus Bartimeüs aanspreekt dan is hij blijkbaar toch niet zo gemakkelijk te negeren.
Na zijn verbale geloofsbelijdenis voegt Bartimeüs onmiddellijk de daad bij het woord.
Hij ‘werpt zij mantel af’, zijn enig bezit, om Jezus’ oproep te beantwoorden ( in tegenstelling tot de houding van de rijke jongeling )Hij ‘springt overeind en komt naar Jezus toe’.
De twee staan nu tegenover elkaar, als evenwaardige partners, en het dialoog kan plaats vinden.
Jezus vraagt wat hij van Hem verlangt en Bartimeüs spreekt zijn wens uit.
Deze schijnbaar onnodige woorden gaan bijna altijd aan een genezing vooraf. Dit is Jezus’ manier om de man te eerbiedigen in zijn waardigheid als vrije mens.
Na zijn genezing kiest hij ook uit vrije wil Jezus te volgen, op zijn weg naar Jeruzalem.

- Wat leren we van Bartimeüs?

Ieder van ons leeft min of meer in duisternis. God begrijpen, Gods liefde ten volle beantwoorden, daar trachten we naar maar dat kunnen we zelf niet bewerkstelligen.
Maar dat is niet erg.
Wat wél erg zou zijn, is dat we bij de pakken zouden blijven zitten.
De eerste stap is een akte van geloof stellen.
Ik ken iemand die een bibliotheek vol boeken heeft over Jezus en de christelijke spiritualiteit. Hij is nu 90 jaar maar heeft nog steeds de eerste stap niet gezet, om gewoon te zeggen : ik geloof. Hoe jammer!
De tweede stap is een akte van vertrouwen : onze nood, ons verlangen uitdrukken, met aandrang en met kracht, met de zekerheid dat God zijn kinderen ter hulp komt.
Er is niets droevigers dan christenen horen zeggen : ik vraag niets aan God. Er zijn ergere gevallen dan ik, ik vraag alleen voor anderen.
Dit is een totaal verkeerd begrepen edelmoedigheid. Voor God is ieder van ons uniek en Hij verlangt dat ieder van ons zijn liefde ervaart. Alsof die niet groot genoeg is om ieder mensenhart te vullen! Zo doen we Hem ongewild onrecht aan!

- Wat leren we van de volgelingen in deze tekst?

Zonder de volgelingen zou Bartimeüs Jezus’ aanwezigheid niet vernomen hebben.Dit is een aspect van de Kerk dat we al te zeer onderschatten.
Jezus heeft zijn  Kerk nodig om zich aan de mensen kenbaar te maken. Dat is zijn keuze. Maar wel een risicovolle keuze
Het is een realiteit die ons een enorme verantwoordelijkheid geeft.
Veel jonge mensen van vandaag zijn opgegroeid zonder enige vorm van geloofsoverdracht of zelfs maar een inleiding tot de tradities van het christendom. Daarmee zijn ze in hun zoektocht naar spirituele zingeving volledig aan zichzelf overgelaten. Met soms pijnlijke gevolgen.
Zo woonde ik onlangs een huwelijkszegening bij waarbij het echtpaar er oprecht van overtuigd is dat ze als christenen het sacrament van het huwelijk hebben ontvangen. Niets is minder waar. Ze zijn in een wazige, nietsbetekenende schijnspirituele beweging terecht gekomen die het woord Christus zwaar misbruikt en naar haar hand zet.
Naar eigen zeggen had de bruid van thuis geen enkele spiritualiteit of feitelijke godsdienstige opvoeding meegekregen en heeft ze nu gevonden wat ze zocht. Uit onwetendheid heeft ze echter nepjuwelen  voor echte parels aanzien. Wie is verantwoordelijk?
En wat valt er te zeggen over die twintig duizend paartjes die onlangs in Seoul en de sekte van de Moonies zijn gehuwd?  Hen staat een leven van miserie en afzien te wachten.
Wie had hen over Jezus moeten vertellen en heeft dit verzuimd? 
Zonder verkondiging, zonder geloofsoverdracht, bij afwezigheid van een authentiek voorbeeld van gelovig leven, hebben deze mensen geen enkel houvast.
Deze opdracht werd aan ons, de oudere generatie, toevertrouwd en daar zullen wij rekenschap van moeten afgeven.
- Wat we ook in deze passage zien is dat de houding van de volgelingen tegenover Bartimeüs, als buitenstaander, ronduit shockerend is. Ze ontmoedigen hem zelfs en behandelen hem met minachting.

Hoe zit het met ons, volgelingen van Christus vandaag ?

Geeft onze manier van leven aan anderen het brandend verlangen om ‘ te weten wat wij weten en te beleven wat wij beleven’? Om zich bij ons aan te sluiten om te ontdekken wat ons tot vreugdevolle, gelukkige mensen maakt?
Al te vaak horen we van mensen dat ze, in hun toenadering tot de Kerk, werden ontmoedigd door de onverschilligheid, de hardheid van de leden van de parochie of beweging en dan onverrichter zake zijn teruggekeerd.
Hoe veel komt het niet voor dat deze zoekende mensen het gevoel krijgen dat ze ‘niet goed genoeg zijn’, dat ze ‘niet voldoen aan de normen’ ? ( Welke normen ? ) Dat ze afgewezen worden door de ‘weldenkende christenen van goede naam en faam met een zuiver geweten?

Laten we dan deze zondag stilstaan bij deze twee vragen :
- Reken ik echt op Christus als mijn Redder in alle aspecten van mijn leven?
- Gedraag ik me als christen zodanig dat ik de mensen aanmoedig om Jezus te zoeken en te volgen?
En ben ik bereid om, waar nodig, te getuigen van mijn geloof?

  C. Gunzburg

28 ste ZONDAG DOOR HET JAAR

De ontmoeting van Jezus met de rijke jongeling is een bekend evangelieverhaal. Ook de reacties zijn bekend. ‘Wat moeten we er mee aan?’ ‘Zo’n radicale eis!’ ’Het is toch onmogelijk voor ons om zomaar alles te verkopen!’ Ja, de vergelijking van de kameel door het oog van de naald is dan wel erg toepasselijk. Maar zo onmogelijk en absurd is het niet met die kameel. Het gaat niet om een stopnaald. Waarschijnlijk gaat het om een boogvormige lage doorgang in een nauw straatje van Jeruzalem. Het werd in de volksmond ‘het oog van de naald’ genoemd. Een beladen kameel kon er niet door. Je moest de pakken eerst afladen. Dan ging het wel. Dus geen onmogelijke opdracht. Het vroeg alleen een inspanning. En eigenlijk is het een goed beeld. Zoals je een kameel moest afladen, zo moet je je ontdoen van datgene wat je leven teveel beheerst indien dit een liefdevol leven in de weg staat. We moeten onze echte levensprioriteiten bepalen, en zien welke krachten ons conditioneren, we moeten op zoek naar de echte levenswijsheden zoals de eerste lezing aangeeft.
Laten we even terugkeren naar het verhaal. De jongeman heeft materieel gezien niets tekort, maar toch is hij zoekend, wil hij meer inhoud geven aan zijn leven enerzijds en anderzijds zoekt hij naar ‘zekerheid’ omtrent het eeuwig leven. In een eerste reactie zegt Jezus “respecteer de geboden en verboden”, dit is de minimum drempel –de eerste stap. Interessant om te lezen is dat Jezus er een gebod aan toevoegt “je zult niemand tekort doen”. Wanneer de jongeling antwoordt dat dit geen probleem is, nodigt de Jezus hem uit door hem liefdevol aan te kijken om een stap verder te gaan, en zegt “ één ding ontbreekt je ?” Wat kan dat ene zijn? Is het een schat in de hemel verzamelen in plaats van op aarde of is er eerder bedoeld –de echt gelovige mentaliteit, een zelfgave – en niet de zakelijke berekening, het strikt opvolgen van de voorschriften? Voor de jongeman ging het opgeven van zijn enige zekerheid een brug te ver en ging bedroefd heen.
Dat doet me denken aan een joods verhaal:Er was eens een man die rijk maar ongelukkig was. In de hoop terug vreugde in het leven te vinden, ging hij raad vragen aan een rabbi. De rabbi zei tegen hem: 'Kijk eens door dit raam en vertel me wat je ziet.' - 'Ik zie mensen op straat die heen en weer lopen.' Toen hield de rabbi hem een spiegel voor en zei: 'Kijk eens in deze spiegel en vertel me wat je ziet.' - 'Ik zie mezelf!' riep de man uit. 'En de anderen, zie je die niet meer?' vroeg de rabbi. 'Denk er dan aan dat het venster en de spiegel allebei gemaakt zijn van glas. Alleen is er bij de spiegel achteraan een laagje zilver op gezet. Door het zilver zie je alleen nog jezelf, terwijl je door het glas van het venster de anderen kunt zien. Dat is er ook bij jou gebeurd: toen je nog arm was, zag je de anderen en had je medelijden met hen. Nu je bedekt bent met zilver, zie je alleen nog jezelf. Misschien moet je het laagje zilver wegkrabben zodat je de anderen weer kunt zien en gelukkig wordt.
Zo kennen we een aantal mensen die op een bepaald moment in hun leven resoluut gekozen hebben voor de ander: Mandela, Moeder Theresa, Franciscus van Assisi, maar ook mensen van bij ons: Jan Vermeire van Poverello maar wie meer dan Jozef Deveuster, die vandaag in Rome heilig wordt verklaard. Zo’n 125 jaar geleden kwam pater Damiaan aan in Molokai en deelde het leven met zijn melaatsen. Onder moeilijke omstandigheden probeerde hij aan deze vergeten groep mensen troost en hoop te brengen. Met zijn mensen, die door de buitenwereld waren afgeschreven, probeerde hij een menswaardig bestaan op te bouwen, tot hij zelf melaats werd. Hij gaf zichzelf weg zoals Jezus vroeg en hem voorgedaan heeft. Drie jaar voor zijn dood gaf hij aan waar hij zijn kracht vandaan haalde. Hij schreef: 'Zonder de aanwezigheid van de Heer Jezus in mijn kleine kapel zou ik nooit mijn leven aan dat van de melaatsen voor altijd kunnen verbinden.' Dankzij Damiaan zijn ze nu mens onder de mensen, en zijn ze nooit meer alleen. Het werk van één man, het wonder van het geloof, van het doorzettingsvermogen in Jezus' naam en naar zijn voorbeeld.
Natuurlijk denken we nu “zoiets is enkel voor uitzonderlijke mensen, en daar behoor ik niet toe.” Evenwel hoeven we het niet zo ver te zoeken. Hebben we voldoende aandacht  voor onze gezinsleden, onze familie, onze buurt? Vandaag is het ook nationale ziekendag, een dag waar de chronisch zieken en hun leefwereld centraal staan. Een krimpend sociaal netwerk en een dreigend sociaal isolement zijn reële risico’s. Deze mensen, ook in onze buurt, hunkeren naar solidariteit, een luisterend oor, een bemoedigend woord, een helpende hand, een hart dat meeleeft.  Laten we hierbij steeds als compas houden dat de waarde van de mens niet zit  in wat hij heeft, maar wel wat hij is voor de ander. Om deze levensopdracht aan te kunnen, mogen we voortaan bidden: Heilige Damiaan, wees ons nabij en sterk ons.

Rik Wyffels

23 ste ZONDAG DOOR HET JAAR

“Geweldig, wat Hij allemaal doet!”, zeggen de mensen. “Nu heeft Hij weer een dove laten horen”. Maar Jezus verbood het aan iemand te zeggen. Waarom toch?
Wat Jesaja in de eerste lezing aankondigde, wordt hier werkelijkheid.  Jesaja wilde de ballingen een hart onder de riem steken, want ook zij stonden voor een muur van onbegrip. In het vreemde land kwamen zij in aanraking met een vreemde cultuur, al het vertrouwde hadden zij moeten achterlaten. Zij begrepen  niet wat de mensen zegden, konden zichzelf niet verstaanbaar maken. Noodgedwongen kwamen zij in afzondering terecht, een soort nieuw verblijf in de woestijn. En in die context zegt Jesaja: “Vat moed! Uw God komt om u te redden,!” En dan begint hij haast alle genezingen op te sommen die Jezus nu bewerkt. Het is een droom, een visioen van een nieuwe tijd. Een tijd die laat vermoeden waartoe mensen in staat zijn als ze niet doof blijven voor Gods oproep. Want God breekt door waar mensen elkaar helpend nabij zijn: hier zijn het mensen die de dove bij Jezus brengen: nabije mensen brengen ook God nabij! 
De man die hier bij Jezus gebracht wordt, is niet in staat om te communiceren: luisteren of praten is hem niet gegund. Zijn kennissen of toevallige aanwezigen brengen hem bij Jezus  in de hoop dat die zijn eenzaamheid zou doorbreken.
In een van de oudste tradities in de bijbel vinden wij het verhaal van de toren van Babel: het verhaal van mensen die met hun eigen technisch kunnen wilden uitpakken en die mekaar uiteindelijk niet meer begrepen. Ze werden als vreemden voor elkaar, alle communicatie was verdwenen.
De bijbel zet ons soms op weg om ook in de spiegel te kijken. Op gebied van communicatie worden we als nooit tevoren overspoeld door allerlei technische snufjes. Radio en TV moeten het afleggen tegen internet, de vaste telefoon tegen het mobieltje, en een brief gaat stilaan herinneringen oproepen aan de tijd van de postkoets, want nu hebben we e-mailtjes en sms-jes. Om nog niet van het facebook te spreken! Als dat geen vlotte communicatie is! Een technische explosie die bijna niet te volgen is.
En toch: al die snufjes kunnen ook een contactarmoede verhullen: die wat schrale e-mails en die vluchtige sms-jes verdwijnen in het niets naast een brief die met een warme pen geschreven is of naast een rustig, begrijpend gesprek waarbij de tijd bijkomstig wordt.
Daarbij zijn we met het nieuwe werkjaar weer overgeschakeld naar een hogere versnelling: elk radertje is weer op zijn plaats terechtgekomen en draait weer lustig mee. De agenda’s staan weer vol en de mama’s of de oma’s zijn weer druk in de weer druk in de weer tegen de tijd dat de kinderen van school terugkomen. Het vaste ritme is er weer: ’s morgens de bus of de trein op, de files trachten te ontwijken, en ’s avonds weer moe naar huis.
Dan duikt het gevaar op dat we met zijn allen, zoveel als we zijn, kleine eilandjes naast elkaar gaan worden, ieder bezig met zijn eigen zorgen en problemen, bewust gekozen of onbewust ondergane eenzaamheid. Dan riskeren we doof en blind te worden voor wat er rondom ons afspeelt. Tijd voor een rustig gesprek, voor een wat dieper contact, of voor een vraag die bij een vriend of collega op de lippen brandt, maar die onuitgesproken dreigt te blijven. 
Jezus haalt mensen uit hun isolatie, uit de kleine wereld waarin ze opgesloten zitten, Hij maakt ze open  voor medemensen. Mensen zijn gemaakt om te communiceren, om met mekaar om te gaan.
Vandaag zegt Jezus ons: “Effeta”! Ga open.  Hij nodigt ons uit om gebruik te maken van oog en oor, onze mogelijkheid om met mensen om te gaan, mensen helpen om uit zichzelf te komen. Waar mensen voor mekaar openstaan, daar worden mensen vrij, daar komen nieuwe krachten los.
Marcus sluit zijn verhaal af met iets  dat ons wat verrast doet opkijken. Jezus verbiedt de omstanders het gebeurde aan iemand voort te vertellen. Waarom toch? Wij zijn eerder geneigd te zeggen: zoiets moet toch bekend geraken! En een beetje promotie is altijd meegenomen. En journalisten zouden vandaag vechten om de primeur! En een TV-spotje doet het ook wel goed!
Maar zo denkt Jezus niet. Hij weet dat met Hem de tijd van het heil is aangebroken, de vervulling van wat de profeten in hun visioenen hadden opgeroepen. Maar Hij weet ook dat die weg niet zonder gevaren is, dat ze Hem zullen willen gebruiken met andere bedoelingen. Hij wil geen volgelingen die alleen uit zijn op gemakkelijk succes, die uitgaan van  aardse bedoelingen en berekeningen. Nee, wie Hem wil volgen moet ook durven meestappen op de kruisweg, en wie Hij werkelijk is, zal pas met Pasen duidelijk worden.  Maar  dat konden zijn tijdgenoten nog niet begrijpen, daar waren ze nog niet klaar voor. Maar heel geleidelijk zouden zij, en vandaag ook wij, die moeizame weg vinden om Hem te leren ontdekken. 

Bert Taeymans

20 ste ZONDAG DOOR HET JAAR

Als wij van iemand zeggen dat hij goed zijn brood verdient, of van een klungelaar dat hij zijn boterham niet waard is, dan gaat het om veel meer dan om dat stuk brood. Dan roept het woord ‘brood’ alles op om op een menswaardige manier te kunnen leven. Brood is in ons taalgebruik direct verbonden met leven.
Brood dient in de eerste plaats om je honger te stillen en om te overleven, en dat is ook de basis waarop Jezus hier steunt. Maar het is ook veel meer dan dat: meer ook dan het manna dat de vaderen te eten kregen in de woestijn. Die konden ermee in leven blijven, maar dat heeft niet verhinderd dat ze uiteindelijk gestorven zijn. Maar het brood dat Jezus ons geeft, is meer: het daalt uit de hemel neer, heeft te maken met een ander soort leven, het geeft ons leven dat verder reikt dan de dood, het tilt ons over de dood heen.  En hier krijgen de woorden en de beeldspraak nu een dubbele betekenis:  er is het brood dat we eten, en er is Jezus zelf: zijn woord en zijn handelen. In de persoon van Jezus komt God tot ons, laat Hij zich kennen, maakt Hij duidelijk wat Hij met de mens voor heeft. In Jezus is Gods liefde tastbaar en herkenbaar geworden, wie Jezus in zijn leven aanvaardt, komt  in contact met Gods eigen leven, maakt ruimte voor God vrij en zal uiteindelijk niet voor goed sterven, want Gods liefde reikt verder dan de dood en is er niet door begrensd.
Brood staat ook symbool voor het opbouwen van gemeenschap: er ontstaat levensgemeenschap wanneer wij het brood breken om het te delen.        
En zo is de maaltijd teken van gemeenschap. In het boek Exodus vinden wij het verhaal van het sluiten van het verbond: Mozes trok met de 70 oudsten de berg op: zij zagen de God van Israël, en zij aten en dronken.
Wie met Jezus tot gemeenschap komt door het eten van het brood des levens, treedt daardoor ook in gemeenschap met God. Wie van dit levensbrood eet, wie in Jezus de manifestatie van God onder de mensen herkent, zal geen honger of dorst meer kennen: Jezus is het antwoord op onze levensvragen, in Hem wordt onze levenshonger vervuld, de honger naar God, de vraag naar de zin van het leven, naar alles wat het leven de moeite waard maakt om te leven.
Brood blijft in eerste instantie noodzakelijk middel om onze honger te stillen, en verder biedt het gemeenschap aan hen die het samen eten, het is bovendien symbool van de verwevenheid van dood en leven. Wanneer de graankorrel niet sterft in de aarde, komt er geen nieuw graan.  En brood kan pas ontstaan wanneer het graan gemaaid en de korrels fijngemalen worden. Als het graan niet door de molensteen verpletterd wordt en fijngemalen tot bloem, kan het niet  tot brood worden. Nieuw leven is slechts mogelijk door de dood heen.
Maar hier is Jezus zelf de graankorrel: door zijn leven prijs te geven werd Hij brood ten bate van het leven van de wereld. Op die manier onthulde Hij voor ons de diepere zin van het leven: als brood aan de anderen gegeven zijn. Jezus laat zich aan ons kennen in een leven dat geheel gericht is op de anderen, dat zichzelf niet zoekt. In zijn aardse bestaan was Hij het brood dat uit de hemel is neergedaald, en wat Hij aan de mensen te eten geeft, is een liefde zonder grenzen.En ook vandaag is Hij voor ons het levensbrood: zijn vlees, zijn menselijk bestaan dat Hij op het kruis heeft prijsgegeven, schenkt Hij ons opnieuw in de eucharistie. Hier kunnen wij telkens weer opnieuw deel hebben aan het brood des levens, het brood dat uit de hemel is neergedaald. Wie deelneemt aan de maaltijd, heeft gemeenschap met Hem, draagt de kiem van eeuwig leven in zich. En dan gaat het niet om een privé gebeuren,  iets voor onszelf alleen: elke eucharistieviering heeft te maken met de geloofsgemeenschap die samenkomt, met de hele wereld. Daarom betrekken wij die wereld dan ook in onze voorbeden. In ons samenkomen wordt een stukje wereld geheiligd, onttrokken aan de dood,  om te komen tot het leven, dat geen einde kent. 

Bert Taeymans

MARIA TEN HEMEL

Twee uitzonderlijke vrouwen ontmoeten elkaar in de evangelielezing, en wij mogen er de getuigen van zijn. Allebei kijken zij terug op een wondere ervaring, en allebei staan zij voor een hoogst ongewone opdracht. Zij voelen aan dat het  gaat om iets dat hun eigen mogelijkheden ver zal te boven gaan en daarom zoeken zij steun bij elkaar en de kans om hun diepste gevoelens te kunnen uitspreken. Zij beseffen immers dat ze nu een rol gaan spelen in de heilsgeschiedenis en dat er grootse dingen staan te gebeuren..
Elisabeth is een bejaarde en begenadigde vrouw. Zij is in ruime mate vertrouwd met de Messiaanse belofte en zij noemt Maria een ‘gelukkige vrouw’, zij prijst haar omdat zij bereid is gevonden om aan de vervulling van de beloften mee te werken. Haar woorden roepen een feest op van belofte en toekomst.
Maria voelt zich klein in de grote geschiedenis van haar volk, en daarbij grijpt zij naar woorden die hun oorsprong vinden in haar vertrouwdheid met de Schriften. Als Lukas haar diepe vreugde wil weergeven, zoekt hij  inspiratie in het lied van Hanna uit het 1e Boek Samuël: ook zij zingt haar vertrouwen uit in de Heer als zij Hem smeekt om werk te maken van haar tot nog toe onvervulde kinderwens. Mensen voelen zich klein en schroomvol als zij oog in oog staan met  de oorsprong van het leven. 
In de wereld van toen speelde de vrouw geen rol in het openbaar leven. Als jong en ongehuwd meisje werd ook Maria gediscrimineerd. Maar bij God ligt dat anders. Want God kijkt met welgevallen op haar neer nu zij zich door Hem laat inspireren en klaar is om mee te werken aan het heil van de wereld;  Hij aanvaardt haar en doet een beroep op haar beschikbaarheid en haar bereidheid om ook de pijnlijke aspecten erbij te nemen, op de inzet van haar hele persoon. Eigenschappen die we later ook in Jezus  zullen terugvinden.
Want nu Maria in haar machteloosheid  door de Allerhoogste is aangeraakt, kan zij geen vrede meer vinden in structuren die mensen terugdringen en in hun mogelijkheden beperken. En zo zingt zij over  machtigen die van hun voetstuk  tuimelen en kleintjes die groot gemaakt worden, over rijken die met lege handen weggestuurd worden en mensen met honger die verzadigd zullen worden. En over de trouw waarmee de Heer zijn gedane beloften nakomt. Ook hierin is zij een smaakmaakster voor Jezus’ latere optreden. Ook Hij zal in zijn leven met meer aandacht de vrouwen benaderen die Hij ontmoet, en zoals de vrouwen aanwezig bleven aan de voet van het kruis, zullen zij ook de eerste getuigen mogen zijn bij zijn overwinning op de dood.
Nu de Drieëne God op Maria zijn aandacht  heeft laten vallen, is zij voor ons de belichaming van een hoopvolle toekomst, voorbij de grenzen van het leven. In wat God aan Maria al gedaan heeft, vinden wij een aanwijzing voor wat zijn plannen  zijn met de hele schepping: Hij zal haar omvormen en tot voltooiing brengen.
In de lezing uit het Boek Openbaring gaat het om de strijd tussen de zwangere vrouw en de dreigende draak: een ongelijke strijd,  een conflict waarbij een veilige uitkomst uitgesloten lijkt te zijn. Wie  in oorlogstijd zwak en kwetsbaar is wordt het eerste slachtoffer: dat is helaas nog altijd de dagelijkse realiteit in Kongo.  Kinderen ter wereld brengen in dagen van geweld is een hachelijke onderneming, maar wat in de natuur gegroeid is hou je niet tegen: ook het kind  uit het openbaringsvisioen zal toch geboren worden. Hier kan alleen vertrouwen in God nog heil brengen.
Jesaja reikt ons de sleutel aan om de figuren de vrouw en het pasgeboren kind te begrijpen: in het visioen van Daniël gaat het om de mensenzoon die naar de hemel in veiligheid gebracht wordt omdat hij daar thuis hoort. De figuur van de vrouw verwijst dan naar Jeruzalem dat spijts alle lijden trouw blijft en in hoge nood door God geholpen wordt. De katholieke traditie herkende hierin ook Maria, die het leven gaf aan Jezus. 
Het Boek Openbaring leert ons dat wij mogen vertrouwen in Gods koningschap, in de ‘heerschappij van zijn Gezalfde’. De liturgie leert ons vandaag dat Maria ons voorgaat in dat vertrouwvol geloof.  

Bert Taeymans

19 de ZONDAG DOOR HET JAAR

Hoe haalt Elia het in zijn  hoofd om de woestijn in te trekken en om zijn toevlucht te gaan zoeken in de schaarse schaduw van een bremstruik? Echt comfortabel kun je dat niet noemen!
Hij had zijn taak als profeet altijd ernstig genomen. Hij had geprotesteerd tegen koning Achaz, die met de heidense koningin Jezabel was getrouwd, en die koningin wilde nu haar afgodendienst propageren, en blijkbaar met enig succes.  Elia had ook de laksheid van zijn tijdgenoten aangeklaagd, en keer op keer riskeerde hij daarmee zijn leven; hij had aangekondigd dat de straf voor de ontrouw niet zou uitblijven: de dreiging met droogte en hongersnood had hij in de mond genomen, en die waren ook niet uitgebleven. En als klap op de vuurpijl had hij de priesters van de afgod Baal uitgedaagd: ze zouden allebei een offeraltaar bouwen en vuur uit de hemel afsmeken om hun offergaven op te laten branden.  Spijts veel omhaal van woorden en lawaai was het zijn tegenstanders niet gelukt, terwijl Elia na een stil smeekgebed al resultaat had bekomen. En daar bovenop had Elia de Heer gesmeekt  om een einde te stellen aan droogte en hongersnood, en ook dat was gebeurd. Maar in haar halsstarrige koppigheid is de koningin voor geen rede vatbaar en ze zit Elia zelfs met doodsbedreigingen op de hielen.
Dat wordt voor Elia allemaal wat te veel en de moed zinkt hem in de schoenen, hij voelt zich machteloos, leeg en opgebrand. Hij verlaat Israël, het land van koning Achaz, en zoekt zijn heil in de woestijn van Juda. Uitgeput en moedeloos legt hij zich onder een bremstruik te rusten, en het liefst van al zou hij nog sterven. Hij legt zich dus neer om wat te slapen, in de stille hoop om niet meer wakker te worden.
Lijkt heel dat verhaal bij eerste lezing geen heel-ver-van-mijn-bed-show? En toch, bij nader toezien kunnen wij daar toch heel wat tijdloze trekjes in terugvinden waardoor het toch herkenbaar is voor onze tijd. Want de bijbel daagt ons telkens weer uit om door te denken en onze eigen ervaringen te confronteren met wat wij  lezen. Want waar gaat het verhaal eigenlijk om?  Een man die zijn leven en zijn job  altijd ernstig genomen heeft, komt in een periode terecht waarin hij het allemaal niet meer ziet zitten.  Hoe hij zich ook inspant, het blijft allemaal zonder resultaat.  Hij leeft met hart en ziel voor zijn werk, maar krijgt geen waardering. En hij begint zich af te vragen: waarom daar mijn tijd in steken, ik zie er zovelen rondom mij die het allemaal veel lichter opnemen, en die toch netjes met de eer gaan lopen! Wat voor zin heeft het de trouwe dienaar te blijven spelen en misschien voor een naïeveling te worden gehouden?  Dan nog liever de volle uitzichtloosheid van de woestijn in trekken, het kan niet vlug genoeg gaan, en dan maar in stilte onder de bremstruik zich voor dood houden. ‘Burnt out’, in moderne termen.  Lees: na ons komt de zondvloed!
Maar de schaarse schaduw van de bremstruik bewerkt juist een keerpunt in Elia’s leven.  Want daar juist vindt hij de nodige herbronning, daar hervindt hij zijn levenswil en komt hij tot het inzicht dat er nog een leven is na zijn moedeloosheid, dat er nog een taak op hem wacht en dat er nog een weg te gaan is. Hij vindt er zijn krachten  terug: brood en een kruik water en een engel op zijn weg die hem aanmoedigt. Met de hervonden krachten gaat hij de lange, moeilijke weg – 40 dagen en 40 nachten -   naar de berg Horeb, de berg waar Mozes de stenen  tafelen kreeg, de berg van de openbaring, daar kan Hij God ontmoeten. Een moment van hebronning, terug naar de roots.  Zoals Mozes is ook Hij geroepen om op weg te gaan.
Allemaal voelen wij ons wel eens in de schoenen van Elia staan. Momenten waarop de moed ons in de schoenen zinkt en wij het gevoel hebben geen greep meer te hebben op de dingen die ons leven beheersen. Ontmoediging, opgebrand, uitgeblust en opgebruikt: het zijn ervaringen waartegen heel wat mensen moeten vechten. Een job niet gekregen waar je op hoopte, een bevordering die aan je neus voorbijgaat. Menselijke metaalmoeheid en betonrot zou je het kunnen noemen: dingen die je niet zomaar onder het tapijt veegt. In de mate dat wij ons laten overrompelen en inkapselen door de jacht en de stress van ons beroepsleven riskeren wij vroeg of laat door de knieën te gaan.
Wat weet de bijbel ons vandaag dan te vertellen? Dat we af en toe ook nood hebben aan de beschutting en de bescherming van de bremstruik om weer eens tot herbronning te komen. En dat God zich in donkerste momenten toch onverhoeds laat vinden onder de schamele schaduw van de bremstruik, daar waar je het niet verwacht. En het brood en de kruik kunnen ons sterken voor de lastige tocht die ons nog wacht. Waar kunnen wij dat vinden temidden van de woestijn van al onze drukte en beslommeringen? Onze wekelijkse samenkomsten bieden ons de weldoende schaduw van de bremstruik en het brood en de beker van de eucharistie: zij kunnen ons de kracht geven voor onze zoektocht naar de Horeb, de berg van de godsontmoeting. En met open oog en de nodige aandacht kunnen wij in de mensen op onze weg  wellicht ook de engel herkennen die ons, zoals bij Elia, aanmoedigt en op weg zet. En misschien denken wij er ook te weinig aan dat wijzelf ook voor anderen in de rol van de bemoedigende engel kunnen stappen…
In volle vertrouwen kunnen wij dus de schaduw van de bremstruik opzoeken en ons sterken met het brood van de eucharistie, nodig voor onze tocht van 40 dagen en 40 nachten, een moeilijke weg, zeg maar. En we blijven eerlijk zoeken naar de berg Horeb, want wanneer ons lukt de drukte achter ons te laten, kunnen we daar God vinden.

Bert Taeymans

16 de ZONDAG DOOR HET JAAR

Dag  lieve mensen,
Ik wil graag, samen met u, dit evangelie overlopen. Als we willen, kunnen we het evangelie maken tot een levend verhaal voor elk van ons. Hoe brengen we nu zo’n verhaal tot leven? Wel, we kunnen aan de Geest vragen ons te inspireren om dan met beide voeten in het evangelieverhaal te gaan staan. We kunnen overlopen: wat spreekt mij aan, hier en nu? Wat roept het verhaal bij me op? Of we kunnen ons inleven in een van de personages en bekijken wat het doet met ons. Handelt die persoon zoals ik zou handelen? Als we een evangelie op zo’n manier benaderen, wordt het een levend Bijbelverhaal. Dan is het actueel en wordt het voor ieder van ons. Ik ga op deze manier het evangelie zin per zin overlopen. Het evangelie van vandaag bestaat uit 4 zinnen.
De eerste zin is: “Toen de apostelen zich weer bij Jezus voegden, brachten zij Hem verslag uit over alles wat zij gedaan en onderwezen hadden.”
De zin doet me denken aan “thuiskomen als kinderen”. Als kinderen thuiskomen van school bij hun ouders kunnen ze uitvoerig vertellen wat er gebeurd is die dag. En ze vertellen alles, zonder angst, met het volste vertrouwen in hun ouders.Kunnen wij ons vereenzelvigen met de apostelen? Doen wij als hen? Als onze dag voorbij is, vertellen we dan aan Jezus of misschien aan onze geliefde àlles wat we gedaan en gezegd hebben? Zonder angst, zonder schaamte? Het is heerlijk oprecht te zijn als een kind, net als de apostelen bij Jezus: àlles vertellen! Volledige overgave, volledig vertrouwen! Aan Jezus mogen we alles kwijt!
Dus: wij zijn de apostelen die thuiskomen bij Jezus en Hem vertellen over àlles wat we gedaan en gezegd hebben.
In de tweede zin antwoordt Jezus.

“Hij sprak tot hen: “Kom nu eens zelf mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en rust daar wat uit.” Want door de vele komende en gaande mensen hadden zij zelfs geen tijd om te eten.”

De apostelen hadden drukke dagen achter de rug. Ze gingen de straten af, 2 aan 2, om te verkondigen. Misschien hebben wij ook drukke dagen achter de rug: door het werk, door parochie of andere organisaties, door je gezin, door je studies of door je huishouden of vul maar in!
Dus: we hebben het druk gehad, vooral met sociale activiteiten en komen thuis bij Jezus.
Jezus zegt ons vandaag niet: “Goed bezig. Doe zo voort!” Maar Hij zegt: “Kom, rust maar wat uit. ’t Is goed geweest. Nu is het tijd voor jezelf.”
En Hij neemt de leerlingen mee naar een eenzame plek, niet de drukte in, maar de rust. Een plek om te herbronnen.
Ik vermoed dat u ook zo’n plek zult hebben: misschien een klooster of abdij, misschien een bos of wei, misschien je eigen tuin of huis, misschien de kerk.
Jezus vraagt ook voor onszelf te zorgen. We kunnen maar blijven mensen dienen als we zelf ook herbronnen.
Vakantie is daar een ideale periode voor! Of de zondag: 6 dagen werken, 1 zondag vieren, rusten!
Dan de derde zin: “Maar velen zagen hen gaan en begrepen waar Hij heenging; uit al de steden kwamen mensen te voet daarheen en waren er nog eerder dan zij.”
De mensen zijn vervuld van verlangen om Jezus te ontmoeten. Ze gaan de hele oever af tot ze op de plek zijn waar ze denken Jezus te vinden en daar wachten ze op Hem. Ze verlaten de stad, het drukke leven om te gaan luisteren naar Jezus. Verlaten wij ons drukke leven om te gaan luisteren naar Jezus? Gaan wij wel eens actief naar de plek waar we denken Jezus te vinden? Misschien op retraite of naar een gebedsgroep, misschien naar een onderricht of naar de natuur?
Kunnen wij het verlangen van de menigte herkennen?
En dan de laatste zin: “Toen Jezus aan land ging, zag Hij dan ook een grote menigte. Hij voelde medelijden met hen, want zij waren als schapen zonder herder; en Hij begon hen uitvoerig te onderrichten.”
Jezus ziet het oprechte verlangen van de menigte en kan niet anders dan erop ingaan. Hij voelt medelijden met andere woorden Hij wordt in het diepst van zijn hart geraakt door de mensen die Hem zoeken. En wat doet Jezus? Hij kiest ervoor nog niet te gaan rusten met zijn leerlingen, maar in te gaan op het verlangen van de menigte. Hij laat zijn volk niet in de steek. Hij blijft herder! Jezus zegt ons 2 dingen: Neem op tijd rust, respecteer de sabbath, maar –om het bijbelse termen te zeggen- “de sabbath is gemaakt voor de mens en niet de mens voor de sabbath”. Dus: als we op retraite gaan of als we ons gaan herbronnen, zegt Jezus: Wees ook dan niet blind voor de noden van mensen! Integendeel: laat je raken tot in het diepst van je hart door anderen! Wees herder!
We kunnen ons ook vereenzelvigen met de apostelen. Hoe zouden wij als apostel reageren? Zouden we de mensen wegsturen en de rust toch opzoeken? Zouden we morren? Of zouden we Jezus van harte volgen?
Of voelen we ons misschien meer als de menigte? De menigte die op Jezus heeft gewacht en vol overgave luistert naar zijn onderricht. Voor de menigte geldt: “Zoekt en Gij zult vinden!”
Zoeken wij Jezus? En hebben we ’t gevoel dat we Hem vinden? Of voelen we eerder dat Hij er niet is voor ons? Geloven wij dat wij Jezus kunnen vinden?
Tot slot nog de vraag: Waar roept Jezus u vandaag toe op met dit evangelie?

→ Wil Hij dat je bent als de apostelen:
            -dat je bij Hem thuiskomt en àlles vertelt wat je gedaan hebt, in het volste vertrouwen?  
            -dat je door Hem wordt uitgenodigd tot rust en herbronning?
            -maar dat je Hem toch blijft volgen op elk moment?

→ Wil Hij dat je bent als de menigte:
            -vervuld van verlangen om Hem te ontmoeten?
            -actief op zoek naar Hem?
            -met het vertrouwen dat je vindt wat je zoekt?

→ Of wil Hij dat je bent zoals Hijzelf?
            -luisterend naar je kinderen of leerlingen,iemand bij wie mensen thuis kunnen komen?
            -iemand die rust brengt of zorgt voor herbronning?
            -iemand die herder is voor het hele volk? 

Wie wil jij zijn vandaag?

Dorien Vanbel

15 de ZONDAG DOOR HET JAAR

Beste mensen, "zending" staat vandaag centraal in het evangelie, het uitdragen van de boodschap van God. Ten tijde van Jezus wordt deze zending wel zeer letterlijk toegepast:
Jezus roept zijn leerlingen bij zich, en twee aan twee moeten ze er op uit trekken om het
christelijke geloof te gaan verkondigen. ’t Is misschien toch de moeite waard om eens even te kijken hoe vandaag deze zending wordt ingevuld. Het wordt al gauw duidelijk dat we nu niet meer geneigd zijn twee aan twee alle huizen af te lopen met onze bijbel in de hand. Wat we vandaag nog wel zien bij voorbeeld de getuigen van Jehova. We kunnen vandaag onze bijbel niet meer promoten als een soort koopwaar of als een lotje van de loterij. En wat niet meer kan, is het evangelie gaan opdringen aan andere mensen. Ik heb nog verhalen gehoord van mijn ouders en mijn grootouders, over priesters die in bomvolle kerken van op hun kansel echte donderpreken afstaken. Niettemin zie je vandaag heel specifieke vormen van zending. Ik heb gelezen over zusters dominicanessen die bedelend van huis tot huis gaan. Dat bedelen doen ze niet enkel om van te leven, maar vooral is dit een kans om met de mensen in gesprek te komen over hun geloof. Zo is er ook het verhaal van een jongeman die, met 50 euro zakgeld, te voet naar Jeruzalem is gegaan. Op zijn tocht ontmoet hij katholieken, orthodoxen, moslims en joden. Ook hij was afhankelijk van wat de mensen hem gaven om in zijn onderhoud te voorzien. Maar wat hij ervaart is, denk ik, zeer belangrijk: hij zegt: "Omdat de mensen ontdekten dat ik weerloos was en ongewapend, argeloos en zonder bijbedoelingen, te voet op tocht, werd ik verwelkomd in hun huizen, verdwenen vooroordelen en vijandsbeelden, werden grenzen doorbroken. Ik merkte geen vervreemding, maar herkenning, geen verdeeldheid maar eenheid in die ene God" Ook denk ik spontaan in dit verband aan onze eigen Dorien en Raf, die één of twee jaar geleden te voet op tocht zijn gegaan naar Rome. Er zijn natuurlijk allemaal levensomstandigheden en keuzes die de meesten onder ons niet gemaakt hebben. En toch worden ook wij aangesproken om te verkondigen. Meer en meer zelfs. Want zoals we allemaal weten zullen we hiervoor minder en minder kunnen rekenen op priesters. Het zullen wijzelf, leken, zijn die het initiatief zullen moeten nemen. En hierbij zullen we ook veel aandacht moeten hebben voor onze jongeren. Dit om te vermijden dat we in de toekomst slechts nu en dan als het ware sacramenten zullen "consumeren" bij gelegenheden van doopsel, eerste communie of huwelijk. Waar we niet moeten naar streven, is om aan "klantenbinding" te gaan doen, maar te komen tot een gemeenschap van geëngageerde mensen. Om maar een voorbeeld te noemen, als we naar Splash kijken, moet dit ons echt hoopvol stemmen. Als we even terugkeren naar het evangelie, ik denk dat we twee aan twee uitgezonden worden mogen vertalen door "man en vrouw", "vader en moeder", namelijk onze ouders. Zij zijn toch de eerste verkondigers. Helaas voelen vele ouders zich weerloos en onmachtig tegenover hun kinderen om hun geloof door te geven. Ze kunnen niet optornen tegen de algemene tijdsgeest, die ook hun kinderen treft. In het beste geval voelen zij nog dat hun kinderen open staan voor de zogenaamde christelijke normen en waarden, en eventueel nog voor een bepaalde vorm van spiritualiteit. Als het echter over de kern van het christelijk geloof gaat, dan zien we toch dat het meer en meer buiten de jongeren hun leven staat. Anderzijds zien we bij vele jongeren een toenemend enthousiasme voor bijvoorbeeld de Taizébeweging, of denken we maar aan het succes van de wereldjongerendagen. We zien jongeren zich groeperen in universiteiten en hogescholen. Het is zoeken. Aan geloofsovertuiging is er geen gebrek. Het is meer een zoeken naar aanknopingspunten met de christelijke boodschap waarbij God voortaan meer en meer op straat wordt gezocht. God, die zich meer en meer openbaart in het gelaat van de mens die als restafval wordt weggesmeten. God, die zich meer en meer toont in maatschappelijke en ecologische kwesties. We staan nu aan het begin van de vakantieperiode. Voor velen onder ons breekt nu een tijd aan waarbij we wat afstand kunnen nemen van de dagelijkse rompslomp. Het is misschien een goed moment om eens naar onze eigen situatie te kijken, en ons de vraag te stellen welk steentje wij kunnen bijdragen aan de zendingsopdracht in de kerk.

Henk Corluy.

HEILIGE DRIE-EENHEID

1. Onze eigen invulling van de begrippen ‘ Vader, Zoon, Heilige Geest’
Elke zondag spreken we over de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, zonder ons hierover teveel vragen te stellen.
Dit hoort nu eenmaal bij ons geloof en we zijn ermee opgegroeid.
Bovendien reageert ieder van ons wel op zijn eigen manier op deze begrippen. Zo zal voor de ene de naam Vader een veilig gevoel van bescherming oproepen, terwijl het bij de ander een idee van strengheid en gezag voorstelt. Dit zal vast wel te maken hebben met onze ervaring met de vaderfiguur van onze jeugd. De Zoon zal waarschijnlijk veel vertrouwder overkomen omdat Hij ook ‘waarlijk mens’ is en we daarom ook veel gemakkelijker in relatie met hem treden. We kennen Jezus voor zijn zachtmoedigheid, zijn barmhartigheid, zijn vergevingsgezindheid. Sommigen worden allicht afgeschrikt door een aantal van zijn sterkere uitspraken zoals ‘ Neem uw kruis op en volg Mij’ of ‘ Een mens moet eerst sterven om daarna uit de geest herboren te worden’. En de Heilige Geest, ja, die wordt er gewoonlijk maar bijgesleurd zonder dat we er teveel bij stilstaan. We steken hem meestal in een zeer menselijk kleedje van ‘goede geest’, ‘geestdrift’ ‘ goede sfeer’ etc. Zelden komen we terecht bij de ‘Derde Persoon van de Drieëenheid. Ten slotte vinden we bij de katholieken en orthodoxen een grote devotie voor Maria, waarin we de troost ,de geruststelling, het begrip en het geduld van een moeder mogen ervaren. Dat is even goed, vermits Maria maar één doel heeft, in haar aardse leven en in de hemel, en dat is ieder die zich tot haar richt naar haar geliefde Zoon te brengen.
2. Evolutie van het godsidee van de Ene Persoonlijke God naar de Ene God in drie Personen
Het was natuurlijk niet altijd zo. In de loop der eeuwen, vertrekkend van de Hebreewen tot nu, heeft het godsidee een hele evolutie ondergaan.
Het loont de moeite om eens na te gaan hoe het begrijpen van het mysterie van God in de tijd werd geopenbaard aan de mensen. We kregen dit in vogelvlucht te horen in de lezingen van vandaag.
a) In het Oude Testament is er Eén ware God en God is een Persoon
In het Deuteronomium horen we ‘ Heeft een volk ooit een God uit het vuur horen spreken zoals gij en daarbij het leven behouden? Of heeft ooit een God gepoogd uit een ander volk u te komen uitkiezen door beproevingen, door tekenen en wonderen, ..., zoals de Heer uw God dit voor uw ogen in Egypte heeft verricht?’Het unieke erfgoed dat Israël de mensheid heeft gebracht is het besef dat er slechts één God is. Deze God werd echter niet gezien als een afstandelijke onpersoonlijke god.
Nee, de God van de Israëlieten is een Iemand, die zich persoonlijk betrokken voelt met het lot van iedere mens en eigenhandig tussenkwam in het lot van het volk dat Hij uitverkoren had om de openbaring van de Ene, waarachtige God aan de mensheid te brengen.
b) In het Nieuwe Testament
In de brief aan de Romeinen verkondigt Paulus een sterk begrip dat een nieuwe dimensie geeft aan onze relatie met God. Hij zegt ‘ Allen die zich laten leiden door de Geest van God zijn kinderen van God... Gij hebt de geest van het kindschap ontvangen die ons doet uiroepen : ‘Abba, Vader!’ Wij kunnen er ons op beroepen erfgenamen van God te zijn, omdat we, dankzij het lijden en de verrijzenis van Christus, ook delen in Gods Geest.
In het evangelie van Matteüs lezen we dat Jezus zijn leerlingen uitzendt naar alle volkeren om ze te dopen ‘in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.’ De drie begrippen worden al afzonderlijk benoemd, maar het zal nog heel wat voeten in de aarde hebben vooraleer ze de inhoud zouden krijgen die we nu in onze geloofsbelijdenis vinden.
c) De lange weg naar onze huidige geloofsbelijdenis
(naar ‘ Onvoorstelbaar dichtbij’ van Frans Van Steenbergen)
In onze geloofsbelijdenis vinden we een aantal vreemde uitdrukkingen, die we iedere zondag trouw herhalen maar waarvan we - als we even eerlijk zijn-  moeten bekennen dat we niet goed weet waar ze vandaan komen en waarom het allemaal zo ingewikkeld wordt gemaakt.
- Het begrip Drieëenheid ontstond rond 200 na Christus : Tertullianus spreekt van een God die bestaat uit één wezenen drie personen.
- De relatie tussen de Vader en de Zoon. Een eeuw later zou het concilie van Nicaea ( in 325 ) de onderlinge relaties tussen de Vader en de Zoon verder uitdiepen.Het christelijk denken werd toen erg beïnvloed door de Griekse filosofen.
- De theologische school van Alexandrië beschouwt Christus vanuit zijn mensheid én vanuit zijn goddelijkheid. Zij zeggen dat Jezus deelt in het wezen van zijn Vader .
- In de school van Antiochië daarentegen zijn de ariërs de mening toegedaan dat God niet door uiterlijke prikkels of emoties beïnvloedbaar was. Hoe valt dit dan te rijmen met de Jezus uit het evangelie , die zo meevoelend is ? En zelf geleden heeft aan het kruis?
Dus, zeggen ze, kan Jezus onmogelijk God zijn. Hij werd door God geschapen zoals alle wezens.
Volgens hen is Jezus wél de meest verheven mens op aarde en daarom heeft  God hem ook als Zoon en als eerste van alle mensen in zijn heerlijkheid opgenomen. Deze twee theorieën bestreden elkaar hevig gedurende vele jaren maar uiteindelijk kreeg het idee dat Jezus God én mens was de bovenhand. Dit vinden we vandaag terug in onze geloofsbelijdenis van Nicaea- Constantinopel :

We geloven in één Heer, Jezus Christus,
eniggeboren Zoon van God,
Geboren, niet geschapen,
één in wezen met de Vader ...

Was dit nu allemaal zó belangrijk, denken we misschien? Is dat nu niet allemaal voorbijgestreeft?
Nee, het is nog altijd van de grootste actualiteit : Vandaag de dag zijn er nogal wat religieuze strekkingen die over God praten als een energiebron, een onpersoonlijke schepper. En er zijn er nog heel wat, en ook onder de zogeheten christenen, die Jezus wél als mens bewonderen maar zijn God-zijn in twijfel trekken, zoniet ontkennen. Dus, nog niet zo achterhaald, in feite.
- Wie is de heilige Geest?
Nu de relatie tussen de Vader en de Zoon onder woorden was gebracht, was de weg vrij om zich ook over de heilige Geest te bezinnen.Het tweede concilie ( Constantinopel in 381 ) stelt dat de heilige Geest ook een goddelijke natuur heeft en verklaart daarom dat ‘de heilige Geest samen met de Vader en de Zoon moet aanbeden en verheerlijkt worden’. Dit vinden we eveneens terug in onze geloofsbelijdenis. Was nu alles gezegd? Neen, in de 6de eeuw (synode van Toledo in 589) werd er nog aan toegevoegd dat ‘de persoonlijkheid van de Geest uitgaat van de Vader én ook van de Zoon’. Hierover ontstond echter onenigheid : de christenen uit het westen vonden dat de Kerk voortkwam uit de geest van Christus, terwijl die van Oost-Europa het bij de gedachte hielden dat de geest exclusief van de Vader uitgaat.
Was dit nu zo belangrijk?
Belangrijk genoeg, blijkbaar, want dit meningsverschil ontwikkelde tot een echt knelpunt en ligt aan de grond van het spijtige schisma in 1054 tussen de oosterse en westerse kerken. En deze scheiding  duurt nog voort tot de dag van vandaag.
3. Wat betekent de Drieëenheid voor ons ?
Het was wellicht belangrijk dat de Kerk dit alles in woorden bracht, maar de essentiële vraag voor ons blijft : Wat betekent de heilge Drieëenheid voor ons vandaag?
Als we denken aan water dat slechts één chemische formule heeft maar toch in drie verschillende fysische toestanden kan voorkomen ( ijs, water, en watergas ), dan kunnen we ons een klein idee vormen van wat het betekent dat God één persoon is maar in drie eigenheden. Het belangrijkste en met meest hartverwarmende voor ons is echter dat die drie in een innige liefdesrelatie tegenover mekaar staan, volledig naar elkaar gekeerd en alles van de andere verwachtend.
De Vader heeft ‘alle macht gegeven aan zijn Zoon, op aarde en in de hemel’, zo horen we in het evangelie van vandaag.
De Zoon zegt dat hijzelf alles ontvangen heeft van zijn Vader.
De Geest maakt de woorden van Jezus tot bron van levend water voor ieder van ons.
Vooraan staat een icoon dat drie engelen voorstelt rond een tafel. Over de jaren gingen de christenen deze icoon algemeen ervaren als een uitbeelding van de drieëenheid.
Opvallend is de rust, de geborgenheid die ervan uitgaat. De blik, de houding, de uitdrukking van de handen van de personages wijzen op een innige verbondenheid. Je kan er uren naar kijken en die drie nodigen je als het ware aan tafel uit ( aan de voorkant van de tafel).
En dat is het meest wonderlijke van de Drieëenheid : ze hebben samen maar één doel voor ogen: het geluk van iedere mens. Mystici zoals Elizabeth van de Drieëenheid, Franciscus van Assisi spreken tot de Drieëenheid als tot een vertrouwenspersoon. Voor hen is de verbondenheid tussen Vader, Zoon en Geest een vanzelfsprekendheid en een bron van geluk. Ze ervaren aan den lijve dat hun ziel een tempel is waar de Drieëenheid blij zijn intrek neemt. Jamaar, dat is allemaal goed en wel, zij zijn mystiekers!Wat hebben wij gemeen met die verheven zielen?
Heeft Jezus niet gezegd : ‘Als iemand mijn geboden onderhoudt dan zullen mijn Vader en Ik bij hen onze intrek nemen en er verblijven.’ Of nog : Ik zend u mijn Geest en Ik blijf bij u, altijd.
Hoe eenvoudig wordt het dan niet?
Zodra we één van de drie uitnodigen, snellen ze met zijn drieën naar ons toe om bij ons te blijven! Is dat niet wonderlijk? Is dat niet een bron van vreugde voor ons?
We hebben een gemakkelijke manier om de heilige Drievuldigheid te eren: een groot kruisteken maken waarbij we de drie met eerbied noemen en onszelf erbij betrekken door een volmondige beaming.
In de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest, AMEN!

Claudine Gunzburg

SACRAMENTSDAG

Vandaag vieren wij sacramentsdag, het feest van de eucharistie. In de geschiedenis van de Kerk is het een relatief ‘jong’ feest: de oudste feesten herdenken en vieren een gebeuren dat begin van heil is: geboorte, lijden en dood, verrijzen is en hemelvaart, komst van de Geest. Sacramentsdag voegt daar niets aan toe. Het ontstond pas in de XIIIde eeuw, in een periode waarin de eucharistie weinig ervaren werd als een gemeenschapsgebeuren. Het herdenkt niet de instelling van de eucharistie, dat vieren wij op Witte Donderdag, het is een eerbetoon aan het sacrament, zoals ook de aanbidding en de processies dat zijn.
In elke eucharistie herdenken wij dat laatste samenzijn van Jezus met zijn leerlingen voor hun paasmaal. De dag waarop Hij brood en wijn ronddeelde en het als een teken van zijn blijvende aanwezigheid aan hen toevertrouwde. Wat eens de leerlingen van Emmaüs en enkele andere leerlingen in de vroegte bij het meer mochten ervaren blijft ook voor ons werkelijkheid: wij blijven de Heer herkennen bij het breken van het brood. Want overal waar mensen samenkomen om Hem te gedenken, komt Hij naar hen toe.
Eucharistie, dat is de gedachtenisviering, terugdenken aan die eerste keer, toen Jezus met zijn leerlingen aan tafel was voor hun paasmaal. Het evangelie  spreekt dan niet over een paaslam: Jezus zelf is het nieuwe paaslam: het is het begin van een nieuwe  tijd,  een  nieuw verbond. In ons samenzijn zijn er drie dimensies: er is dat gebeuren in het verleden dat hier aanwezig is  in het nu van ons vieren, maar  tegelijk is het een voorafbeelding van het hemelse gastmaal waartoe wij geroepen zijn.
Een teken van zijn blijvende aanwezigheid. Ook in het dagelijkse leven zijn wij gevoelig voor tekens. Wie veel met de wagen op weg is, heeft graag een foto van zijn geliefden in de wagen. Wie op reis is, stuurt graag een kaartje aan zijn vrienden en kennissen. En thuis bewaren wij graag een of ander voorwerp  dat bijzonder waardevol was voor een betreurd familielid. De foto of het kaartje op zichzelf zijn niet zo belangrijk, maar het is de band met de geliefde die ons vooral aanspreekt en beroert.  Wanneer geliefden elkaar een ring schenken, spreken ook het woord en het gebaar bij het schenken een rol: zolang je deze ring als een geschenk van mij blijft ervaren, zal hij voor jou een teken zijn van mijn liefde. In het geschonken voorwerp ervaren wij iets van de liefde van de persoon die het  ons  heeft geschonken.
Tijdens het geladen moment van het laatste samenzijn van Jezus met zijn leerlingen, schonk Hij hun dat teken van het brood en de beker. Brood en wijn waren niet het bijzonderste, in het gebaar zat er veel meer verborgen, het was een teken dat verwees maar iets veel dieper. Op zichzelf is brood al een teken van een levensbehoefte, maar er was ook het zingevend woord van Jezus en het gebaar dat erbij kwam: terwijl Hij het brood brak, zei Hij: “Neem en eet, dit is mijn lichaam  dat voor u gebroken en  gegeven wordt”. Hij breekt zijn lichaam voor de mensen die Hij liefheeft.  En Hij vraagt nadrukkelijk dat zij zijn gebaar zouden herhalen om Hem te gedenken, om Hem aanwezig te brengen. Het gaat om zoveel meer dan een symbool, het is een tekens dat ook realiseert wat het oproept, door te doen wat Jezus deed.
Jezus wilde voor zijn volgelingen het brood voor onderweg zijn, daarom is het nodig het te blijven breken en delen met mekaar.  Bij het aanreiken van de beker vroeg  Hij opnieuw:  blijf dit doen om Mij niet te vergeten.
Jezus wil bij ons aanwezig blijven, daarom spreken de consecratie- woorden over een nieuw en eeuwig verbond. Wij gedenken Jezus niet als iemand die ooit geleefd heeft, maar als de Verrezene, iemand die nu bij ons aanwezig is in de wisselende omstandigheden van het leven, in dagen van pijn en vreugde.
Die aanwezigheid is blijvend: ware liefde eindigt nooit. Niemand kan echt geloven in een liefde waarvan hij het einde of vermoedt of voorziet. Velen mogen dan niet geloven in de liefde omdat zij alleen vrijblijvende  en vluchtige momenten van tederheid kennen, toch is er in het diepste van elk mensenhart een verlangen naar echte, blijvende liefde waaraan men zich kan toevertrouwen.  Wellicht is het omdat wij onze eigen beperktheid en zwakheid kennen dat dit beeld van liefde in ons zo sterk is, dat wij hopen die liefde ook te kunnen vinden.
 Die volle liefde vinden wij in de eucharistie: brood en wijn, tekens van de Verrezen Heer in ons midden, zij vormen een brug naar die andere wereld waar wij een antwoord kunnen vermoeden en soms ook vinden op onze diepste vragen.
Maar als christenen zijn wij niet  de eindverbruikers van die goddelijke liefde, wij zijn niet alleen consumenten, wij zijn niet het eindpunt ervan. Wij zijn geroepen om zelf liefdegevers te zijn, wij moeten op onze beurt het brood maar ook onszelf leren breken om te delen, net zoals Jezus het deed.
En als wij tekortschieten, als het onze krachten overstijgt, dan mogen wij met onze Paulus zeggen: juist in mijn zwakheid ben ik sterk, want daar  komt de kracht van de Heer tot uiting. 

Bert Taeymans

PINKSTEREN

Als kerkgemeenschap leven wij niet buiten de tijd, wat er buiten de kerkmuren gebeurt grijpt ook ons aan en bepaalt ook mee ons leven. Donkere wolken in een crisistijd zullen uiteraad nogal wat mensen  onzeker maken en ervoor zorgen dat ze zich bedreigd voelen. Wanneer mensen niet meer zeker zijn van hun job, dan gaan er immers ook heel wat plannen voor de toekomst wankelen.
Maar ook binnen de vertrouwde ruimte van ons gelovig-zijn blijven, kunnen wij onzekerheid ervaren: wij weten immers dat ons getuigenis door anderen ook niet zomaar aanvaard en gerespecteerd wordt: de boodschap die wij vinden in het evangelie komt soms nogal tegendraads over en wordt niet zonder meer op gejuich onthaald.
Bij de leerlingen ging het er destijds niet anders aan toe. Sinds de gebeurtenissen rond Pasen was heel hun leven door elkaar gehaald: Jezus, hun zekerheid, was  in korte tijd uit hun leven weggenomen. In die vroege  paasmorgen waren er geruchten opgedoken dat Hij leefde, en zij hadden er wat ongelovig op gereageerd.  Toch hadden zij zijn aanwezigheid enkele keren kunnen ervaren en bij zijn afscheid op hemelvaart had Hij de opdracht gegeven om overal te gaan getuigen. Maar hoe begin je daaraan? Het was ook geen voor de hand liggende boodschap waar ze de wereld mee ingestuurd werden: iedereen had toch gezien wat er op die Vrijdag gebeurd was, en dan zouden ze nu moeten gaan vertellen dat die man niet uitgeschakeld was, maar nog leeft!
En dan komt daar die pinkstermorgen, en dan verandert meteen alles! Alle aarzeling en onzekerheid zijn plot opzij gezet en ze komen heel onbevangen naar buiten met hun boodschap. En de kern ervan, de boodschap over de verrezen Heer, wordt daarbij niet weggemoffeld
Elke plaats neemt Pinksteren in ons leven in? Van Pasen over Hemelvaart tot Pinksteren vieren wij eigenlijk één groot feest, het zijn twee stappen in de benadering van éénzelfde geloofsrealiteit. En biede feesteen zijn geënt op traditionele Joodse feesten.  Het Joodse paasfeest herdacht de uittocht uit Egypte, en dan werden ook de eerste vruchten van de nieuwe oogst geofferd, het nieuwe leven; en 50 dagen – 7 weken  - vierde men het zevenwekenfeest, het verbond op de Sinaï, dan werd de voltooiing van het heil in de wet herdacht, de bekroning van de uittocht, en dat was ook het feest van de volle oogst.
Op Pasen vieren wij het feest van het nieuwe leven in Christus, de verrijzenis, en met Pinksteren dat  van de vervulling in Christus, “en zij werden vervuld van de heilige Geest”. Met Pasen worden wij uitgenodigd om tot geloof te komen, het geloof dat de Heer verder leeft; met Pinksteren worden wij uitgezonden om te getuigen. Met Pasen nemen wij op in ons bewustzijn, met Pinksteren  komen wij naar buiten om te getuigen.  
Met Pasen zijn christenen verwonderd en verblijd want in de Heer is alles tot vervulling gekomen, is Hij tot de volheid van leven gekomen.
Met Pinksteren groeit nog die verwondering verder zodat ze wel naar buiten moet komen. Eerst die volheid in ons opgenomen, nu zijn we er aan toe om ze ook naar buiten te brengen, te spreken van Gods grote daden.
Zo ging het met de apostelen, voortaan konden zij er niet meer over zwijgen. Toch was het een boodschap die vierkant stond op de verwachtingen van hun tijdgenoten. Paulus zou het later ondervinden in Athene: zijn toehoorders hadden beleefd met belangstelling geluisterd naar zijn uiteenzetting, maar toen hij sprak over de verrijzenis, zeiden ze beleefd maar afstandelijk: dat is misschien wel interessant, maar daarover moet je het later dan nog maar eens hebben! Maar de apostelen laten zich daardoor niet afschrikken, ze gaan door! Wie gedacht had dat ze stilletjes zouden afdruipen na die donkere dagen had met mis. Er waren gemakkelijkere producten om mee op de markt te komen, maar zij zetten door.
En dat is de eeuwen door niet anders verlopen: telkens weer zijn er mensen, getuigen opgestaan die in veranderende omstandigheden toch weer naar buiten kwamen op de boodschap van Christus. Van de eerste martelaren over hervormers in tijden dat de boodschap zou kunnen verwateren tot dichter bij ons : een Damiaan,  maar ook een Cardijn en een Moeder Theresa. Allen zij ze ingegaan op wat de Geest hun toefluisterde. Altijd weer mensen die trachten in te spelen op situaties zoals  die zich aandienen.
De kerkgemeenschap zoekt door haar gelovigen in alle tijden haar weg en zoekt naar oplossingen. In heel uiteenlopende omstandigheden ontdekken zij noden waar zij niet zonder meer aan voorbij kunnen gaan.
De Geest maakt hen daar gevoelig voor, zij laten zich erdoor leiden en gaan op zoek naar remedies. Van Mensen zonder papieren over vluchtelingen en aids-leiders,   Als zij in en vanuit Jezus leven, dan kunnen zij heiligende geest voor anderen worden. De Geest moet hun vindingrijkheid stimuleren en ze tot handelen brengen.  Want de Geest waait waar Hij wil en Hij moet hun “alles in herinnering brengen wat de Heer Jezus gedaan en gezegd heeft” Daar ligt ons houvast, daar vinden wij ons richtsnoer.  

Bert Taeymans

ZEVENDE PAASZONDAG

Lieve mensen,
Mijn homilie zal gebaseerd zijn op een onderricht van Henri Nouwen.
Vandaag wordt ons gezegd in het evangelie dat God ons liefheeft. Dat wij geroepen zijn tot eenheid, tot Liefde.
Jezus zegt aan de Vader: “Ik heb hun Uw woord meegedeeld, maar de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet van de wereld zijn, zoals Ik niet van de wereld ben.
Dus: Hij heeft ons Gods woord verteld, omdat wij niet van de wereld zijn zoals Jezus niet van de wereld is.
Van de wereld zijn… Wie ben ik als ik wel van de wereld ben?
De wereld zegt over mij 3 dingen:
            Ik ben wat ik heb.
            Ik ben wat anderen zeggen van mij.
            Ik ben wat ik doe. 

Ten eerste: ik ben wat ik heb. Ik heb een diploma, ik heb een huis. Ik heb lieve kinderen. Ik heb goede ouders. Ik heb veel vrienden.
Ik ben wat ik heb. 

Ten tweede: ik ben wat anderen zeggen van mij. Hoe belangrijk is het niet voor ons om goedkeuring te krijgen. Hoe belangrijk vinden wij het niet wat anderen van ons denken. En vooral het negatieve blijft bij. Als er 100 mensen zijn die zeggen dat je iets goeds deed en 1 iemand zegt dat hij het echt slecht vond, dan blijft vaak de uitspraak bij van die ene persoon.
Ik ben wat anderen zeggen van mij. 

Ten derde: ik ben wat ik doe. Ik doe goede dingen, dus ik ben goed. Of ik maak een fout, dus ben ik slecht. Of ik heb in mijn beroep geen macht, ik ben maar niets. Die directeur of dokter is veel beter dan ik.
Ik ben wat ik doe.  

Van die 3 zaken         Ik ben wat ik heb,
                                   Ik ben wat anderen zeggen van mij,
                                   Ik ben wat ik doe
Zegt Jezus dat ze van de wereld zijn en NIET van God komen.
Jezus zelf werd ook bekoord door de duivel. De 3 bekoringen in de woestijn.
Jezus at 40 dagen niet en kreeg honger. De duivel zei Hem: “Als Gij toch de zoon van God zijt, beveel dan aan die steen dat hij in brood verandert.”
Met andere woorden: Zeg mij dat je bent wat je doet en ik heb je in mijn macht!
Dan stelt de duivel Jezus heel zijn koninkrijk voor. Jezus mag alles hebben als Hij zich aan de duivel overgeeft.
Met andere woorden: Zeg mij dat je bent wat je hebt en ik heb je in mijn macht!
Dan voert de duivel Jezus tot bovenop de tempel en zegt Hem: “Als Gij de zoon van God zijt, werp u dan naar beneden. De engelen zullen u wel opvangen.”
Met andere woorden: Zeg mij dat je bent wat anderen van je zeggen en ik heb je in mijn macht!
En Jezus geeft niet op, Hij verloochent God niet. Hij gaat er niet op in en zegt ons:
            Ik ben NIET wat ik heb.
            Ik ben NIET wat anderen zeggen van mij.
            Ik ben NIET wat ik doe!
Wie ben ik dan wel?
Ik ben GELIEFD KIND VAN GOD! U bent geliefd kind van God. Wij zijn geliefde kinderen van God. Wij zijn uniek, waardevol in Zijn ogen!
Als de basis van ons leven is: ik ben wat ik heb, ik ben wat anderen zeggen van mij, ik ben wat ik doe, dan bestaat ons leven uit 1 lange lijn van ups en downs. Want we zijn ongelukkig als het niet meezit, als we niet meer veel vrienden hebben. Als we fouten maken. Als anderen ons geen bevestiging geven. Dan stopt ook ons leven bij de dood. Want als we dood zijn, hebben we niets meer, kunnen de anderen niets meer zeggen en doe ik niets meer.
Als echter de basis van ons leven wordt: Ik ben geliefd kind van God, dan staan we stevig in het leven. We kunnen dan ons kruis opnemen met liefde, omdat we ten diepste de overtuiging hebben: “Ik ben geliefd”
Het verandert een heel leven!
Als alles vertrekt vanuit “Ik ben geliefd”, dan worden we meer en meer Jezus. Dan worden we meer en meer liefde!
In het Evangelie zegt Jezus aan de Vader: “Ik zend hen in de wereld, zoals Gij mij hebt gezonden.”
Wij zijn dus geroepen hetzelfde te doen en te zijn als Jezus. Wat telt voor Jezus, telt ook voor ons!
Bij het laatste avondmaal zegt Jezus ons eigenlijk wie Hij is en wie wij zijn.
Hij neemt het brood en zegt: “Dit ben IK!”
Hij neemt het brood, zegent het, breekt het en deelt het.
Dus als Jezus het brood is, want dat zegt Hij, dan wordt Jezus genomen.
        Hij wordt gezegend.
        Hij wordt gebroken.
        Hij wordt gedeeld.       

En wat voor Jezus telt, telt ook voor ons.
DUS:              Ik ben genomen.
                      Ik ben gezegend.
                      Ik ben gebroken.
                      Ik ben gedeeld.
Ik ben genomen.Ofwel: uitgekozen. God kiest mij uit!
Hij kiest mij uit als meest geliefde, als Zijn allerliefste zoon of dochter.
En het feit dat God mij uitkiest, neemt niet weg dat Hij ook jou of jou uitkiest. Het is niet zoals in de wereld. Als ik een job krijg, wil dat zeggen dat een ander ze niet heeft. Als ik een gouden medaille heb gewonnen, wil dat zeggen dat de anderen pech hebben gehad. Maar bij God is het anders! God kiest eenieder heel persoonlijk uit! Ik ben uniek. Er is geen ander van al die miljarden mensen van vroeger en nu die hetzelfde zijn als ik. Ik heb een heel unieke rol gekregen van God. Uniek in de hele geschiedenis!
Dus: Ik ben genomen! 

Dan: ik ben gezegend.
Zegenen in het Latijn is bene dicere wat wil zeggen: goede dingen zeggen. God zegt goede dingen over ons! Stel je voor: alleen maar goede dingen! God zegent ons en vraagt ons elkaar te zegenen. Elkaar goede dingen zeggen, niet elkaar complimentjes geven, maar elkaar zeggen: “Jij bent geliefd!”
Dus: ik ben gezegend! 

Ten derde: ik ben gebroken.
Liefde is nooit zonder lijden.
We worden het meest gekwetst door degene die we het meest liefhebben. Denken we maar aan onze ouders of broers en zussen. Als zij ons afkeuren of ons pijn doen, kwetst het ons het meest. Liefde en lijden gaan samen.
Het is de kunst om dan de gebrokenheid, het lijden onder Gods zegen te plaatsen. Geen angst hebben van de pijn, maar ze durven erkennen, ze durven toevertrouwen aan God en ze door Hem laten zegenen! Het is maar als we de pijn durven benoemen,ze niet weglachen en ze durven laten zegenen door God dat ze bron van liefde kan worden!
Dus: ik ben gebroken! 

Tenslotte: ik ben gedeeld.
Als ik gekozen ben, gezegend en gebroken, dan kan ik mij geven aan anderen en vrucht dragen. Zoals het zaadje in de grond dat eerst moest sterven om dan leven te geven.
Ik ben hier om mij te geven aan anderen, niet voor mezelf. Ik ben hier om gedeeld te worden en vrucht te dragen!
Dus: ik ben, zoals Jezus, zoals het brood gekozen, gezegend, gebroken en gedeeld!
Wat ik u voorstel om mee naar huis te nemen, is die basis in je leven: IK BEN GELIEFD KIND VAN GOD! Ik ben niet wat ik heb, ik ben niet wat anderen zeggen van mij, ik ben niet wat ik doe. Nee, ik ben geliefd kind van God!
En stel je ’s avonds misschien eens de vragen:
                        Waar werd ik vandaag gekozen?
                        Waar werd ik vandaag gezegend?
                        Waar werd ik vandaag gebroken?
                        Waar werd ik vandaag gedeeld?
Goeie moed op je weg met Jezus als Gods geliefde zoon of dochter!

Dorien Vanbel

HEMELVAART VAN DE HEER

De gebeurtenissen van de laatste tijd hadden de leerlingen nogal overrompeld: op enkele dagen tijds waren ze andere mensen geworden. Op de vooravond van de feesten waren ze samen aan tafel gegaan voor de sederavond, de paasmaaltijd. Ze hadden wat ongemakkelijk geluisterd naar de ongewone woorden die Jezus had gesproken en die ze niet zo goed begrepen hadden. Bij valavond waren ze naar de tuin van Olijven getrokken en van dan af was het allemaal in versneld tempo gegaan: de aanhouding, de veroordeling, de kruisdood. De eerste berichten over het lege graf. En dan waren er de onverwachte ontmoetingen geweest met de Verrezen Heer. En nu was Hij na een korte toespraak uit hun ogen verdwenen, ten hemel opgenomen. Verweesd bleven zij achter, een beetje vertwijfeld, met een gevoel van onvoldaanheid. En tegelijk met een soort diepe vreugde in hun hart. Een gevoel van een nieuwe wijze van aanwezigheid van hun Heer: dat alles kan toch niet zomaar voorbij zijn. De herinneringen komen weer naar boven, woorden van toen worden weer opgeroepen en groeien stilaan tot getuigenissen. Zo komen ze tot de ervaring dat de Heer met hen meewerkt, en dat hun woorden kracht hebben, spijts de zwakte van hun eigen inbreng.
En dan waren er ook die twee mannen in witte gewaden geweest op de berg van het afscheid. “Mannen van Galilea”, hadden zij gezegd, “Wat staat ge naar de hemel te kijken?” Ja, waar moesten ze anders naar kijken nu hun Heer plots uit hun ogen verdwenen was?
In het eerste boek van de bijbel, Genesis, lezen wij dat God in den beginne hemel en aarde geschapen heeft.
Het boek van de psalmen voegt daaraan toe: “De hemel is de hemel van God; de aarde heeft Hij aan de mensen toebedeeld”. De hemel is het terrein van God, daarom is Hij ook zo onzichtbaar, zo onbereikbaar en onvatbaar, zo helemaal anders dan wij. We kunnen er ons zelfs geen echt idee van vormen. Maar de aarde dat is ons terrein, daar kunnen wij op inwerken, daar voelen wij ons thuis. Daar kunnen alles wij grijpen en vasthouden, naar onze hand zetten en organiseren. Met de hemel hebben wij op zich niets te maken, met de aarde zoveel te meer. En dat drukken die mannen in het wit ons op het hart: je moet niet naar boven blijven staren, er is wat te doen onder je voeten, je moet de handen uit de mouwen steken.
En toch lezen wij in de bijbel nog andere dingen dan dat psalmvers, de hemel is van God, de aarde van de mensen.
Want wij lezen er ook dat God reeds in de tijd van Noach en Abraham wel eens naar de aarde afdaalde, om te zien hoe het daar beneden zoal gesteld was, wat de mensen er van terecht brachten. Niet altijd zo opwekkend om zien. En in Babel moest Hij zijn talentruuk aanwenden om de toren van de hoogmoed te stoppen.
Maar we lezen nog verder en we vernemen dat Hij regelmatig ook wel zijn gezanten stuurde: profeten bijvoorbeeld, maar ook zijn Geest, zijn Woord, zo laat Hij laat zich kennen, Hij openbaart zich daarin, Hij neemt het op voor zijn volk. Zijn Woord is zelfs vlees geworden, is ons mens-zijn komen delen. God gaf niet alleen de aarde aan de mensen, Hij gaf ook zijn Zoon aan de aarde. En zo is er veel meer gaande tussen hemel en aarde, tussen God en de mensen. God maakt duidelijk een beweging van boven naar onder.
Maar mensen kunnen ook de beweging van beneden naar boven trachten te maken: wie bidt gaat op zoek naar Gods hemel, zoekt contact te leggen, de verbinding te maken. Van de aarde een stukje hemel te maken. In de orthodoxe kerken ziet men de liturgie als een voorafbeelding van de hemel. Wij hebben één specialist in het maken van de verbinding: de Mensenzoon.
De bijbel gebruikt beelden om die onaardse dingen op te roepen: als we daar de berg opgaan, dan is het om God te ontmoeten, zoals dat gebeurde op de Sinaï met Mozes, op de Thabor bij de gedaanteverandering. En de leerlingen doen er 40 dagen over om na de kruisdood en Pasen te leren aanvaarden dat de Heer na Hemelvaart op een andere manier bij hen aanwezig blijft. Zoals het volk bij de uittocht 40 jaar door de woestijn trok op weg naar het Beloofde land. Dit is de woestijntocht van de leerlingen. Het mag een troost zijn dat niet alleen wij aangetast zijn door een wereld waarin alles rationeel verklaarbaar en tastbaar en meetbaar moet zijn. Ook zij moesten door een woestijn van vragen, twijfel en onzekerheid.
Mensen die zich achter Jezus willen scharen moeten niet naar de hemel blijven staren, er is werk aan de winkel. Rerum Novarum wordt niet toevallig nu herdacht en gevierd. Christenen moeten zich niet als vreemden bewegen in een wereld die niet de hunne zou zijn. Jezus nodigt ons uit om met Hem op tocht te gaan. “Uw rijk kome”, zo leerde Jezus ons bidden. Wij willen werken aan de aarde, maar Gods hemel is daarbij ons model, ons werkplan. Want wij bidden toch: “Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel”.

Bert Taeymans

ZESDE PAASZONDAG

Het evangelie van vandaag situeert zich tijdens het laatste avondmaal. Jezus neemt afscheid van de leerlingen en wil hen nog eens krachtig de essentie van zijn boodschap meegeven, in de zin van: "als je één ding niet mag vergeten, dan is het wel dit". We krijgen gigantisch veel boodschap in slechts enkele zinnen.
1. Jezus noemt ons vrienden
Het verhaal van de voetwassing werd gebracht vanuit de verhouding meester/knecht. "De knecht is een andergeschikte, hij weet niet alles van zijn heer".
In zijn afscheidswoorden spreekt Jezus over vriendschap. 'Ik noem u geen knechten'. Een knecht doet alleen maar wat zijn heer hem vraagt. Van een knecht wordt prestatie verlangt, geen vriendschap. Hij moet de bevelen van zijn heer uitvoeren, maar hij eet niet samen met zijn heer. Zij leven in verschillende werelden.
De vriend van de heer zit met hem samen aan tafel en deelt zijn leven. Zij bewijzen elkaar vriendendiensten omdat ze elkaar gelukkig willen zien. De een is vergroeid met de ander en leeft voor de ander, terwijl hij van de warme genegenheid geniet. Heeft de een plezier, dan is ook de ander blij, en is er een die huilt, dan is ook de ander verdrietig. Jezus heeft ons tot zijn vrienden gemaakt. Hij heeft ons immers in vertrouwen genomen en alles meegedeeld wat Hij van de Vader ontvangen heeft. Hij is zelfs voor ons gestorven.
De oorzaak van die pijn tussen mensen, tussen groeper mensent tussen groepen gelovigen ook, is bijna altijd dat de een zich meer en beter voelt dan de ander. Het is trouwens een kerngedachte uit Jezus' boodschap: ga naast mensen staan en niet erboven. Op gelijke hoogte, en niet uit de hoogte omgaan met elkaar. 'Sta op', zegt Petrus tegen de Romein Cornelius, 'Ik ben ook maar een mens'. Dat is een zin om te onthouden.
2. Eén grote opdracht:
"Dit is mijn opdracht: dat jullie elkaar liefhebben. Als je dit ter harte neemt, zul je in liefde met Mij verbonden blijven, zoals ook Ik de opdracht van mijn Vader ter harte heb genomen en met Hem in liefde verbonden blijf". Kan het kernachtiger?
"Blijf in mij"', dit belangrijk woord blijft doorklinken. Jezus had net daarvoor gewezen op verbondenheid van de ranken met de stam. De liefde als levenssap, als de kracht waaruit we mogen leven, dankzij onze verbondenheid met Hem.
Over welke liefde gaat het dan? Het evangelie is duidelijk: de liefde waarover Jezus het heeft, is meer dan een ethische gedragscode: de liefde van Jezus roept op tot engagement, tot inzet en verantwoordelijkheid. Een liefde die vrucht voortbrengt, iedereen volgens zijn talent en in zijn omgeving.
3. En het goede nieuws: vreugde is het resultaat
"Dit alles heb lk jullie gezegd om jullie deelgenoot te maken van mijn eigen vreugde, en zo jullie vreugde volkomen te maken".
Leven zoals Jezus, leven vanuit liefde, leven vanuit "geven" maakt gelukkig. Leven vanuit "nemen" maakt ongelukkig.
Een eenvoudig voorbeeld in ieders bereik: een glimlach weggeven, dat maakt het hart gelukkig. Het duurt maar heel even, maar de herinnering eraan duurt des te langer. Een glimlach geeft ondersteuning en moed, schenkt verlichting aan degene die moe is, en nood heeft aan troost.
Hartelijke mensen bezitten een innerlijke rijkdom: door dit te uiten, geven zij onophoudelijk hun eigen geluk door aan anderen. Het is de roeping van elke gemeenschap om gestalte te geven aan Gods hartelijkheid onder de mensen. Door dit te doen, getuigen we.
Conclusie
Geweldig is de belofte van Jezus: `jullie zijn mijn vrienden', maar even geweldig is zijn opdracht: 'blijf in mijn liefde, blijf in mijn trouw'. Onze vriendschap met Jezus moet ons hart duurzaam veranderen, moet ons hart steeds meer op het zijne doen gelijken. Slechts op die wijze kan ons leven vrucht dragen.

Philippe Van Assche

BELOKEN PASEN

Morgen is het Beloken Pasen - beloken; daarin hoort ge het woord - luiken en gesloken - de zondag na Pasen sluit het octaaf van Pasen af. In de week die voorbij is hebben we, via de evangelielezingen, verschillende verhalen gehoord over de verschijningen van de verrezen Heer. Eerst aan de vrouwen, aan Maria Magdalena. Het mooie verhaal van de Emmaüsgangers en morgen - het verhaal van de ongelovige Thomas.
We gaan terug in de tijd:
Jeruzalem - het Joodse Paasfeest ebt stilaan weg. Maar het is een vreemd Pascha geweest dit jaar. Van in de vroege morgen circuleren er geruchten dat "die Jezus, die vrijdag ter
echtgesteld is zou gezien zijn volgens sommige vrouwen! Hij zou verrezen zijn, en hier en daar was Hij gesignaleerd. Maar de meeste leerlingen geloofden het niet. Dood is toch dood!
Nu zitten de leerlingen samen in de bovenzaal waar het laatste avondmaal had plaatsgevonden. Deuren op slot - luiken vóór de ramen. Maria is bij hen om hen te bemoederen; want ze hadden angst. Angst voor de farizeeërs die misschien ook de volgelingen van die Jezus zouden willen elimeneren. Maar dat was niet de enige reden van hun angst; want, als Jezus inderdaad verrezen was, dan waren zij zwaar in de fout gegaan. Waren ze niet met allemaal gevlucht die avond van zijn arrestatie? IS er iemand bij Hem gebleven tijdens zijn kruisweg en zijn dood? Hadden ze Hem niet allemaal in de steek gelaten, de wroeging zit heel diep in hun hart! En nu zou Hij terugkomen.
En plots staat Hij daar "ik wens jullie vrede" zegt Jezus, geen enkel verwijt, geen beschuldiging, alleen maar "Ik wens jullie vrede" wat wil zeggen: Ik kom jullie bevrijden van je angst, en je schaamte. Maar Thomas was die avond niet thuis, en hij gelooft niet, tenzij hij zijn hand mag leggen op de wonden van de Heer. U kent allemaal het verhaal van de ongelovige Thomas. Hij wil Jezus zien, Hem aanraken - Hem identificeren.
En Jezus begrijpt die twijfel, Hij komt er graag voor terug. Dat moet Thomas die
p geraakt hebben. Het wordt hem gegeven de betekenis te peilen van Jezus'lijden; en in één keer haalt Thomas al zijn achterstand in met één enkele zin "Mijn Heer en mijn God" Woorden die onze ouders ons leerden en die we zeggen als het Brood en beker tijdens de eucharistie aan ons getoond wordt "Mijn Heer en mijn God".
De belijdenis van Thomas raakt de diepste grond van het verrijzenisgeloof; het is de meest volledige geloofsbelijdenis.
Thomas werd ook Didymus genoemd dit is tweelingsbroer. We mogen hem als onze tweelingsbroer beschouwen. Want zijn eerste reactie op de boodschap van de verrijzenis: de twijfel; is vaak ook de onze. Geloven op het woord van wie ons in het geloof zijn voorgegaan is voor ons niet altijd evident.
Maar Jezus begrijpt ook onze twijfel. Hij komt er graag voor terug bij ieder van ons persoonlijk. Hij kan ook ons bevrijden van onze angst, onze onzekerheid, ons
ongeloof.
Meer dan 2000 jaar na Jezus afscheid horen we nog steeds zijn troostvolle woorden: "Gelukkig zij die zonder gezien te hebben tot geloof komen".

Amen

Paula Van den Eynde

PAASWAKE - PAASDAG

In de deemstering die de nacht inluidt, zijn we samengekomen om te waken. Nacht en duisternis hebben iets onheilspellends, en waken is iets waarmee we normaal een nog onomschrijfbaar, onbestemd gevaar willen voorkomen. Want duisternis maakt de mens angstig, immers, wat het daglicht schuwt, is niet echt veilig en betrouwbaar.
Maar als wij vandaag samen de nacht ingaan om eucharistie te vieren, dan raken we daar iets van de kern van ons geloof.
Want toen alles nog nacht was, sprak God: “Het zij licht”: licht,  dat is het begin van alle leven, de basis van de schepping. Hij maakt de overgang.  Hij wil de schepping en zijn mensen in het licht brengen.
Het boek Genesis voegt er nog aan toe: “God zag dat het goed was”. En dat wordt de rode draad in alle verhalen die wij vannacht gaan horen: het gaat telkens om God die aanwezig is, die mensen of een volk redt en bevrijdt. De hele Schrift is een doorlopende uitnodiging om ons aan die God van leven en licht toe te vertrouwen.
Het is in de geheimvolle overgang van donker naar licht  God ook ingrijpt voor de gekruisigde Jezus. Hier staan we op de drempel  van een nieuwe dag, een nieuwe tijd: de eerste dag van de week, toe de zon juist opkwam. Toen de vrouwen in de vroege ochtend het graf naderden zagen zij dat de steen was weggerold. Van een jongeman in het wit vernemen de vrouwen dat ze de Heer daar niet moeten zoeken: Hij is verrezen, Hij gaat voor naar Galilea.
Toch ziet het ernaar uit dat het voor de vrouwen niet meteen als een blijde boodschap overkomt. Bij de dood van Jezus waren ze al totaal in de war, het was allemaal verwarring en leegte, veel vragen bleven zonder antwoord. Ze hadden zelfs de kans niet gekregen om het dode lichaam te balsemen: er was de vijandige sfeer geweest, en bovendien werd het sabbat. Nu is er zelfs geen dood lichaam meer om te verzorgen en op die manier ook hun verdriet wat  weg te drukken, het is al leegte en afwezigheid. Trouwens, wie zou hun boodschap ernstig nemen als ze vertellen van het lege graf? Aan een vrouwelijk getuigenis werd zo al niet zwaar getild in die dagen.
 Ze vluchtten dan ook weg, en hulden zich in stilzwijgen, ze vertelden aan niemand iets, zegt Marcus. De steen voor het graf was wel weg, maar er drukte nu een andere steen zwaar op hun hart.  En zo eindigt Marcus zijn verhaal.
Wat brengt Marcus er dan toe om zijn verhaal te besluiten op die manier? De vrouwen lijken wel ten prooi aan wanhoop en ontgoocheling, het lijkt wel de totale instorting van hun dromen van de laatste jaren. Mogelijk heeft de evangelist  hier wel een bedoeling mee.   
Waarom zij wij hier vannacht dan toch samengekomen? Omdat de woorden van de jongeman in het wit sterker zijn gebleken dan het vluchten en zwijgen van de vrouwen. Ze zijn waar gebleken, en de Heer zelf heeft zich laten zien en horen. Hij heeft zijn woord gehouden en is voorgegaan naar Galilea, daar heeft Hij zich laten zien.
Marcus wil ons aansporen om het verrassende nieuws over Jezus toch ernstig te nemen en Hem na te volgen. Temidden van uitzichtloosheid en duisternis zet Hij ons aan om toch het risico te nemen en met Jezus op weg te gaan. Langs de jongeman in het wit om heeft Jezus gezegd dat hij vindbaar is, maar de leerlingen moeten wel de weg naar Galilea opgaan, zij moeten de stap durven zetten.. Alleen in de navolging zal Hij zich laten kennen als de levende in ons midden. Alleen wie door het kruis heen zijn vertrouwen blijft geven, zal Hem kunnen ontmoeten als de Verrezen Heer.  Zo verdrijft Christus de duisternis uit ons bestaan: eerst komt geloven, daarna pas het zien.
En zoals we vandaag / gisteren samengekomen (bij valavond) en hebben wij de overgang van duisternis naar licht gevierd. In de paaskaars is Hij ons voorgegaan en aan zijn veilig licht hebben wij ons toevertrouwd.
We hebben dat gevierd in symbolen: water, vuur en licht; de opdracht bestaat erin dat ook in ons leven waar en herkenbaar te maken.
Vandaag gaan we naar gewoonte onze bereidheid daartoe uitspreken in de hernieuwing van onze doopbeloften, met Hem willen wij de weg gaan van duisternis naar licht, van dood naar leven. We bezegelen dat door de besprenkeling met doopwater en daarbij maken we  een kruisteken: zo maken we duidelijk dat we met Jezus op weg willen gaan.

Met nacht en duisternis, met kwaad en  onrecht zullen we altijd wel geconfronteerd blijven. Maar Jezus is vrijwillig de nacht van de dood ingegaan, alleen maar gesterkt door zijn vertrouwen in God. Daardoor is deze nacht een gelukkige nacht geworden, zoals het klonk in de paashymne. Een nacht waarin helder licht straalt. Wij moeten het vertrouwen in ons laten groeien dat de nacht, door toedoen van Jezus’ opstanding, nooit meer het laatste woord  zal hebben.

Bert Taeymans

VIJFDE ZONDAG VAN DE 40-DAGENTIJD

Na het horen van het evangelie van Johannes op deze vijfde zondag van de vastentijd blijven we met vele vragen zitten – welke levensles geeft Jezus ons vandaag, wat is de zin van lijden in het leven, kunnen we deze opdracht om ons eigen leven los te laten wel aan?
Samen zullen we aan de hand van de kernwoorden uit dit evangelie met name lijden, vertrouwen en liefde ons hierover bezinnen. Hierbij zal ik een aantal keer verwijzen naar een stichtend voorbeeld uit het recente verleden met name moeder Theresa.
Allereerst lijden – vroeg of laat worden we allen in ons leven geconfronteerd met lijden- met onze eigen kruisweg, dan komt steeds de vraag bij ons op waarom ik, wat is de zin van het lijden. Vele filosofen hebben er dikke werken over geschreven en ook vandaag worden er vele debatten aan gewijd. Ook Jezus is vertwijfeld bij de gedachte aan zijn komende dood en uit zich als één van ons als Hij zegt: “Nu is mijn ziel ontroerd. Wat moet ik zeggen? Vader, red Mij uit dit uur?”. In de 2de lezing hoorden we in de Hebreeënbrief dat Jezus gehoorzaamheid geleerd heeft in de school van het lijden. Jezus heeft dus ook moeten vechten met zijn eigen vertwijfeling en angsten. Vandaag leren we dat lijden het effect kan hebben van een leerschool waarbij we door het lijden een ander mens kunnen worden, een diepere spiritualiteit ontwikkelen. Een diamant begint te schitteren als hij geslepen is, goud is maar echt goud als het erts gesmolten is in hevig vuur. Wie deze spiritualiteit ontwikkelt wordt als een graankorrel die in de aarde valt, die sterft en honderdvoudig vruchten oplevert. Wanneer pijn en lijden gedragen worden door liefde dan gebeurt er een ware transformatie.
Vertrouwen
in de Vader. Jezus houdt, zelfs geconfronteerd met het lijden vast aan zijn radicale keuze. Hij volgt hiermee de weg van zijn hart. In de eerste lezing is er de godspraak  “Ik leg mijn wet in hun binnenste, ik grif ze in hun hart. Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.” Jezus’ keuze is een persoonlijke zelfgave aan God en is een uiting van een totaal en absoluut vertrouwen in zijn Vader. Zo’n vertrouwen vertolkt ook moeder Theresa wanneer ze zegt “Ik weet dat God mij niets zal opdragen wat ik niet aankan. Maar ik wenste dat Hij me niet zoveel vertrouwen schonk.”  Zo’n overgave brengt leven voort want wie zijn leven bemint verliest het. Vasthouden aan wat we hebben en wat we zijn is een diepmenselijke reactie, evenwel moeten we bereid zijn tot ‘versterving’ zoals het met een traditioneel woord genoemd wordt: sterven aan jezelf, dingen waarmee je vergroeid en waaraan je gehecht bent, loslaten omwille van dingen die belangrijker zijn dan het belang dat je aan jezelf hecht. Wie enkel zichzelf bemint zal nooit ten volle bloeien. Een hart dat niet georiënteerd blijft op de andere, verschrompelt.   
Ten slotte is er de liefde. God kiest voor ons, onvoorwaardelijk. Hij blijft zijn liefde aanbieden. Jezus geeft het ultieme voorbeeld van volmaakte liefde. En hierbij appeleert hij ons: wie mij wil spreken, moet neerknielen bij het kruis. Daar kan je me horen. Wie bij mij wil komen, moet me achternagaan, mij volgen. Over de liefde schrijft Paulus in zijn brief aan de christenen van Korinte: “Alles gaat voorbij, behalve de liefde van God en de liefde die jullie elkaar gaven. Moeder Theresa schrijft over de liefde: “ik weet niet wat de hemel is, maar ik geloof dat als we voor God staan, Hij ons niet zal vragen: hoeveel goede werken heb je gedaan? Maar wel ‘Hebt u die werken met liefde gedaan?” Zo iemand navolgen is niet voor zomaar voor ons weggelegd, maar laten we beginnen met de kleine dingen te doen met grote liefde.
Graag wil ik afsluiten met een tekst van Phil Bosmans die sterk aansluit bij de boodschap van het evangelie van vandaag met als aanhef:

We moeten nieuwe wegen gaan! De weg van de graankorrel
We moeten de weg van het geweld verlaten,
de weg van bloed en tranen,
de weg van de dood,
de oude weg van hen die alleen maar geloofden in macht
in bezit en in het recht van de sterkste!
We moeten de lange weg gaan naar menselijkheid onder de mensen,
de weg naar het licht doorheen de nacht,
de weg naar de liefde,
totdat de vreugde om het leven als een kleurrijke regenboog staat
aan de hemel van ons dorp, dat aarde heet!
 

Laten we met deze levensles de passieweek ingaan en onze weg naar Pasen verderzetten.

Rik Wyffels

VIERDE ZONDAG VAN DE 40-DAGENTIJD

In de eerste lezing gaat het over de nood tot bekering; Paulus herinnert ons eraan dat onze redding een gave van God is, en niet het resultaat van onze eigen inspanningen; en in het evangelie van vandaag zegt Jezus dat, zoals destijds de bronzen slang in de woestijn, ook Hij zal worden ‘omhoog geheven’, aan het Kruis genageld, ‘opdat eenieder die in Hem gelooft het eeuwig leven zal hebben’.
We staan vandaag stil staan bij de betekenis van ‘het Kruis’.
Het kruis als kenteken van christen zijn
In de eerste dagen van het Christendom was de vis het kenteken van de christenen, omdat de afkortingen van Onze Heer Jezus Christus in het Grieks het woord ‘ichtus’  vormde , wat vis betekent.
Later werd het kruis het kenteken van christen zijn. En vandaag wordt dit teken dan ook met alle geweld geweerd uit onze maatschappij, denk maar aan het verwijderen van kruisbeelden aan de muren van de rechtszalen en andere publieke plaatsen. In de staatsscholen waar men het hoofddoek verbiedt moesten meteen ook alle keppeltjes en kruisjes verdwijnen.
Het kruis, een aanstoot en een dwaasheid ( 1 Cor. 1, 22 )
We hoorden Paulus verleden zondag zeggen dat de gekruisigde Christus voor de Joden een aanstoot en voor de Grieken dwaasheid is.
Dit is ook nog waar vandaag.
Ik ken een niet gelovige, die, elke keer dat hij met mijn auto rijdt, het zichtbaar kruisje op mijn dashboard verstopt en in een hotelkamer het kruis van de muur haalt terwijl hij de schilderijen van de slechtste smaak onverstoord laat hangen.
Een  goede vriend van mij, die zonder twijfel overhoop zat met onze moeder de Kerk,  kreeg tijdens een gesprek opeens het kruisje aan mijn hals in ’t oog en reageerde alsof hij plots door een electrische schok werd geraakt en kon zijn ogen maar niet van dit kruisje afhouden.
Het kruis, overwinning over het kwaad
Neen, het kruis is niet neutraal.Het is het instrument dat God gekozen heeft om het kwaad te overwinnen en werkt  ook effectief als dusdanig.
We weten dat mensen die bedreigd worden door occulte krachten wel degelijk door het kruis worden beschermd.
Ik herinner me het verhaal van een jongen die geroepen was een houten kruis rond te dragen als verkondiging van de blijde boodschap. Hij was aan ’t rusten in een herberg toen daar een hevige rel ontstond. Hij greep het houten kruis en plaatste het resoluut in het midden van de vechtpartij. Het vechten stopte terstonds.
Het kruis, instrument van bekering.
In zijn brief aan de Galaten zegt Paulus dat het ‘na de verkondiging van de gekruisigde Christus is dat ze de Heilige Geest hebben ontvangen’.
In de San Lorenzokerk naast het Vaticaan staat het Kruis van de Wereldjongerendagen.
Deze wordt, bij elke nieuwe ontmoeting, net zoals het olympisch vuur, door jongeren gedragen tot de plaats van het gebeuren.
Hoeveel jongeren zijn niet tot het geloof in Christus gekomen door het zien, het aanraken of het dragen van dit kruis! Net zoals Simon van Cyrene destijds opslag van ongelovig gelovig geworden was!
Maar het kruis kan zelfs christenen tot plotse inkeer brengen.
Denk maar aan Theresa van Avila en Franciscus van Assisi, die beiden plots tot in hun diepste wezen werden geraakt door een kruisbeeld dat ze nochtans alle dagen zagen, en waar dit ogenblik van inzicht bepalend is geworden voor hun verdere leven. 
De menselijke handen die het kruis vervaardigen worden door de Heilige Geest geleid
Elke kunstenaar die een kruis beeldhoudt of schildert doet dit al biddend en zo kan de Heilige Geest een beetje van het oneindig groot mysterie van Jezus’ lijden, kruisdood en verrijzenis in elk werk leggen, zodat wij, die ernaar kijken, het kunnen ontdekken.
Het is belangrijk  een kruisbeeld te kiezen dat overeenstemt met onze eigen persoonlijkheid. Sommige beelden zijn, voor ons doen, te naturalistisch en emotioneel, andere zijn dan weer zo esthetisch dat men haast vergeet dat het echt om een kruisdood gaat.
De franciscaan die ons kruisbeeld maakte, was naar eigen zeggen, zeer gelukkig terwijl hij dit beeld maakte.
Christus is hier voorgesteld als de Verrezene, die de dood voor goed heeft overwonnen. Daarom ook stijgt zijn hoofd boven het houten kruis uit.
Maar in zijn gelaatsuitdrukking, in zijn ogen, vind je al het lijden en verdriet van de wereld.
Het kruis, ook ónze bekering
Zo kunnen wij ook kiezen om ons door een kruisbeeld van onze keuze te laten raken.
Het is voldoende om gewoon in stilte te kijken en ons te laten aanspreken.
De Heilige Geest zal ons bij de hand nemen om dit goddelijk geheim te benaderen.
En we zullen gaandeweg een aantal dingen gaan beseffen.
Het zal tot ons doordringen dat we veel moeite hebben om echt naar dit kruis te kijken.
Onze hele natuur  huivert voor het zien van het lijden, en meer nog, voor het lijden zelf. Maar als we niet weglopen, dan zullen we gewaar worden dat onze angsten verdwijnen, en dat we vredig worden.
We zullen ervaren dat ons eigen diepste lijden schijnbaar dragelijker wordt, omdat Hij ze meedraagt, dat we niet meer alleen zijn in ons verdriet maar dat Hij ons troost.
Het kruis van de Sint Clemensbasiliek in Rome wordt voorgesteld als een bloeiende boom, omdat het kruis bij uitstek  bron van nieuw leven is.
Ons door de gekruisigde Jezus laten raken geeft Hem de kans om onze diepste wonden te genezen en, zoals het evangelie het zo mooi zegt,  licht te doen schijnen daar waar er voorheen enkel duisternis was.
Maar er gebeurt nog meer.
Stilaan ontwaakt in ons diepste wezen een kleine vlam van liefde. Liefde voor de gekruisigde Christus, die door het vrijwillig aanvaarden van dit lijden, ons en de hele mensheid verlost.  
Zo vertelt heilige Theresia van Lisieux dat de woorden van Jezus aan het kruis ‘Ik heb dorst’, voor haar de uitdrukking werden van God’s dorst naar de liefde van alle mensen en zijn verlangen dat ze allen zouden worden gered.
En zo kwam ze tot het besef dat al haar kleine ‘verstervingen’ pas tot hun volle recht kwamen wanneer ze samen met Jezus aan de Vader werden aangeboden.
Zo ook voor ons.
Het is goed soberder te leven tijdens de veertigdagentijd. Het heeft zin om te vasten, te bidden, daden van liefde te stellen.

Het bed met zorg opdekken, huiswerk naar best vermogen maken, extra aandacht besteden aan collega’s en klanten op ’t werk ...
Maar het is beter dit te doen,  in verbondenheid met Jezus. Want dan zal ons Heer er zelf voor zorgen dat onze kleine daden van liefde, onze goede wil, ten volle vruchten dragen en heil brengen, aan onszelf, en aan alle mensen. 

C. Gunzburg

EERSTE ZONDAG VAN DE 40-DAGENTIJD

Toeristische toppers voor een goede vakantie moet je alvast niet gaan zoeken in de lezingen van deze eerste vatenzondag: het landschap waarin ze zich afspelen is niet echt adembenemend. Je hebt de keuze tussen  de aarde onmiddellijk na de zondvloed en de woestijn, een keuze tussen de pest en de cholera eigenlijk.  Allebei al even onheilspellend, en onaantrekkelijk. De eerste locatie is het resultaat van wateroverlast, het tweede van watertekort.
De zondvloed stelt een einde aan alle leven buiten de ark van Noach, voor Marcus is de woestijn de plaats waar de duivel vrij zijn gangen kan gaan in het op de proef stellen van de mens. Op de Grote Verzoendag stuurden de Joodse priesters een jong bokje de woestijn in, beladen met de zonden van het hele volk: een zondebok hoorde thuis in de woestijn.
 Wat kun je zoal verwachten van een klein groepje overlevenden na al dat watergeweld, en wat zijn de vooruitzichten van iemand die, verzwakt na 40 dagen vasten, de onherbergzame woestijn achter zich laat? 
Toch leggen de lezingen vandaag niet de klemtoon op het bedreigende, gevaarvolle karakter van beide locaties: het gaat veeleer om het nieuwe, het verfrissende dat er uit kan ontstaan. Na de zondvloed sluit God een verbond met de mens en plaatst Hij de regenboog als teken aan de hemel. Uit de woestijnverblijf komt Jezus gesterkt te voorschijn, klaar om zijn openbaar aan te vatten. 
Want juist op dat moment van getemperde verwachtingen in een verwoest landschap, neemt God de draad weer op en sluit Hij een verbond om nooit te vergeten: daar staat de regenboog borg voor. En na Jezus’ louterende woestijntijd breekt God ten volle door in Hem  en laat Hij zich kennen in zijn blijde boodschap: de vervulling, de uitwerking van het verbond. “De tijd is nu aangebroken, het koninkrijk van God is nabij, kom tot inkeer en hecht geloof aan het goede nieuws”. Na de zondvloed gaat de aandacht naar het nieuwe dat God wil beginnen, na het woestijnverblijf gaat het om wat Jezus nu zal gaan beginnen.
Wat leert dit evangelie ons verder nog? Marcus noteertin het begin: “Terstond dreef de Geest Jezus naar de woestijn”. Jezus laat zich leiden, in totale ontvankelijkheid en beschikbaarheid. Er waren mogelijk wel andere, meer aangename oorden te vinden voor een periode van bezinning. Maar de Geest maakt hier de keuze,  en het gebeuren roept dat andere verblijf in de woestijn voor de geest, de tijd van de Uittocht uit Egypte.  Maar Jezus aanvaardt in gehoorzaamheid aan de Geest.
Gehoorzaamheid: wat doen we daarmee in onze tijd? Onze tijd heeft toch andere prioriteiten, wil het meer hebben van zelfrealisatie, van mondigheid, van inspraak en assertiviteit! Op zich is dat een vooruitgang tegenover een tijd waarin mensen onmondig waren en alleen maar konden ondergaan wat op hen afkwam.
Maar Jezus’ houding is geen slaafse onderwerping, Hij laat zich leiden in volle vertrouwen. En zo laat Hij ruimte voor het onverwachte, het verrassende dat van God komt. En juist dat heeft Hem zijn hele levensweg lang getekend.
En is het ook niet die houding van beschikbaarheid die wij terugvonden bij een pater Damiaan, bij een Moeder Theresa, bij een Jan Vermeir van de Poverello, en bij zoveel mensen die in stilte, in de kracht van de Geest ook in onze tijd verbazende dingen tot stand brengen? Zich laten leiden door de Geest, inspiratie vinden in het evangelie.          
Vandaag staan wijzelf op het punt de 40 dagentijd, onze woestijn binnen te stappen. Vooraan ligt hier een cirkel, een kring als symbool: een kring brengt samen, verenigt, omsluit en beveiligt. Binnen die cirkel zal het zich afspelen: hij vormt de krijtlijn van onze woestijn, daarbinnen zijn wij in goede handen. De vraag is: hoe zullen wij na 40 dagen uit de woestijn terugkeren?  Wat zal de God van het verbond met ons kunnen doen in deze weken die ons scheiden van Pasen? God gunt ons deze tijd om onze houding tegenover de materiële dingen, de medemensen en tegenover Hem te herzien en bij te sturen. Het kan een genadevolle tijd worden.  We moeten er tot inkeer en tot geloof komen.
De tocht door de woestijn: als we er echt werk van willen maken, wordt het een weg met wat minder comfort, wat meer soberheid, wat meer aandacht voor mensen in wat moeilijker omstandigheden.  Afgezien van het feit dat de financiële en economische crisis sommige mensen het leven ook een pak zorgelijker maakt – jobvrees bv. -, is het ook zo dat we daardoor de tijdsomstandigheden eigenlijk een beetje mee hebben: dat helpt ons alvast om een beetje in te binden, te versoberen.
Als we daarbij de Geest in ons kansen geven, kan het best een heilzame belevenis worden.      

Bert Taeymans

 

ZEVENDE ZONDAG DOOR HET JAAR

In volle ballingschap brengt Jesaja vanwege de Heer een hoopvolle boodschap voor het volk, een echte opsteker. “Blijf niet staan bij wat eertijds gebeurd is”, klinkt het, “laat het verleden maar rusten. Zie, Ik ga iets nieuws beginnen, nu ontkiemt het al, heb je het nog niet opgemerkt?” Het komt er dus op aan goed uit te kijken, want anders zou je er misschien wel overheen kunnen kijken.
En wat mag die hoopvolle boodschap dan wel betekenen? Met gebruik van beelden wordt een heel nieuwe situatie opgeroepen. Eens heeft de Heer zijn volk uit Egypte geleid en het door de zee heen gered, op weg naar het Andere Land; nu zal Hij het doorheen de steppe naar een nieuwe toekomst leiden: een weg door de woestijn, rivieren in de wildernis. Dat moet de aanzet worden van een heel nieuwe toekomst.
Aansluitend bij dit mooie toekomstbeeld lezen we een verhaal van vervulling uit het optreden van Jezus: het gaat om een verlamde man, helemaal beperkt in zijn bewegingsmogelijkheden, totaal afhankelijk en aangewezen op de goedwil van anderen.   Gelukkig heeft hij vrienden die zich zijn lot aantrekken, en zo kan hij tot bij Jezus komen, al zijn er ook daarbij nog hindernissen te overwinnen. Want er is zoveel volk op af gekomen, dat er zelfs bij de ingang geen plaats meer vrij is.
Maar de vier laten zich niet uit hun lood slaan: ze laten zich niet ontmoedigen, ze zijn weerbaar en creatief, ze hebben vlug een plan B bedacht. Ze zijn geen mensen van woorden, maar van daden. En zoveel woordeloos geloof maakt ook indruk op Jezus: het is juist hun niet aflatend geloof dat het wonder mogelijk maakt.
Jezus reageert hierop in zijn 3-voudige rol: als leraar, want daar zijn die vele mensen voor gekomen, en zij staan open voor die nieuwe boodschap; als wonderdoener, die mensen uit de isolatie van hun verlamming kan weghalen, en als Zoon van God, die de mens niet alleen in zijn ziek lichaam benadert, maar die hem in zijn geheelheid aanspreekt.
De toehoorders maken het mee en ze staan onbevangen tegenover het gebeuren, ze komen tot geloof. En Marcus noteert erbij: “Iedereen stond er versteld van en ze verheerlijkten God, want zoiets hadden zij nog nooit gezien”.         
Hoe kunnen wij vandaag dit evangelie lezen vanuit onze  eigen situatie, wat doen wij de boodschap van Jesaja in ons leven?
Als gelovigen zonder meer zijn wij niet in staat om fysiek verlamde mensen weer tot beweging te brengen. Maar wij kunnen wel mensen met beperktheden met iets van Jezus’ bekommernis tegemoet treden.
In de ballingschap en de beelden van de steppe van Jesaja kunnen wij iets herkennen van de moeilijke tijden die wij vandaag meemaken: het nieuws op TV en in de kranten is vandaag geen prettige ervaring De onheilsverwachtingen door de crisis zijn niet uit de lucht.
Dat brengt mee dat heel wat mensen zich in de hoek gedreven voelen: er is reëel jobverlies of de dreiging ervan, en heel wat zekerheden zijn in de laatste maanden ondergraven of weggespoeld.
Wanneer wij met fysische verlamming geconfronteerd worden, dan kunnen wij daar met alleen ons geloof als werkmiddel weinig aan doen. Maar waar het gaat om mentale verlamming ten gevolge van allerlei omstandigheden, dan kunnen wij wel iets beginnen als wij trachten om – iets van Jezus'houding in ons handelen te leggen.
Bij heel wat tijdgenoten groeit van dag tot dag de vrees voor de toekomst en dat kan hun weerbaarheid sterk aantasten. Dat kan sommigen ertoe brengen alle contacten met hun omgeving te verliezen.
Voor anderen,  dikwijls bejaarden, weegt de eenzaamheid heel erg en dat kan moordend worden als je zelf ook geen stappen zet om die te doorbreken.
Of in andere gevallen kunnen relaties zo onder druk komen te staan, dat het gesprek gaat stokken en daardoor worden er nog meer bruggen opgeblazen.
Regelmatig worden wij ook met de neus op de feiten gedrukt door de situatie van gezinnen die door allerlei omstandigheden in ons land terecht zijn gekomen en die geen verblijfsvergunning kunnen krijgen, ook al hebben hun kinderen al enkele jaren  hier hun weg gevonden door school te lopen en hebben ze er hun vriendjes.
Dat zijn allemaal situaties die kunnen leiden tot mentale verlamming, en daar kunnen we soms wel wat aan doen door mensen nabij te zijn en moreel te ondersteunen. Jezus heeft ons daarin de weg gewezen. Als we  mensen in noodsituaties ontmoeten, dan steekt er altijd een oproep, een uitnodiging in om daarin ook de weg van Jezus te gaan. Waar mensen geen uitweg meer zien, kunnen wij soms toch een beetje een weg helpen zoeken door de steppe, in het vertrouwen dat de Heer ons daarbij zal ondersteunen, want zo knopen wij aan bij het evangelie.


Bert Taeymans   
 

ZESDE ZONDAG DOOR HET JAAR (Kerk in Nood - Oostpriesterhulp)

Wordt rein, wij horen het Jezus deze week dikwijls zeggen. Maar niet alleen Jezus, deze maand ook maria. In een van haar boodschappen zegt zij, het geloof kan niet aangepast worden aan de wereld, de mensen moeten zich aanpassen aan het geloof, er is geen dwaling mogelijk zij moeten zich aanpassen. M.a.w. wat Marcus vertelt over Jezus is precies hetzelfde!
Maak de wereld rein, verlos hem van boze geesten en ontsmet hem met geloof, hoop en liefde op die plaatsen waar hij ziek is.
Wij horen het Jezus zelf straks zeggen "Mijn vrede geef ik u, Mijn vrede laat Ik u, maar let niet op onze zonden, maar op ons geloof.
En dat is precies wat Maria in haar boodschap en Marcus door het verhaal van de melaatse willen zeggen. Dat het geloof de redding van de man was en van de wereld is en daarin is geen dwaling mogelijk. Want er bestaat geel liefde zonder rechtvaardigheid.
Als wij vrede eerbied en respect voor elkaar willen aanvaarden als een rechtvaardigheid wereldwijd zullen wij met Jezus daarvoor mee een stuk moeten stereven onderweg naar Pasen.
Als gelovige kunnen wij en mogen wij niemand uitsluiten ons geloof discrimineert niet.
Als wij dat doen zouden wij de eigenheid van ons geloof verliezen en ontkennen dat Jezus voor heel de wereld gestorven is. Als Jezus zegt let niet op onze zonde maar op ons geloof wil Hij de band met God herstellen die niet de zieke uitstoot maar de ziekte zelf.

Bid met een onwrikbaar vertrouwen en met een hart, dat de hele wereld in liefde omvat.
En de Heer zal zich naar ons buigen en Zijn barmhartigheid zal geen grenzen kennen.
Heer onze God,
Met Uw genade en Uw barmhartigheid omringt Gij de mensen op aarde.
Gij roept ons op tot vrede, verzoening en gerechtigheid.
Wij vragen uw zegen over deze wereld en over het werk dat Gij in onze handen toevertrouwt.
Maak ons strek en moedig om Uw Blijde Boodschap te verkondigen en ervan te getuigen.
Gedenk onze broeders en zusters die omwille van hun geloof vervolgd worden.
Blijf met Uw Liefde hen nabij die moeizaam hun weg zoeken naar U.
Beziel ons met de kracht van Uw goede Geest om zorg te dragen voor ale mensen.
Gun ons Uw heilzame vreugde.
Zo blijven wij verbonden met U.
Dit vragen wij U.
Door Christus, onze Heer.
Amen.

Kerk in Nood (Oostpriesterhulp)
info: www.kin-aed-be.org

 

VIJFDE ZONDAG DOOR HET JAAR

Dag lieve mensen,
In het evangelie van vandaag zien we dat Jezus 3 dingen doet:

  1. Ten eerste geneest Hij heel wat zieken. Alle zieken van de stad komen naar Hem toe, want Hij kent de gave om hen te genezen.

  2. Ten tweede trekt Jezus zich terug naar een eenzame plek. Hij gaat bidden, Hij gaat alleen zijn met God.

  3. Ten derde komen Zijn leerlingen Hem zoeken, want de hele stad wacht op Hem. En Jezus? Jezus gaat niet terug, maar verder. Hij gaat verder, naar een volgende stad, om er God te verkondigen.

Ik overloop de 3 delen en kijk, samen met u, wat deze woorden voor ons, vandaag, zouden kunnen betekenen.

Eerst de genezing van de zieken.
Enerzijds kunnen we ons vereenzelvigen met de zieke schoonmoeder die om genezing vraagt.
Dit vraagt van ons 2 dingen:

  1. Erkennen dat we ziek zijn. Ieder van ons heeft wel een ziek kantje in zich. Dat kan fysiek zijn, dat kunnen ook blessures van vroeger zijn, dat kan gewoon het kwade in onszelf zijn.
    Dus: eerst dat erkennen.

  2. En dan de stap zetten om genezing te vragen. Genezing vragen aan God en geloven dat Hij ook vandaag nog geneest!
    Probeer maar eens, je zal zien dat het werkt! Misschien niet op de manier waarop wij ’t zelf hadden gedroomd, maar op Gods eigen manier.

Anderzijds kunnen we ons vereenzelvigen met Jezus, die geneest.
Jezus geneest met Gods kracht. Jezus geneest, omdat Hij met zijn hele lijf en ziel gelooft dat God er is en door Hem spreekt en handelt. En zijn wij niet geroepen om op Jezus te gelijken?
Jezus had alle gaven van God: de gave van het Woord, van de genezing, van de dienstbaarheid enzovoort. Wij ontvangen ook gaven van God. De Heilige Geest werkt doorheen onze gaven.
Wie weet heb jij de gave van de genezing wel! Geloof erin en doe er iets mee!
Dus: God als genezer van ons en wij die, door de Heilige Geest, anderen genezen. 

Vervolgens trekt Jezus zich terug en gaat bidden.
Om een leven te kennen in diepe verbondenheid met God, is het nodig het af en toe stil te maken en te luisteren naar Gods stem.
Jezus is daar ons grote voorbeeld in. Dagelijks gebed. Tijd maken voor God om te weten wat Hij vraagt van ons.
Bidden hoeft niet complex te zijn, hoeft niet te gaan om grote woorden. Soms heb ik geen woorden en het enige waaruit mìjn gebed dan bestaat, is knielen voor het kruis en 10 minuten lang alleen maar “Jezus” zeggen en stil zijn... Of mij achter de piano zetten en een halfuur lang hetzelfde lied zingen... Of gewoon kijken naar Maria naast het kruis...
We zouden echt meer tijd voor Hem moeten maken. 

Tot slot komen de leerlingen Jezus zoeken en Hem vragen waar Hij blijft.
En ik vind het heel verwonderlijk wat Jezus doet. Hij gaat niet terug naar al die mensen die op Hem wachten. Nee, Hij gaat verder op weg. Een weg die uiteindelijk zal leiden tot de dood op het kruis.
Stel je eens voor: jij bent Jezus. Jij hebt de gave gekregen om te genezen. Alle mensen verzamelen zich bij je en je krijgt een enorm goede naam. Iedereen houdt van je, gelooft in je en staat te popelen om jou te ontmoeten. Zou dat je ego niet strelen? Als jij dan zou gaan bidden en God vraagt jou om de stad te verlaten en jouw weg elders verder te zetten... Wat zou jij doen? Hmmm, ik zou het toch niet goed weten...
Jezus kan kiezen tussen een weg van comfort en een weg naar het kruis... Hij toont ons hier hoe ver Hij gaat, Hij laat Zijn eigen ego los en volgt Gods weg!
Ons eigen ego loslaten... Niet makkelijk! Dingen zoals je ongelijk toegeven; ‘sorry’ zeggen... Boos zijn op iemand, maar dan een innerlijke stem horen, die je vraagt het goed te maken en je boosheid los te laten... Luisteren naar die stem!
Jezus koos voor Gods weg toen Hij de stad verliet en zijn weg verder zette.
En wij, kiezen wij voor de weg van comfort of kiezen wij voor Gods weg?
(Volgen wij Paulus als hij zegt in de 2de lezing: “Ik doe alles voor het Evangelie.”?)
Ik geef jullie nog een zin mee van een getuigenis van een Franciscaan, het is een citaat van Jezus:
“Ik heb je geen rustige of gemakkelijke weg beloofd, wel een behouden thuiskomst.”
Ik wens jullie veel moed toe op Gods weg! 

Dorien Vanbel

TWEEDE ZONDAG DOOR HET JAAR

- Samuel ‘hoort’ Gods roep en beantwoordt deze; hij zal profeet worden.
- Johannes en Andreas ‘zien’ Jezus en volgen Hem. Ze worden aldus de eerste apostelen, de kern van de nieuwe Kerk.
- In beide gevallen kon de ontmoeting met God slechts plaats vinden omdat een ander hen de weg wees : voor Samuel was het Eli, voor Johannes en Andreas, Johannes de Doper.
- Ook wij zijn geroepen. En ook wij konden God slechts vinden omdat anderen ons de weg wezen. Wijzelf zijn geroepen om de weg te wijzen aan zij die Jezus nog niet hebben ontmoet.
Maar hoe moet dat? 
Het tweede  Concilie opende de deur van de Kerk naar de wijde wereld en schiep nieuwe perspectieven voor de geloofsbeleving van leken. De intitiatieven die hieruit voortkwamen zorgden voor een herleving van de kerk maar ook voor veel verwarring.
Tegelijkertijd onderging de wereld  ook een nooit eerder geziene evolutie naar het zogenaamde werelddorp, met zijn stoet aan nieuwe problemen.
Het was dus hoogtijd deze nieuwe gegevens te onderzoeken en de nodige gevolgen hieruit te trekken.
Deze besluiten vinden we terug in Christifideles Laici , een document van JPII, geschreven als besluit van de Synode van ’87 met thema : ‘ De rol en Roeping van Leken in de Kerk en in de Wereld’.
Van dit boeiend document licht ik graag vandaag de hoofdlijnen toe.
I. De plaats van de leek in de Kerk
- Door het doopsel zijn we allen gezalfd, d.w.z. dat we bij het ontvangen van de Heilige Geest  in staat worden gesteld Jezus’ opdracht te volbrengen :  het heiligen en het redden van de wereld.
We dragen hiertoe bij :
   - dooral wat ons leven uitmaakt ( familie, werk, ontspanning ) samen met Jezus aan  
     God toe te vertrouwen in de Eucharistie,
   - door te evangeliseren , in woord en daad,
   - door onszelf ten dienste te stellen van de maatschappij.
- De priester ontvangt bij zijn wijding een speciale zalving als veregenwoordiger van Jezus op aarde. Dit vewezenlijkt hij eerst en vooral door het vieren van de eucharistie. Maar hij is ook aangesteld als herder van Gods volk. Het is via zijn priesters dat Jezus zijn volk leidt en begeleidt.
a) Rol van de leek in de parochie
Vele taken, die vroeger door de priester werden verricht worden thans aan leken toevertrouwd. Van de priester wordt echter verwacht dat hij borg staat voor de ‘catholiciteit’ van de door leken uitgevoerde taken.           
De rol van de leken beperkt zich niet tot het helpen van de priester. Hen komt toe van hun parochie een echte christelijke gemeenschap te maken, die ook ‘de mens buiten de kerk’ aanspreekt. In tal van parochies worden activiteiten georganiseerd met de buitenstaanders als doelgroep : voordrachten, bijbelstudie, gebedsgroepen, voettochten, jeugdactiviteiten, etentjes voor eenzamen, etc.
Het loont misschien de moeite om ons af te vragen of we als parochie of confederatie voldoende aandacht hebben voor deze vorm van ‘de blijde boodschap brengen’.
b) Nieuwe vormen van katholieke actie door leken
De heilige Geest verwekte de jongste jaren tal van nieuwe vormen van christelijk samenzijn,gaande van losse gebedsgroepen tot georganiseerde gemeenschappen, die een trekpleister zijn voor de vereenzaamde, doelloze mens, die de stap tot binnenin een kerk nog moeilijk kan zetten.
Ook zij staan IN de kerk , in eenheid verbonden door de Eucharistie, begeleid en ondersteund door de lokale priester of bisschop.
c) Missionaire gemeenschappen in niet christelijke gebieden
Daar waar zulke missies vroeger werden toevertrouwd aan missionarissen of congregaties, worden nu ook doelbewust leken ( families, alleenstaanden ) meegezonden. Men beseft dat een levendige, dynamische christelijke gemeenschap nodig is om te getuigen van de blijde boodschap.
Hoe de Kerk functioneert kan door een buitenstaander onmogelijk worden begrepen. De Kerk is een mysterie : alle christenen vormen samen het Lichaam waarvan Christus het Hoofd is. Hij is het, die dezijnen begeleidt op hun weg naar heiligheid.
’ Ik ben de wijnstok, jullie zijn de ranken’ zegt Jezus. ( Joh. 15,5 ) ‘ Wie in Mij blijft, zoals Ik in  hem, die draagt veel vrucht, want los van Mij  kunt ge niets.’
Dit is het geheim van de evangeliserende christen : Gods genade, Jezus’ Geest stroomt in hem en bevrucht de aarde, de plaats waar hij leeft en werkt.
Dit brengt ons tot het tweede deel.
II. De rol van de Leek in de Maatschappij.
We vinden leken terug in alle lagen van de bevolking en alle aspecten van het maatschappelijk leven. Als dusdanig vormen ze een uniek netwerk waar ze, enkel al door hun aanwezigheid, hun gebed en Gods genade, bijdragen om de wereld te helen, te heiligen, en te redden.
Dit is een grote opdracht.
En als we denken dit te kunnen vanuit onze luie zetel dan slaan we de bal mis.
De tekst is overduidelijk : de huidige stand van zaken is zodanig dramatisch dat IEDEREEN aan dek moet, en naar de frontlinie moet trekken!
Al is het daar waar we leven en werken.
’ Elke rank die geen vrucht draagt, snijdt de wijnbouwer af en elke rank die wel vrucht draagt zuivert Hij opdat ze meer vrucht mag dragen’. ( Joh. 15, 2 )
We moeten getuigenis afleggen van de waarden waarvoor we staan : door duidelijke daden te stellen en ook te durven verkondigen uit wiens naam we dit doen.
De samenleving bestaat uit individuele mensen. Om de mens te dienen kunnen we niets anders dan ook de maatschappij te dienen en op te treden daar waar het mis gaat.
Hier volgt dan een lange uitweiding over de verschillende sectoren van de samenleving, waarvan ik enkele kort zal toelichten.
a) Het verdedigen van de onschendbaarheid van de persoon

Deze werd onlangs nog herhaald in de instructie ‘ Dignitas Personae’  ( die enkele biomedische questies behandelt ) : de mens is de tempel van de Geest, geschapen naar Gods evenbeeld, vandaar de onschendbaarheid van het leven. Deze onschendbaarheid behelst het leven vanaf de bevruchting tot aan het natuurlijk levenseinde en maakt le vormen van leven evenwaardig , ook in geval van ziekte of ouderdom.Wie kan voor deze waarde opkomen?
Vrij iedereen, door zijn manier van leven, in de opvoeding van kinderen, in het uitkomen voor zijn  standpunt.
Maar op de eerste linie staan toch : de medische staf, het onderwijs, de wetgevers, de politici, de wetenschappers...
b) Het verdedigen van de godsdienstvrijheid , die vandaag meer en meer in het gedrang komt, bij ons, maar vergeten we ook onze broers en zusters niet, die in andere landen worden vervolgd om hun geloof en hiervoor lijden, op de vlucht gaan, of hun leven geven.
c) de verdediging van de familie, als eerste ruimte voor sociaal engagement
Langs alle  kanten wordt  de sacramentele, unieke waarde van de familie, als kleinste christelijke gemeenschap onder vuur gelegd,  gerelativiseerd, verwaterd.
Zo  is elke familie tot een getuigenis geworden van Gods liefde , in het wederzijds engagement van  man en vrouw, en in de altruïstische liefde tussen ouders en kinderen. Het wordt dan ook belangrijk dat ook hele families zich als dusdanig zichtbaar engageren naar de buitenwereld toe.
d) deelname aan de politiek

Ook hier vinden we een opmerkelijke aanbeveling : geen enkele gelovige mag zich onttrekken aan deelname aan de politiek.
Met ‘politiek’ wordt hier dan breed geduid naar ‘alle activiteiten van economische, sociale, culturele, wetgevende of administratieve aard , die tot doel heeft het gemeengoed te bevorderen. M.a.w. : daar waar we zijn moeten we ons engageren om de samenleving tot een betere plaats te maken.
U herinnert zich Robert Schuman, die vanuit zijn geloofsovertuiging na WOII mede aan de basis ligt van de huidige Europese Unie. Wist un dat zijn proces ter zaligverklaring lopende is ?
Aan politiek doen van achter uw  PC, het kan.  Dat heb ik zelf ontdekt.
Er bestaan niet-gouvernementele, non-profit organisaties die alle internationale gebeurtenissen op de voet volgen en over elk actueel topic petities het internet opsturen, die door honderd duizenden mensen worden getekend en waarmee ze een niet onbelangrijke drukking kunen uitoefenen. Jongste succes werd geboekt op de laatste klimaattop! ( o.a. www.avaaz.org )
e) de mens centraal stellen in het socio-economisch gebeuren

De sociale leer van de kerk zegt het onomwonden : goederen zijn universeel, werk is een recht en moet de menselijke waardigheid bevorderen.
De mens staat centraal
en niet het winstbejag, de macht van een instelling of natie of ideologisch systeem.
Dit is een domein waar wij, als christen, daar waar we zijn , moeten ijveren om wat verkeerd loopt recht te trekken.
Door onvermoeid te ijveren voor rechtvaardigheid, eerlijkheid, door te zorgen dat de werkende mens op zijn werkplaats kan openbloeien.
Ik ken gelovige werkgevers die het onmogelijke doen om geen banen af te schaffen, die ex-gedetineerden in dienst nemen,...
Creativiteit vermag veel waar een wil is.
Hoeveel vrouwen in de derde wereld genieten vandaag niet van het principe van het micro-krediet omdat Mohamad Yunus in Bangladesh  ( Nobelprijswinnaar voor de vrede ) dit systeem bedacht, gebaseerd op vertrouwen,onderlinge solidariteit en ondernemingszin?
f) het evangeliseren van de cultuur
JPII  heeft het vaak herhaald : een cultuur die los staat van het christelijk geloof en van de menselijke waarden leidt tot een cultuur van de dood.
Christelijke opvoeders, wetenschappers, filosofen, politici, wetgevers, maar vooral zij die beroepshalve betrokken zijn in de wereld van de media, hebben de dringende taak deze neerwaartse spiraal tegen te gaan.
Het komt erop aan deze strekking  van binnenuit, tot in de wortels, uit te roeien en te vervangen door een levendragend gedachtengoed. 
Allemaal goed en wel, maar deze uittdagingen kan toch geen mens alleen aan?
Neen, maar we moeten het niet alleen doen. We krijgen Gods Geest mee, die ons zal toefluisteren ‘wat we moeten zeggen of doen’, die onze creativiteit op gang zal brengen.
We hebben ook elkaar.
Dat is nu juist het mysterie van de kerk als gemeenschap.
Degenen die op een gegeven ogenblik ‘aan de frontlinie staan’  kunnen steun vinden bij de ‘gelovigen van de achterban’, die hen door gebed en genegenheid ondersteunen.
Tot zulk een dynamisch, creatief en gezamenlijk actief getuigen worden we vandaag geroepen.
Laten we, met Gods hulp, meteen aan de slag gaan.

C. Gunzburg

OPDRACHT VAN DE HEER

Maria bewaarde al deze woorden in haar hart”, daarmee eindigt het verhaal van het bezoek van de herders bij de geboorte. Met een hart vol van die herinneringen en een reeks beelden die haar weer voor de geest kwamen is Maria destijds naar Jeruzalem getrokken voor de opdracht in de tempel. Vandaag zijn de ouders die in het voorbije jaar een kindje lieten dopen hier terug met hun lievelingen. In het spoor van Maria zijn ze naar hier gekomen om hun gezin onder de hoede van Maria te stellen.
Op Kerstmis openbaart Jezus zich aan een kleine groep mensen: Jozef en Maria, de herders; bij het feest van Openbaring zien de wijzen het Licht, als vertegenwoordigers van de heidense wereld; bij de opdracht ten slotte wordt Jezus in de tempel ontvangen, het hart van het Joodse leven. 
Toen Maria en Jozef met hun kindje de tempel binnenkwamen leek er niets speciaals aan de hand: ze waren maar één ouderpaar tussen de vele die volgens de traditie van het Joodse volk het vertrouwde ritueel kwamen vervullen, en ze brachten het offer van eenvoudige mensen mee: een koppel jonge duiven, heel onopvallend, de wereld stond er niet bij stil.
En toch was het iets heel ongewoons dat zich daar afspeelde, en alleen de oude Simeon begreep de draagwijdte van het gebeuren: dit kind was naar zijn zeggen “een licht dat voor de heidenen straalt, een glorie voor het volk Israël, en het betekende val of opstanding voor velen in Israël”. Maar tegelijk zag hij ook een schaduw glijden over die vreugdevolle boodschap: zo is Kerstmis ook de eerste stap op weg naar Pasen, en er is ook geen Pasen zonder voorafgaande Goede Vrijdag. Het gaat om één doorlopend gebeuren van heil.
Lichtmis, het feest van het Licht dat Christus voor ons betekent; Simeon licht heel even de sluier op die over dit kind ligt, hij wijst ons op de diepe betekenis ervan. Daarna valt weer de stilte in, en die zal duren tot Jezus met zijn openbaar leven zijn echte opdracht zal aanvatten.
Licht is voor ons een heel geladen en toegankelijk symbool. In deze tijd van het jaar zien wij met genoegen dat de dagen weer gaan lengen en dan bekruipt ons ook de voorjaarskriebel. Licht is een voorwaarde tot leven, het roept bij ons beelden op van warmte, vrede en geborgenheid, van de warme gezelligheid van de huiskring. En bij de grootste kerkelijke feestdagen spelen wij met de symbolen van vuur en licht.
Zo is Jezus het licht voor onze wereld, voor hen die Hem hier in dit samenzijn willen ontmoeten. In zijn woorden zoeken wij de inspiratie en de kracht om het licht van ons geloof aan te wakkeren en om op onze beurt licht te kunnen zijn voor onze medemensen. Want als wij het licht meedragen in ons hart, worden wij zelf licht voor onze medemensen. Als het materiële licht van de kaarsen gedoofd wordt is de rol van het symbool voorbij, dan moet het verder branden in ons hart. Onze manier van leven en van omgaan met mensen en dingen moet anderen de smaak bijbrengen van wat wij in Christus gevonden hebben.
Aan de ouders is het gegeven deze kindjes te begeleiden op hun weg door het leven. Zij zullen er werk van maken om hun kindje gevoelig te maken voor wat mooi en waardevol is, zij zullen het voorgaan om hindernissen valkuilen te vermijden. Zij zullen de moeilijke taak dragen om hun kind zijn plaats te helpen vinden in de wereld van de mensen. Zij moeten het juiste evenwicht trachten te vinden om de eigen mogelijkheden van elk kind te verkennen, het niet te overvragen, maar het ook niet te onderschatten. Geleidelijk zal het kind opgroeien  en zijn eigen weg gaan: dat kan van de ouders soms veel onthechting vragen, vooral als het kind niet de vooraf gedroomde weg kiest: dan moeten ze toch vertrouwvol de toekomst leren inkijken. Het is belangrijk onze opgroeiende kinderen altijd nabij te blijven.
Daarbij mag het een houvast betekenen dat God nooit ver weg is, ook al zijn we ons daar niet altijd van bewust. Ons leven verloopt vandaag zo sterk gepland en op allerlei manieren zijn wij verzekerd en daardoor is ons gevoel van kwetsbaarheid wat afgezwakt, soms hebben we de indruk dat er voor alles wel een antwoord en een oplossing klaarligt. Maar het volstaat dat een wereldwijde crisis onvoorzien toeslaat om onze zekerheid te ondergraven, en plots worden wij geconfronteerd met een toekomst die heel wat vragen op ons loslaat.
Bij de opdracht in de tempel leek er niets speciaals aan de hand, maar God is ons heel erg nabij in de soms heel gewone dingen. Die jonge kinderen zijn de lichtjes die aan onze handen zijn toevertrouwd, en in ons hart heeft God ook die kleine vonk van liefde ingeplant, niet om ze angstvallig verstoken te houden, maar om er onze omgeving mee op te warmen. God draagt ons daarbij, en dat vinden we terug in een van onze kerstliederen: “Morgen, middag, avond, bij nacht en dageraad, God is licht en leven, ’s mensen toeverlaat”.


Bert Taeymans
   

EEN REFLECTIE OVER HET VOORBIJE EN HET KOMENDE PAROCHIALE WERKJAAR  

Op dit weekend van Driekoningen wil ik graag even kort stilstaan bij het evangelie van de openbaring maar tevens bij de ingang van het nieuwe jaar even terugzien op het voorbije parochiale jaar en enkele gedachten delen voor het nieuwe jaar.
Enkel Matteüs en Lucas hebben in hun evangelie verhalen opgenomen over Jezus’ geboorte en wat er onmiddelijk aan voorafging en erop volgde. Lucas schreef het evangelie van en voor de herders, een evangelie van de arme en uitgestoten mensen, mensen die zo door duisternis omringd en getekend zijn dat zij opschrikken van het licht maar er ook onweerstaanbaar door aangetrokken zijn. Matteüs schreef een evangelie van en voor de wijzen uit het Oosten, een evangelie van zonderlingen en alternatieven, van anderen dan die verwacht werden: niet het eigen volk maar de vreeemdelingen wereldwijd die oog hebben voor het licht.
De vreemdelingen laten het dagelijkse leven achter zich, ze kijken naar boven en oriënteren hun leven door het volgen de lichtende ster. Bij hun ontdekking van het kind geven ze het drie geschenken: Goud –symbool van de koninklijke macht en waardigheid, mirre – een geurende olie gebruikt bij het balsemen, staat symbool voor de mens en zijn beperkingen, wordt gebruikt als zalving van de pijn (lichamelijk en geestelijk) – tenslotte is er de wierook, dat een teken van eerbied is en als verbindingsteken geldt tussen hemel en aarde, staat symbool voor ons gebed.
En het verhaal van vandaag besluit … ze volgden een andere weg… Heeft dit bezoek aan de kribbe, waar Jezus door zijn nederigheid zo kort bij de mensen staat , hun leven zo veranderd dat ze nadien hun levenswijze fors hebben aangepast? Laten we zoals de wijzen blijven zoeken naar de bronnen van echt leven, en vooral ons hart de ruimte geven. Laat ons met het beeld van het Kerstekind, de nederige God, dienstbaarheid aan de ander centraal stellen. Dan zullen we ervaren dat God ook vandaag in onze wereld aanwezig en werkzaam is.
Een jaaroverzicht in een viertal minuten maken, betekent automatisch zich beperken tot een vermelding van enkele hoogtepunten en enkele vaststellingen
1) Enkele parochiale hoogtepunten : allereerst was er de TV mis op 20 januari – een mooi verzorgde en door vele televisiekijkers sterk gesmaakte eucharistie, Perspectief organiseerde ten voordele van Spitak op 12 maart een drukbijgewoond en muzikaal hoogstaand evenement met het Woshkoor. Tenslotte vermeld ik graag de kleinschaliger maar geslaagde Sint Paulus feesten eind augustus. Deze dagen zingt ons Sint Paulus koor voor het sociaal project ‘de Steenhouwer’.
2) Materieel gezien maakt het pastorietje zijn rol waar als contactpunt voor diverse parochiale werkgroepen, eind 2008 is het uitgerust met de nodige faciliteiten (nieuwe PC –internetverbinding) om vlotte communicatie en administratie te garanderen. Het zaaltje heeft een nieuwe afwasinstallatie aangepast aan de behoeftes en noden van tegenwoordig. Tenslotte maar niet onbelangrijk zijn er ook de vernieuwingen binnen het kerkgebouw: nieuwe kerststal, meer milieuvriendelijker verlichting, de vernieuwde communicatieborden
3) Ten slotte zijn er de vele vrijwilligers binnen de diverse werkgroepen die hun wekelijkse, maandelijkse activiteiten met volle inzet verzorgden. Sommigen moesten omwille van de te hoge werkbelasting tijdelijk afhaken, of kozen om persoonlijke redenen om even afstand te nemen – maar steeds boden zich nieuwe enthousiastellingen aan die met de nodige begeestering de ploeg vervoegden. Op deze wijze verbreedt en verjongt het vrijwilligerskorps, waarover ik vorig jaar sprak, op een spontane manier. Graag wil ik bij deze in naam van het parochieteam iedereen van harte bedanken want enkel door deze belangloze en talrijke inzet blijft dit brede parochiale aanbod mogelijk.
Wat brengt 2009?. Hierbij wil ik graag de vier basispeilers die we als parochieteam definiëerden eind 2007 en op onze PT dag 19 oktober laatstleden herbevestigen gebruiken als kapstok.

1) De wekelijkse eucharistie: centrale peiler voor onze geloofsgemeenschap
- we behouden een 4-tal thema missen per jaar: Lichtmis, Wereldmissie viering, Taize viering, Gregoriaanse viering
- de vergrijzing van onze lokale parochiepriesters verplicht ons, net zoals in zovele andere parochies een groepje lekenvoorgangers gepast voor te bereiden. Hier ligt een opdracht voor de verbreede liturgische werkgroep om in 2009 de nodige initiatieven te nemen.
- enkele practische aspecten: op vraag van velen gaan we terug in een kring staan voor de communie als teken van verbondenheid, tevens zullen we ons bezinnen over de wenselijkheid van de kerstnachtviering rekening houdend met de tijdsgeest.

2) Groeien in geloof
Er zal speciale aandacht gaan naar het ‘Net for God’ initiatief. We geloven dat deze maandelijkse bijeenkomst vele kansen biedt om geloof in deze tijd bespreekbaar te houden en in een spontane verbondenheid mekaar ideëen aan te reiken

3) Kerk bij ons
Door tijdsgebrek enerzijds, wellicht was het idee ook nog niet voldoende gerijpt – werd deze krachtlijn nog niet verder ontwikkeld. Binnen het PT werd afgesproken om ons oor te luisteren te leggen bij het sociaal dienstverleningsinitiatief ‘welzijnschakels ‘ – om hun ervaringen te delen en op basis hiervan te besluiten welke weg we hierin zullen volgen.

4) Met zijn allen gemeenschap
Hier willen we vooral verder aandacht blijven schenken aan een goede communicatie met de parochie en dit via diverse kanalen– zowel door op onze parochiewebsite met agenda het meest actuele nieuws te brengen, voor de bijdragen in het parochieblad in iedere parochiale werkgroep enkele extra mensen aan te spreken die een kort verslagje al dan niet met fotomateriaal kunnen aanleveren, en eventueel extra ondersteuning door nieuwsbrief of flyer.
U ziet het, 2008 was een geslaagd jaar, 2009, een jaar met vele vraag- en uitroeptekens op economisch en sociaal vlak, wordt voor onze parochie een jaar met enkele specifieke accenten die rekening houden met het tijdsgeest van vandaag.. Ik wens jullie in naam van het PT een goede gezondheid, gespaard van lijden en verdriet en met veel aangename momenten in vreugde en geloof met je naasten

Rik Wyffels

FEEST VAN DE HEILIGE FAMILIE

28 December is een speciale dag in onze christelijke gemeenschap het houdt de herinnering levend aan hetgeen 20 eeuwen geleden plaats vond. De moord op de onschuldige kinderen. Matthëus verhaalt: Herodes liet in Bethlehem en heel de omgeving alle jongetjes van twee jaar en jonger ombrengen. Toen werd vervuld wat bij monde van de profeet Jeremia gezegd is:
"In Rama werd een stem gehoord en hevig gejammer en geklaag. Rachel weent om haar kinderen en ze wil niet getroost worden omdat ze niet meer zijn
".
Ook vandaag worden ontelbare kinderen gedood, misbruikt hebben geen kans op een menswaardig bestaan - willen we aan hen denken in ons gebed en niet alleen aan de onschuldige kinderen van 2000 jaar geleden.
Op 28 december wordt in de kerk het feest gevierd van de heilige familie. Thui
s heb ik een beeldje van de H.-familie. Dat is me zeer dierbaar. Niet alleen omdat het een herinnering is aan mijn eigen thuis; maar omdat de heilige Jozef er ook volwaardig bij staat. Hij staat gewoonlijk een beetje op de achtergrond, in de schaduw van het familiaal gebeuren. Ik zou hem graag even in de schijnwerper willen zetten. Hij heeft tenslotte meer dan dertig jaar voor Jezus gezorgd. Het moet een klap in Jozefs gezicht geweest zijn toen hij vernam dat zijn verloofde Maria zwanger was. In het tijdsklimaat van toen was dat grofweg een schande. Een meisje dat voor haar huwelijk een sexrelatie had gehad met een man kon alleen verworpen en publiek vernederd worden.
Wat doet Jozef? Hij wordt geraakt in zijn tederheid: de keuze om Maria toch tot vrouw te nemen wordt ingegeven door de zorg om haar de publieke schande te besparen. Hij doet wat hij moet doen. Deze toestand roept in Jozef de absolute bescherming wakker. Is het zo dat het kwetsbare dikwijls het beste in ons wakker schudt?
Als we verder het leven van Jozef volgen dan is er zijn weg naar Bethlehem. Enkele dagen geleden zong het koor: Sint Jozef bereidde dien wondere nacht, van ‘t zuiverste strooisel een beddeke zacht." gezongen lijkt het pure romantiek. Maar zo romantisch zal het niet geweest zijn. Vervolgens is er de vlucht naar Egypte. Er is in die 2000 jaar niet veel veranderd - denken we maar aan de mijoenen vluchtelingen over hete onze wereld. Twaalf jaar later is Jezus zoek geraakt toen ze op bedevaart gingen naar Jeruzalem. Kunnen wij ons de angst voorstellen van ouders wiens kinderen vermist worden? Wat moet er toen in Jozef zijn omgegaan?
Manu Verhulst verwoordt het als volgt:

Weer viel de avond en de angst werd groter;
overal hadden zij gezocht en navraag gedaan:
"of zij geen jongen hadden gezien van twaalf jaar die alleen ronddoolde?"
Zij zagen hun kind uitgehongerd, of geslagen door rovers, langs de weg
.
Zij zagen hem gevallen, gekwetst, mi
s
schien verminkt voor altijd.
Morgen zouden zij terug in de tempel zijn en als zij hem daar niet gevonden hadden
zouden zij terugkeren naar Nazareth en thuiskomen zonder hem.

Welk een angst moet Jozef toen doorstaan hebben.
Maar nadien zijn we elk spoor bijster en verdwijnt Jozef in de anonimiteit.
Doch de familiale band uit Nazareth wordt door Jezus in zijn openbaar leven open getrokken naar veel bredere contouren.
Jezus nam afstand van zijn familie. Toen Maria en zijn broeders hem bezorgd gingen opzoeken in Kafarnaüm zei Jezus: "Mijn broeders en zuster en mijn moeder zijn zij die de wil van God volbrengen."
Broeders en zusters: deze woorden zij ontleend aan het gezin. Ze sporen ons aan om gemeenschap te vormen rond Jezus en van daaruit anderen te ontmoeten. Als Jan en Mil de Cock samen met de gevangenen in Benum kermis viereden zullen ook zij gemeenschap gevormd hebben en zich één gevoeld hebben met die honderden mensen in gevangenschap. Vanuit eenzelfde verlangen naar gemeenschap komen vanaf morgen duizenden jongeren naar de Taizé ontmoetingsdagen in Brussel.
Donderdag beginnen we aan een nieuwjaar. Dan wensen we aan elkaar weer alle goeds.
Enkele weken geleden werd het beeld opgeroepen van de verdwaalpalen aan zei - met een huis, een boot, een banaan, waarop verdwaalde kinderen zich kunnen richten om hun vader of moeder terug te vinden.
Mijn wens voor u in 2009 is dat de paaskaars in onze kerk voor ieder van ons de verdwaalpaal mag zijn. Het licht van Christus verlicht onze weg als we even verdwalen in twijfel of onzekerheid, want Hij alleen is voor ons de weg, de waarheid en het leven.
Voor ieder van u een zalig en veilig jaareinde en een gezegend nieuwjaar.

Paula Janssens

KERSTMIS

Johannes begint zijn evangelie met de woorden: “In het begin was het Woord, het Woord was bij God, en het Woord was God. In Hem was leven, en dat leven was het licht der mensen”. Zijn verhaal gaat verder over de spanning tussen duisternis en licht, en de duisternis die het licht niet wil aanvaarden. Zo herkennen wij de weg die Jezus is gegaan.
De eerste woorden die God spreekt in het scheppingsverhaal  luiden: “Er moet licht zijn”.  Licht is het eerste dat uit Gods hand voortkomt en Johannes leert ons vandaag dat God en Licht samen horen, dat het Woord licht is op onze weg.
En Paulus zegt ons in de lezing van de dageraadsmis: “De goedheid en de menslievendheid van onze God is op aarde verschenen”.
In deze kerstnacht is God op aarde verschenen. Niemand had Hem ooit gezien en zijn Naam werd zelfs niet uitgesproken, het Eerste testament leert dat geen mens zijn gelaat niet kan zien zonder te sterven. Maar nu is Hij uit die verborgenheid getreden, Hij is onder ons gekomen, Hij laat zich in al zijn diepte kennen in een pasgeboren mensenkind. Voortaan wil Hij met ons zijn, gekend en herkend worden. Daarbij zijn alle sluiers weggevallen, er is geen onoverkomelijke drempel meer, want Hij heeft zelf een menselijk lichaam aangenomen. Zoals ieder mens draagt Hij voortaan een naam en Hij verschijnt klein en kwetsbaar. God die zich totaal blootgeeft aan ons, mensen.
Hij had het heel anders kunnen aanpakken: komen als een vorst, en een blijde intrede maken, maar dat komt later wel, op een ezel! Hij komt ook niet als iemand in volle levenskracht en die daardoor respect afdwingt. “Gij zult een pasgeboren kind vinden, liggend in een voederbak”, had de engel aan de herders gezegd. Hij komt hulpbehoevend, zonder waardigheid, totaal afhankelijk, hongerig krijsend om de moedermelk. Die weg koos Hij om zijn liefde aan de mensen te kenbaar te maken. Hij die hele wereld draagt, wilde zelf gedragen en gewiegd worden in de armen van een menselijke moeder, een vrouw uit het volk.
Hij kwam in een lichaam van vlees en bloed, dat in haar schoot gegroeid was. De eerste mens had Hij met zijn adem tot leven geroepen, nu ademde Hij zacht aan de borst van zijn moeder. En nu Hij uit haar lichaam is losgekomen, kan  de eerset liefdesrelatie op aarde groeien tussen een mens en God. Hij wil nog voor vele jaren totaal afhankelijk zijn van liefdevolle zorgen van een aardse moeder. Dat is nu eenmaal de weg die God gekozen heeft   om zijn genade en liefde te openbaren. Het onvatbare, onbegrijpelijke van Gods liefde wordt tastbaar in een weerloos kind.
Dit verlangen naar zijn moeder, naar haar sussende en troostende woordjes om zijn kinderverdriet op te vangen en zijn traantjes te doen  opdrogen en vergeten, de glimlach waarmee Hij haar herkent en tegenlacht, het zijn de middelen waarmee God hier zijn verlangen naar menselijke liefde uitspreekt. Voorlopig zal het Woord van God nog maar alleen tot ons komen in het schreien van een kind en in het verrassende gebaar van de menswording zelf. De bron van levend water heeft dorst naar mensen. Hij die vuur zal komen brengen  op aarde, snakt nu naar wat menselijke warmte en bedelt om wat tere genegenheid.  Hij die bij de aankondiging zijn blik liet vallen op de nederige dienstmaagd, smeekt nu om de blik van zijn moeder.
Hij die zelf het meest liefheeft, openbaart zich als de geringste, de meest hulpbehoedende. Zo liefdevol is God dat Hij op aarde nooit zijn gelijke zal vinden, nooit geëvenaard zal worden. Wij kunnen dat aflezen uit de glimlach en een traan van het kind op de schoot van zijn moeder.
Het is datzelfde kind dat ook wij in ons hart dragen. Om terug te keren naar de proloog van Sint-Jan: “Het ware Licht dat ieder mens verlicht, kwam in de wereld”, dat Licht leeft diep in ons in onze diepste verlangens naar goedheid en schoonheid.
Dat kind in ons vraagt ons aandacht te hebben voor mensen rondom ons, met zijn blik naar hen te durven kijken, en Hem ook in hen te herkennen. God heeft zich zo klein gemaakt opdat wij Hem beter zouden kunnen begrijpen en gemakkelijker de woorden voor een goed gesprek zouden kunnen vinden; Hij wilde ons nodig hebben, want Hij hunkert naar onze wederliefde.  Mogen het voor u allen, en ook voor wie ziek of bejaard er niet bij kon zijn, deugddoende kerstdagen worden.
(Ten dele geïnspireerd door André Louf)

Bert Taeymans
   

VIERDE ZONDAG VAN DE ADVENT

God laat zich niet inperken of inkapselen door onze plannen en verwachtingen, Hij kan wel eens heel verrassend uit de hoek komen.  Dat is zowat de boodschap die wij uit de lezingen van deze zondag kunnen puren.
Dat moest ook koning David uit de eerste lezing ervaren. Destijds was hij door de profeet Samuël weggehaald terwijl hij de kudde van zijn vader aan ’t hoeden was en de profeet had hem dan tot koning gezalfd.
Nu hij als koning in zijn paleis zat en  hij zijn gezag gevestigd  had vond hij het toch niet passen dat de Ark van het Verbond, het symbool van Gods aanwezigheid bij zijn volk, nog altijd maar onder een tentzeil stond. Er hoorde dus dringend een tempel te komen, een waardig onderkomen, en dat vond aanvankelijk ook de profeet Natan een goed idee. Maar de plannen van God en de mens zijn lang niet altijd gelijklopend, God had blijkbaar andere bouwplannen. “Ikzelf zal voor u een huis bouwen”, luidt de nieuwe boodschap en David kan zijn plannen dus best vergeten. David noch de profeet konden vermoeden wat God van plan was, want het huis dat God voor ogen had was geen huis van hout of steen, het ging om een koninklijke dynastie die de poort zou vormen waarlangs Jezus als mens van vlees en bloed onze wereld zou binnentreden, en zo behoren tot het geslacht van David. Wat niemand van God had durven verwachten of hopen, is in Jezus toch gebeurd. In het Eerste Testament leefde de overtuiging dat je God niet kon afbeelden of aanschouwen. Maar hier heeft God alle verwachtingen ruim overtroffen: Hij is niet alleen op aarde verschenen, Hij heeft als mens onder ons gewoond, in ons gewoond.
Met het evangelie van vandaag treden wij dan de dagen van de vervulling binnen. Wij zijn getuigen van de boodschap aan Maria: een verrassende opdracht. Elisabeth draagt ook een kind in haar schoot, dat is ook haar hele leven haar betrachting geweest en pas nu, op gevorderde leeftijd zal haar kinderwens in vervulling gaan.
Maria wacht niet langer: zij zal haar het blijde nieuws brengen dat ook zij in verwachting is. Het zal een bijzondere ontmoeting worden. Want het gaat niet om baby’s zoals er elke dag een aantal geboren worden,  er gebeuren dingen die je niet zomaar kunt plaatsen, de twee vrouwen wisten aanvankelijk niet wat hun overkwam. In Maria heeft God na lange jaren van wachten en verwachten eindelijk een plaats gevonden waarin Hij kan wonen, het huis dat Hij zich gedroomd had. En Maria staat nu helemaal open voor wat God met haar van plan is.
Elisabeth voelt aan dat er iets groots te gebeuren staat, en zij begint te zingen, en ook haar nicht zal haar blijdschap uitzingen: de jonge en de oudere vrouw, zij zingen samen hun vreugde uit.  Want hier schieten gewone gesproken woorden tekort: Zij zingen over de vrucht in Maria’s schoot die gezegend is, over wie klein is maar door iedereen zalig zal geprezen worden; over machtigen en vermetelen die ontmaskerd zullen worden, over mensen die in hun geringheid met lege handen staan, maar die met gaven overladen worden. Het wordt een lied dat aan de hoop weer zijn volle kracht geeft en dat zich verzet tegen neergang en dood, een hartstochtelijke roep om geloof in de toekomst.
Twee vrouwen in verwachting die zingen vanuit hun hart, omdat er Eén is die groot is en die toch naar mensen omziet. In hetzelfde geloof weten ze zich verbonden en samen dragen zij elkanders vreugde en lasten, en ieders eigen, moeilijke roeping. Dat doen ze in volle vertrouwen in wat God met hen voor heeft.
Als christenen weten wij dat God ons tegemoet gekomen is op een manier die niet te voorzien was, maar die wel heel concreet en tastbaar is. In Jezus vinden wij het ontmoetingspunt van twee sporen: de weg die mensen van alle tijden hebben afgelegd om God te zoeken en de weg die God gegaan is om de mens op te zoeken die zich afgekeerd had. Was er een andere weg om ons dat beter duidelijk te maken dan de weg die door het diepste lijden ging, tot in de dood toe? Jezus heeft dat allemaal doorleefd, maar het werd vooral een weg naar opstanding toe.
Zo werd de geboorte van een kind in de menselijke geschiedenis een boodschap van hoop en toekomst, het verhaal van Gods verrassende doorbraak. Een openbaringsmoment, waarbij God, van wie de Schrift zegt, “niemand heeft Hem ooit gezien”, zich heel tastbaar en concreet laat kennen als de menslievende, die zich met ons ten volle inlaat.
Kerstmis is meer dan een aandoenlijk verhaal, meer dan een feestelijk gedekte tafel. Het is een verhaal van goddelijke en menselijke ontmoeting en solidariteit. Het leert ons dat het nooit te vroeg is om te verwachten, nooit te laat om te hopen.   

Bert Taeymans
   

DERDE ZONDAG VAN DE ADVENT - "DE STEENHOUWER"

Goedenavond,
Men heeft mij gevraagd om kort iets te vertellen over Inloophuis De Steenhouwer.
Maar ik wil mijn voorstelling van de Steenhouwer laten voorafgaan door een observatie. Een observatie van een snel evoluerende samenleving met nieuwe technologieen, massa's informatie, flexibiliteit op de arbeidsmarkt, permanente bijscholing, ingewikkelde administratieve formaliteiten, internet, e-mail, gewoonten en zekerheden die verdwijnen, ...Wie over voldoende mogelijkheden beschikt spreekt van uitdagingen en weet zich succesvol. Maar er is ook een peloton van achterblijvers. Mensen die verbinding verliezen en buitenspel staan.
Onze gezinnen evolueren snel. De druk op het gezin is groot. Je moet een goede partner zijn, een goede ouder en ondertussen moet je jezelf ontplooien. Je moet met twee gaan werken om materieel mee te kunnen. Mensen maken schulden voor een eigen huis, twee auto's en meer comfort. De combinatie arbeid en gezin is soms nauwelijks houdbaar. Het aantal echtscheidingen neemt toe en mensen maken nieuwe constructies van samenleven waarvoor geen handleidingen bestaan. leder maakt zijn eigen constructie van verbinding. De besten slagen hierin. Maar er is ook het peloton achterblijvers.
Onze samenleving staat in het teken van de individualisering. "IK" staat centraal. Alles wat het IK in de weg staat, wekt irritatie op. We schelden onze medemens uit voor een parkeerplaats of doen hem baan ruimen met een welgemeende "toek op zijn bakkes". We stemmen op een andere partij omdat de stoep voor ONZE deur nog niet is hersteld. Het evenwicht tussen rechten en plichten is zoek. We schrijven ieder ons eigen verhaal met een zelf samengestelde cocktail van normen en waarden. Deze ik-cultuur is op maat van de winnaars. Er zijn echter ook verliezers in dit verhaal.
En te midden van die wereld is er De Steenhouwer, ons laagdrempelig dagopvangcentrum voor dak- en thuislozen, dakonzekeren, ex-psychiatrische patienten en mensen met een laag inkomen.
Inloophdis De Steenhouwer biedt Naar bezoekers een aantal diensten.
In de eerste plaats is er gewoon de gezellige en warme ontmoetingsruimte. Mensen kunnen er een koffie drinken, een praatje maken, elkaar er gewoon ontmoeten. En dat is erg belangrijk want onze bezoekers leven meestal in een groot isolement. Ze hebben geen werk, en dus geen collega's, ze hebben van zichzelf een klein en vaak geschonden sociaal en familiaal netwerk, enzovoort.
Om de ontmoetingskansen te vergroten, organiseren wij allerlei activiteiten: een uitstap, een museumbezoek of een spelletjesnamiddag.
In de tweede plaats willen wij onze bezoekers materiele hulp bieden. In ons geval wil dat zeggen dat wij 's ochtends gratis broodjes en, koffiekoeken geven en dat er vanaf 11H00 soep en een warme maaltijd wordt geserveerd. Dit laatste is niet gratis. Een maaltijd kost € 1,50, soep 45 cent.
En dan is er nog ons project rond hygiene en gezondheid. Een verpleegkundige houdt elke week consultatie in ons centrum. Hij verzorgt er wonden, verwijst door als nodig of helpt mensen bij het douchen. Veel daldozen zijn immers erg vervuild omdat ze zich nergens kunnen wassen. In de Steenhouwer is er dan ook een douchecel, een kapper en een kledingwinkel aanwezig. Alvorens te douchen lab gen de mensen immers ook propere kleding aangeboden. Het project rond hygiene wordt vervolledigd door de aanwezigheid van een pedicure. Erg belangrijk voor ons want als mensen op straat leven en in de winter vaak met natte voeten rondlopen dan kunnen er zich ernstige huid- , nagel- en voetproblemen manifesteren.
Er is ook logistieke hulp op De Steenhouwer: telefoon, fax en kopieeservice. Er zijn ook drie computers voor interne beschikbaar.
Tot slot zijn er ook nog de hulpverleners. Twee maatschappelijk werkers proberen onze bezoekers meer fimdamenteel op weg te helpen: door voor hen een noodovernachting te organiseren, door een woning te zoeken, door een schuldregeling te treffen, enzovoort.
Onze hulpverleners zijn niet als vele anderen. Ze proberen meer dan dingen te doen, te ZIJN voor de mensen. Mens tussen de mensen. Ze onderhouden ook erg informele contacten met de bezoekers. Andere kenmerken van onze hulpverlening zijn de laagdrempeligheid, het onvoorwaardelijke en het vrijblijvende.
Tot bier ons overzicht van onze dienstverlening. Maar met welke mensen realiseren wij dit? Met 140 vangen wij dagetalts 110 dak- en thuislozen op, met wie koken wij 18000 maaltijden per jaar?
Welnu, de steenhouwer werkt met 40 vrijwilligers en slechts 2,5 beroepskrachten. We mogen dus terecht spreken van de steenhouwer als vrijwilligersvergadering.
En we zijn dit verhaal begonnen met een situering van De Steenhouwer in de wereld. lk zou willen eindigen met het particuliere, het verhaal van den vrijwilliger van De Steenhouwer, en het verhaal van twee van onze bezoekers.
En nu tot slot een tweede verhaal. Over een moment van genialiteit, over Mark.
Als er onder de vrijwilligers niet die stille getuige was van Marks vroegere bestaan dan zou niemand kunnen vermoeden dat Mark ooit iemand anders was dan wie hij nu is. Mark was in een vorig leven namelijk een bedrijfsleider. Zo'n man van weinig woorden en veel daden. Creatief en als burgerlijk ingenieur, uitvinder van een aantal innovatieve producten en technieken in de bouwsector. Driehonderd man in dienst en maar groeien. Blind voor een aantal financiele wetmatigheden en zichzelf verliezend in de ontwikkeling van steeds nieuwere en betere bouwtechnische producten. Te veel wetenschapper. Te weinig zakelijk instinct. Ondanks de kwaliteit van wat hij ontwierp en verkocht, mokerde de financiele wereld op zijn kop. Het faillissement had hij volgens een getuige geeneens voelen aankomen van achter zijn tekentafel waar hij de laatste hand legde aan alweer een nieuwe machine. "Dag Mark. Tot nooit meer", riepen de overnemers hem na.
Vandaag is Mark een schaduw van wie hij was. In De Steenhouwer schuifelt hij langs muren ep pis je hem een blik toewerpt dan schrikt hij alsof hij betrapt wordt op leven alleen al.
Ook de dag voor ons mosselfeest fluistert hij over de Vrijdagmarkt. Precies op het ogenblik dat enkele vrijwilligers een poging doen om drie partytenten op to zetten. Nu is dat op zich al geen gemakkelijke klus. Als de onderdelen van de drie tenten niet langer gescheiden zijn en warmer er bovendien geen enkel bouwplan aanwezig is, dan is er geen beginnen aan. Exact 216 buizen en 38 tussenstukken liggen kris kras over de Vrijdagmarkt. En dan is er Mark. Hij struikelt over zijn woorden als hij zijn hulp aanbiedt. Stil en nauwelijks verstaanbaar.
Dan begint hij. Hij monstert de onderdelen. In zijn hoofd ordent hij ze volgens dikte, lengte en vorm. Hij toetst potentiele bouwplannen en schept orde in de chaos. Terwijl onze vrijwilligers al drie uur puzzelden zonder resultaat zijn de tenten nu na 20 minuten een feit. Een moment van genialiteit, getuigend van de oude Mark.
"Dag Mark. Tot morgen in De Steenhouwer", roep ik hem na wanner hij zich even later terugtrekt in zijn schulp.
Giften worden met grote dank aanvaard (lees verder)

Iemand van "De Steenhouwer"

TWEEDE ZONDAG VAN DE ADVENT

Goeienavond lieve mensen!
Vanavond zegt Johannes ons in het evangelie dat we ons best voorbereiden op de komst van Jezus. Dat wij ons moeten bekeren, onze zonden belijden en ons laten dopen.
De adventstijd…
Ik ben thuis volop aan ’t verhuizen. Kent u dat? Alles in dozen steken en beseffen hoeveel rommel je in huis of in je kamer hebt? Beseffen hoeveel dingen je krampachtig wil bijhouden, want dat mag niet in de vuilbak, dat mag niet weg gegeven worden… Je zou nog liever je rug forceren bij het dragen van al die dingen dan ze te moeten weggeven.
Da’s ook een beetje zo in ’t leven: dingen vasthouden, vooral niet willen loslaten. Een persoon heeft je gekwetst en je weigert hem of haar te vergeven. Of je drijft je eigen zin door, ook al weet je dat je misschien geen gelijk hebt. Of je loopt jezelf voorbij in alle drukte en luistert niet naar de stem die je roept.
Dat is advent: hierbij stilstaan, ons bewust worden van onszelf en God, stilstaan bij onze eigen tekortkomingen. Kijken wat er allemaal in onze dozen zit.
En dan: verlangen naar de komst van Jezus in je hart. Niet enkel bewust zijn van je tekortkomingen, er ook iets aan willen doen. Je hart voorbereiden, willen omkeren. Jouw dozen opendoen, ze durven tonen aan Jezus en er iets mee doen.
Iemand vertelde mij hoe zij haar kinderen voorbereidde op Kerstmis: Bij elke goede daad, elke daad vanuit het hart, mocht het kind een beetje stro leggen in de kribbe van Jezus. Zo werd de kribbe voorbereid voor Kerstmis. Hoe meer daden vanuit het hart, hoe zachter Jezus lag.
Zo kunnen wij ons hart voorbereiden. Leven vanuit het hart, ogen en oren open voor de noden van je medemens, luisteren naar wat Jezus zegt. Zo zal Kerstmis waarlijk Kerstmis zijn. De vreugde om een kind dat geboren is, een kind in je hart, een en al liefde!
Je kan gerust bidden tot Jezus en Hem vragen of Hij in je hart wil komen wonen.
Dus: Advent is kijken in jouw dozen. Bewust worden van wie je bent en wat je doet en van je relatie met God.
Advent is ook verlangen naar Jezus, je hart voorbereiden op zijn komst,stro leggen in het kribje van je hart.
Tenslotte zegt Johannes: “Ik heb u gedoopt met water, maar Hij zal u dopen met de Heilige Geest.”
Dopen met water kennen we. We zijn waarschijnlijk allemaal gedoopt, ingebed in de christelijke kerk.
Wat is dan gedoopt worden met de Heilige Geest?
Vragen om gedoopt te worden met de Heilige Geest, impliceert een radicale keuze. Ik gebruik het beeld van een auto. Stel: je zit in de auto en rijdt op de weg van jouw leven. Waar zit jij in de auto? Aan het stuur? De passagierskant? Misschien achterin?
Wel, het doopsel met de Heilige Geest vragen, is jezelf de vraag stellen: Wil ik dat God aan het stuur komt zitten in mijn auto? Kan ik, wil ik, God Heer en Meester van mijn leven maken? Die vraag telt voor iedereen, eender welke leeftijd je hebt…
Durf ik mijn stuur loslaten en geven aan iemand anders? Durf ik geloven in God die liefde is en zorg voor mij draagt?
Durf ik zo ver gaan dat ik heel mijn leven in Zijn handen leg?
Toen ik 19 was, ontving ik, wat ze noemen, het doopsel met de Heilige Geest. Het ging als volgt: er was een gebedsgroep en op een bepaald moment vroeg iemand of er mensen graag naar voren kwamen om dit doopsel te vragen.
Ik ben toen naar voren gegaan en heb gebeden. Ik heb gevraagd dat Jezus aan het stuur van mijn leven wilde zitten. Ik heb Hem gezegd dat ik heel mijn leven aan Hem wilde geven. Dat ik Hem al mijn tekorten en al mijn talenten aanbood. En de anderen hebben toen voor mij gebeden. Zij hebben gedankt voor wie ik was en ook zij hebben mijn leven in Zijn handen gelegd.
Voor mij was het een heel bijzonder moment. Het kan een beetje raar lijken, maar ik garandeer je: uitspreken dat je je leven aan God geeft, heeft gevolgen.
Mijn leven heeft het grondig veranderd. Het grootste geschenk dat ik ontving is dat ik niet meer anders kan dan geloven in God, die liefde is. De gave van het geloof!
Anderen krijgen misschien andere gaven: van het gebed, van de genezing, van wonderen doen, van wijsheid of kennis, van het woord…Het is echt frappant! Je leven expliciet aan God geven, draagt vruchten!
Je mag werkelijk geloven dat met God alles mogelijk is, àlles. De enige vraag die jou gesteld wordt: wil jij heel jouw leven in Zijn handen leggen?
Laat ons daarover tijdens de advent nadenken… Laat ons groeien in overgave aan Hem…
Dankjewel.

Dorien Vanbel

EERSTE ZONDAG VAN DE ADVENT

“Keer u weer tot ons, want Gij zijt onze Vader. Wij zijn het leem, Gij de boetseerder, wij zijn slechts het werk van uw handen”. Zo bidt en smeekt Jesaja in de eerste lezing. En in het evangelie zegt Jezus: “wees op uw hoede, wees waakzaam om God te ontvangen, want gij weet niet wanneer het ogenblik daar is”.
De advent is de uitgelezen tijd van het verlangen. Advent is op onze stappen terugkeren, ons bekeren, en ons aan God toevertrouwen, want we zijn het werk van zijn handen. En advent is verder waakzaam zijn, wachten op de komst van God in onszelf en in ons midden.

Misschien eerst iets over dit verlangen naar God.

Wij zitten vol verlangens. Het zit in onze natuur om steeds weer naar iets anders uit te zien, iets dat in onze ogen beter en aangenamer zal zijn: kleine pleziertjes, een nieuw succes, een volgende vakantie. We nemen geen genoegen met onszelf of met wat we nu hebben. Aan onze verlangens kennen we ons zelf, ze verraden wie we zijn.
We kunnen deze verlangens inwilligen of verdringen, maar het besef dat het inwilligen van al deze verlangens ons niet echt vervult of gelukkig maakt, in tegenstelling tot wat we onszelfs steeds weer opnieuw wijs maken, confronteert ons met een ander en dieper verlangen, een oerverlangen dat ons wel gelukkig kan maken.
We bedoelen de hunker naar het ervaren van Gods aanwezigheid, het ervaren van liefde geven en liefde ontvangen, het ervaren van vrede en gerechtigheid, het ervaren van een wereld waar mensen goed zijn voor elkaar, zo goed als God waarover Jezus spreekt. We ervaren dat daar de warmte te vinden is in dit leven, daar het ware geluk en de ware vreugde, daar ervaren we God, en daar vinden we de zin van onze schepping en ons bestaan.
Niet voor niets bidden wij: “uw Rijk kome!” Uit deze mateloze nood aan God wordt het gebed geboren. Kardinaal Danneels vergelijkt het met een bron die je misschien eventjes kunt stoppen met een steen – en de koppigste steen is denken dat ik God niet nodig heb – tot wanneer de bron een andere weg zoekt en vindt.

En zo komen we bij de waakzaamheid waar Jezus het over heeft.

Jezus vergelijkt het met een huisheer die op reis is.
De huisgenoten krijgen elk hun werk, en bij hun werk houden ze de terugkomst van de heer voor ogen. Waken bestaat in het doen van wat de heer heeft opgedragen. Handelen als een goede rentmeester, als een goede huisvader of moeder. Het is de heer verwachten, het vuur brandend houden.
Advent is dus niet alleen verlangen en uitzien naar het Rijk van God, het is ook eraan meewerken, meewerken aan de droom van God, meewerken aan een rijk van liefde, vrede en gerechtigheid.
Jezus is eigenlijk zeer expliciet in wat hij ons opdraagt. Jezus vraagt ons wakker te blijven en onze verantwoordelijkheid te nemen: vaak betekent dat handelen tegen onze eerste reflexen in – geven in plaats van nemen -, tegen de stroom in roeien van een samenleving die dreigt te verglijden in oppervlakkigheid en onverschilligheid, het ombuigen van de negativiteit waarmee de pers ons dagelijks overspoelt, het reageren tegen egoïsme, wreedheid en onrechtvaardigheid.
En trachten in onze onmiddellijke omgeving een lichtpunt te zijn voor mensen in nood. Waken is de nood blijven zien bij de mensen die ons omringen, ons niet afsluiten voor de ellende rondom ons.
Een bijzonder moeilijke en zware opdracht: wij mensen kunnen dit niet alleen, wij zijn te beperkt, zonder de kracht van God halen we dit niet. Jezus toont ons God en juist daarin overstijgt hij de mens.
God is de innerlijke krachtbron die ons allen verenigt en die we mogen aanspreken in onze strijd om het goede, het ware en het schone. Wij denken vaak dat bidden erin bestaat onze ideeën aan God aan te bevelen: “God, verhoor ons!”. Maar het is omgekeerd: wij moeten God beluisteren en God verhoren. Hem binnenlaten. Bidden is niet meer dan dit diep innerlijk verlangen in ons naar God en die betere wereld erkennen, beluisteren en er iets mee doen.
Amen

Philippe Van Assche